Ministeries moeten in hun jaarverslag rapporteren over de belangrijkste fraude- en corruptierisico’s binnen de organisatie en over de maatregelen die zij hebben genomen om die risico’s te beheersen. “Wij zien als ADR dat departementen deze verplichting op verschillende manieren invullen. Daarnaast ontbrak tot op heden het rijksbrede beeld over de wijze waarop departementen hun fraude- en corruptierisico’s beheersen”, zo motiveert de dienst de reden voor het onderzoek. Bovendien is fraude en corruptie bij organisaties de afgelopen jaren behoorlijk toegenomen. “Er is geen gegronde reden om aan te nemen dat deze ontwikkelingen niet gelden voor de Rijksoverheid.”
Weinig meldingen
Een van de conclusies is dat het aantal meldingen van fraude en corruptie binnen de Rijksoverheid beperkt is in relatie tot het aantal medewerkers. “De vraag is echter of het aantal meldingen wel een betrouwbare indicatie is van het werkelijke aantal fraude- en corruptiegevallen. De afwezigheid van signalen kan namelijk ook een indicatie zijn van onder andere een gebrek aan bewustzijn, blinde vlekken of een beperkte meldcultuur binnen de departementen.”
Geen samenhangend systeem
Ministeries hebben nog geen logisch samenhangend systeem om frauderisico’s te beheersen, signaleert de ADR. “De meeste departementen hebben geen specifiek beleid gericht op fraude- en corruptiebeheersing. Of zij hebben slechts enkele onderdelen uitgewerkt, waarbij echter geen sprake is van onderlinge samenhang.” Bovendien is niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor het fraude- en corruptierisicobeheer in verschillende departementen. “De primaire verantwoordelijkheid voor de beheersing van risico’s is veelal belegd in de lijn. Daarbij vervult de directie Financieel-Economische Zaken vanuit de verantwoordelijkheid voor het risicomanagement de rol van toezichthouder.”
Departementen hebben wel een proces ingericht voor de identificatie van risico’s, maar hierbij verschilt de mate van aandacht voor fraude- en corruptierisico’s. “Slechts enkele departementen beschikken over een risicomanagementproces waarin fraude- en corruptierisico’s structureel worden uitgevraagd, beoordeeld en gemonitord.”
Geen duidelijk proces
Over het algemeen worden bij de ministeries weinig fraude- en corruptierisico’s geïdentificeerd en er is geen duidelijk en gestructureerd proces voor het nemen van beheersmaatregelen naar aanleiding van geïdentificeerde risico’s. “De meeste departementen besteden wel aandacht aan integriteit in brede zin, bijvoorbeeld via onboarding, e-learnings of intranetpagina’s. Maar fraude en corruptie komen daarin slechts zelden expliciet aan bod.”
Verder zijn er geen afzonderlijke meldpunten voor vermoedens van fraude en corruptie. Dat er weinig meldingen zijn, hoeft niet geruststellend te zijn, aldus de ADR. “Er is mogelijk wel sprake van meer misstanden, maar deze worden niet gesignaleerd en/of gemeld.”
Hoewel er wel wat initiatieven zijn op het gebied van fraude en corruptie, is er geen centraal gecoördineerde en gestructureerde aanpak voor de beheersing van fraude en corruptie in de vorm van bijvoorbeeld een rijksbrede handreiking. “We zien dat elk departement zijn eigen pad volgt bij het opzetten van een systeem voor de beheersing van fraude- en corruptierisico’s en dat de onderlinge contacten op dit gebied beperkt zijn.”
Betere meldstructuur nodig
De slotsom is dat de beheersing van fraude- en corrruptierisico’s beter kan. De ADR adviseert om meer te investeren in kennis en bewustwording en om specifiek beleid te maken voor fraude en corruptie. Een leidinggevende zou op bestuurlijk niveau eindverantwoordelijk moeten worden en fraude- en corruptierisico’s zouden onderdeel moeten worden van reguliere risicoanalyses en planning- en controlcycli. Ook zou de meldstructuur verbeterd moeten worden, zodat duidelijk is waar iemand met een melding terechtkan.



Idem dito als is Suriname…