Uitspraak: 25/587 Wtra AK
Het accountantskantoor was in 2021 onderworpen aan een kantoortoetsing door de Raad voor Toezicht van de NBA. De uitkomst daarvan was dat het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing volgens de Raad verbetering behoeft en in opzet en in werking op belangrijke onderdelen niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wet op het accountantsberoep (Wab). Dit is een zogeheten b-oordeel bedoeld in artikel 12 lid 2 Verordening op de kwaliteitsbeoordeling (Vokwb).
Het verbeterplan dat de AA daarop indiende werd door de Raad afgekeurd, net als een herzien verbeterplan. Na een gesprek werd een derde versie van het verbeterplan op 8 november 2022 onder voorwaarden goedgekeurd.
Bij een hertoetsing daarna werden vier dossiers getoetst: een controledossier (een vrijwillige controle), een beoordelingsdossier en twee samenstellingsdossiers. De conclusie luidde opnieuw dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en in werking niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens artikel 19 van de Wab. De accountant nam daarop in januari 2025 Auxilium in de arm om hem te helpen bij het op orde brengen van de kwaliteit van zijn kantoor. Inmiddels doet hij geen controle-opdrachten meer.
Tuchtklacht
De NBA zag niettemin voldoende aanleiding om naar de Accountantskamer te stappen. Daar kwam de beroepsorganisatie met vier klachtonderdelen in de zaak tegen de AA. Dat het verbeterplan grotendeels niet is doorgevoerd werd door de accountant niet weersproken. Een schending van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, concludeert de tuchtrechter.
Kwaliteitsbeheersing en -bewaking
Het tweede klachtonderdeel: onvoldoende kwaliteitsbeheersing en -bewaking. Ook op dat punt schoot de accountant naar het oordeel van de Accountantskamer tekort. De NBA voerde aan dat de toetsers vaststelden dat de jaarlijkse evaluatie niet voldoet, omdat de vastlegging van de kwaliteitsbeheersing- en bewaking van het accountantskantoor te summier was. Ook was de bespreking tussen de AA en zijn waarnemer te algemeen. De evaluatie voldoet daarom niet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 27 lid 2 onder b NVKS, stelde de NBA.
De AA heeft ook dit verwijt niet weersproken, constateert de tuchtrechter. Wel heeft hij aangevoerd dat de jaarevaluatie sinds de laatste toetsing conform het uitgebreide model van Auxilium wordt gedaan en dat hij vanuit Auxilium hierop feedback krijgt. De Accountantskamer is van oordeel dat het klachtonderdeel in die zin gegrond is, dat de accountant op het punt van de evaluatie als bedoeld in artikel 27 lid 2 NVKS nalatig is geweest. Andere concrete verwijten heeft de NBA bij dit klachtonderdeel niet geformuleerd. De gegrondheid levert een schending op van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Geen collegiaal overleg met voorgaande accountant
In artikel 15a van de VGBA is het volgende bepaald: ‘Voordat de accountant een controleopdracht, beoordelingsopdracht of samenstellingsopdracht van historische financiële informatie aanvaardt, gaat deze bij een andere accountant die bij deze cliënt een dergelijke opdracht uitvoert of in de voorgaande 24 maanden heeft uitgevoerd na of er aanleiding is om de opdracht niet te aanvaarden.’
De NBA voerde aan dat de toetsers op basis van de monitoringvragenlijst vaststelden dat de AA bij aanvaarding van nieuwe opdrachten niet steeds bij de voorgaande accountant na was gegaan of er aanleiding was om de opdracht niet te aanvaarden. De AA sprak ook dit verwijt niet tegen. Hij verklaarde ter zitting dat hij een controle-opdracht had aangenomen en daarbij was vergeten opvolging te geven aan artikel 15a VGBA. Andere NVKS-opdrachten waren volgens de accountant van voor de invoering per 1 januari 2020 van artikel 15a VGBA.
De Accountantskamer is van oordeel dat het verwijt gegrond is. De AA had op grond van artikel 15a VGBA collegiaal overleg met de voorgaande accountant moeten voeren alvorens de controle-opdracht te aanvaarden. Ook dat levert een schending op van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Tekortkomingen in de getoetste dossiers
Het laatste klachtonderdeel betreft de vier getoetste dossiers, die bij de hertoetsing onvoldoende waren bevonden. Daaruit leidt de NBA af dat het kwaliteitssysteem in opzet en werking nog altijd niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen.
Ten aanzien van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) overweegt de Accountantskamer dat de AA verplicht is cliëntenonderzoek te verrichten conform artikel 3 Wwft, afgestemd op de risicogevoeligheid van de cliënt en de zakelijke relatie. Hoewel in de dossiers afschriften van legitimatiebewijzen en uittreksels uit het handelsregister zijn aangetroffen, ontbreekt een adequate vastlegging van de datum en de inhoud van het cliëntenonderzoek. Zonder deze vastlegging kan niet worden vastgesteld dat het cliëntenonderzoek in overeenstemming met artikel 3 Wwft is uitgevoerd. Het klachtonderdeel met betrekking tot de niet-naleving van de Wwft wordt daarom grotendeels gegrond verklaard.
Verder overweegt de Accountantskamer dat de AA de overige verwijten met betrekking tot het controledossier (zoals het niet voldoen aan de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJk C1) en het ontbreken van een adequate vastlegging van controlewerkzaamheden), en het beoordelingsdossier (zoals het onvoldoende beoordelen van de bewaringspositie van een notariskantoor) niet, althans onvoldoende, heeft weersproken. Deze tekortkomingen staan daarmee eveneens vast.
Doorhaling
De klacht wordt dus grotendeels gegrond verklaard. De maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar is passend en geboden, vindt de Accountantskamer. Daarbij wordt in aanmerking genomen “dat betrokkene ondanks duidelijke signalen dat het stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet en werking niet voldeed, niet op tijd maatregelen heeft genomen om de kwaliteit van zijn kantoor op het vereiste peil te brengen. Betrokkene was in 2021 gewaarschuwd door de uitkomsten van de reguliere toetsing, heeft in augustus 2022 een (niet gebruikelijk) gesprek met een afvaardiging van de Raad voor Toezicht gevoerd, heeft (versies van) verbeterplannen mogen indienen, maar desondanks bleek bij de hertoetsing dat vier dossiers niet in orde waren. De Accountantskamer weegt aan de andere kant ook mee dat betrokkene is gestopt met controle-opdrachten en alsnog, zij het wel laat (in januari 2025), [adviesgroep] heeft ingeschakeld.”


Geef een reactie