De motie werd onlangs aangenomen tijdens het zogeheten tweeminutendebat Fiscaliteit.
Heffing zonder realisatie ter discussie
Aanleiding voor de motie is de constatering dat vermogensovergangen als gevolg van huwelijk, echtscheiding of wijziging van huwelijkse voorwaarden fiscaal kunnen worden aangemerkt als een moment van heffing in box 3, terwijl er feitelijk geen sprake is van gerealiseerd rendement. Volgens de indiener kan dit in de praktijk leiden tot liquiditeitsproblemen bij belastingplichtigen.
De motie wijst erop dat binnen de winstsfeer al langer doorschuifregelingen bestaan voor vergelijkbare situaties, waarbij belastingheffing wordt uitgesteld tot het moment van daadwerkelijke realisatie. Voor box 3 ontbreekt een dergelijke faciliteit vooralsnog.
Onderzoek naar uitvoerbaarheid
Met de aangenomen motie wordt de regering verzocht te onderzoeken of een doorschuifregeling bij huwelijksvermogensrechtelijke overgangen in box 3 uitvoerbaar is. Daarbij moet worden bezien of heffing kan plaatsvinden op het moment dat daadwerkelijk rendement wordt gerealiseerd, in plaats van bij de civielrechtelijke vermogensverschuiving.
Ook vraagt de Kamer om, indien nodig, aanvullende dekkingsopties binnen het bredere vermogensdomein te verkennen. De uitkomsten van het onderzoek moeten worden meegenomen in het Belastingplan 2027.
Ruime meerderheid
De motie van Kamerlid Hoogeveen (JA21) kon rekenen op brede steun in de Kamer en werd met 121 stemmen voor aangenomen. Onder meer VVD, D66, PVV en CDA stemden vóór, terwijl onder andere GroenLinks-PvdA, SP en PvdD tegen stemden.


Geef een reactie