
Volgens rechtbank Zeeland-West-Brabant valt de verkrijging van economisch eigendom in een woning onder het gewone tarief (8%) van de overdrachtsbelasting. Overdrachten van economische eigendom beperken zich niet alleen tot zakelijke transacties.
Een vrouw heeft 80% van de economische eigendom van een woning verkregen. De overige 20% economische eigendom en de juridische eigendom van de woning berusten bij een woningcorporatie. De vrouw huurt de overige 20% economische eigendom van de woningcorporatie.
Bezwaar afgewezen
In verband met de verkrijging van de economische eigendom is overdrachtsbelasting voldaan op aangifte naar het tarief van 8%.Het bezwaar dat de vrouw maakt tegen de voldoening van de aangifte wordt door de inspecteur afgewezen. De vraag is nu of ze terecht aanspraak kan maken op het verlaagde tarief voor woningen.
Zij meent namelijk dat gezien het doel en de strekking van de wettelijke bepalingen hier het lage tarief voor woningen geldt. De rechtbank gaat hier echter niet in mee en verklaart dat uit de wet volgt dat de verkrijging van economische eigendom belast is met 8% overdrachtsbelasting.
In de wet staat ook geschreven dat economische eigendom met name voorkomt bij zakelijke transacties. Uit de passage ‘met name’ leidt de rechtbank af dat de wetgever onder ogen heeft gezien dat overdrachten van economische eigendom zich niet beperken tot zakelijke transacties.

Gelijkheidsbeginsel
In een beroep op het gelijkheidsbeginsel vergelijkt de vrouw haar situatie met die waarin een lidmaatschapsrecht van een vereniging of coöperatie wordt verkregen waarin het recht op (nagenoeg) uitsluitend gebruik van een woning is inbegrepen. Voor die situatie geldt namelijk wel het verlaagde tarief.
De rechtbank vindt dat dit beroep geen stand houdt omdat deze situatie niet gelijk is aan die van de vrouw. Een dergelijk lidmaatschapsrecht, zo vervolgt de rechtbank is in juridische zin niet vergelijkbaar met de verkrijging van een deel van het economisch eigendom van een onroerende zaak.
Ook een vergelijking met een ander die een woning verkrijgt gaat mank. Voor toepassing van de overdrachtsbelasting is doorslaggevend op welke wijze deze verkrijging in juridische zin is vormgegeven. De vrouw kan dus geen succesvol beroep op het gelijkheidsbeginsel doen.
Vertrouwensbeginsel
Het beroep van de vrouw op het vertrouwensbeginsel kent ook geen genade bij de rechtbank. De vrouw is er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat zij aan de informatie op de website van de belastingdienst het vertrouwen kon ontlenen dat zij aanspraak kon maken op het verlaagde tarief.
De inspecteur, zo is slotconclusie van de rechtbank, heeft er daarbij terecht op gewezen dat op de website vermeld staat dat de verkrijging van economische eigendom onder het tarief van 8% valt. Dat de vrouw de gegeven omschrijvingen niet duidelijk (genoeg) acht, is naar het oordeel van de rechtbank in dit geval onvoldoende om te concluderen dat daarmee een in rechte te beschermen vertrouwen is gewekt ten aanzien van haar situatie.


Geef een reactie