
Dat vader in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd met moeder brengt niet mee dat moeder ook een schenking heeft gedaan aan de dochter, oordeelt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De enkele omstandigheid dat echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, betekent niet dat een echtgenoot (mede) partij is bij een door de andere echtgenoot aangegane rechtshandeling.
Schenking op Zwitserse bankrekening dochter

Aanslag schenkbelasting
De Belastingdienst legde daarna een aanslag schenkbelasting op, waarbij de helft van de schenking aan de moeder werd toegerekend. In hoger beroep bij het hof was in geschil of de omstandigheid dat vader in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd met moeder meebrengt dat moeder een schenking heeft gedaan van € 1.930.937 aan hun dochter (de helft van de totale schenking van € 3.861.875).
Het Hof is van oordeel dat het civiele recht als uitgangspunt dient te gelden nu artikel 1, lid 3, SW voor de definitie van een schenking naar artikel 186, lid 2, boek 7 van het BW verwijst. Voor een op grond van de SW belaste schenking moet er dus sprake zijn van een gift in de zin van het BW. Het Hof is van oordeel dat de omstandigheid dat vader in algehele gemeenschap van goederen was gehuwd met moeder niet meebrengt dat moeder een schenking heeft gedaan van € 1.930.937 aan belanghebbende (de helft van de totale schenking van € 3.861.875). De enkele omstandigheid dat echtgenoten in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd, betekent niet dat een echtgenoot (mede) partij is bij een door de andere echtgenoot aangegane rechtshandeling (zie Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5651 en Hoge Raad 23 april 1993, nr. 14951, NJ 1993/373).
In de SW is geen uitzondering gemaakt op het civiele recht voor wat betreft de schenking, daarom is ook voor de SW geen sprake van een schenking.


Geef een reactie