Van deze 842 bezoeken waren er per eind oktober 2025 nog 436 in behandeling, terwijl 406 bezoeken reeds waren afgehandeld. Naast deze bedrijfsbezoeken zijn er in dezelfde periode 237 boekenonderzoeken gestart, waarvan 110 zijn afgerond en 127 onderhanden zijn. De inzet op de handhaving van schijnzelfstandigheid door de Belastingdienst voor 2025 verloopt volgens planning, met een beoogde inzet van 80 fte.
Omslag 2026
De Belastingdienst hanteert sinds 1 januari 2025 weer volledige handhaving op schijnzelfstandigheid, na de opheffing van het handhavingsmoratorium. Voor 2025 geldt de zachte landing, die inhoudt dat de Belastingdienst over dit jaar in beginsel geen boetes oplegt, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of het niet opvolgen van een eerdere aanwijzing. De Belastingdienst kan in deze situaties tot vijf jaar terug naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen.
Met ingang van 1 januari 2026 vervalt de zachte landing. Dit betekent dat er weer boetes kunnen worden opgelegd. Daarnaast vervallen de uitgangspunten dat de Belastingdienst in beginsel start met een bedrijfsbezoek en in beginsel kiest voor een onderzoek van het meest recente aangiftetijdvak. Het aanpakken van schijnzelfstandigheid is cruciaal om onder andere oneerlijke concurrentie aan te pakken en misbruik tegen te gaan. De Belastingdienst heeft besloten om voor 2026 opnieuw een specifiek handhavingsplan arbeidsrelaties op te stellen en te publiceren, in plaats van dit op te nemen in de reguliere handhavingsplannen, vanwege de duidelijke behoefte vanuit de markt aan duidelijkheid over de normalisering van de handhaving.
Brede aanpak
De handhaving door de Belastingdienst is onderdeel van een bredere kabinetsaanpak om het werken met zelfstandigen toekomstbestendiger te maken en schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Deze aanpak volgt drie lijnen: een gelijker speelveld, meer duidelijkheid over arbeidsrelaties en betere handhaving.
Gelijker speelveld
Om oneigenlijke prikkels op de arbeidsmarkt tegen te gaan, werkt het kabinet aan een gelijker speelveld tussen contractvormen. Fiscale maatregelen hierbij zijn onder andere de (versnelde) afbouw van de zelfstandigenaftrek, uitfasering van de fiscale oudedagsreserve (FOR) en de verlaging van de MKB-winstvrijstelling naar 12,7% in 2025. Ook het wetsvoorstel Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) is in ontwikkeling om met een verplichte verzekering een gelijker speelveld te bereiken tussen zelfstandigen en werknemers. De BAZ moet uiterlijk per 31 augustus 2026 zijn afgerond om een substantiële korting op Europese middelen (mogelijk 1,2 miljard euro) te voorkomen.
Meer duidelijkheid
De wettelijke norm om werknemers van zelfstandigen te onderscheiden wordt verduidelijkt met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelatie en rechtsvermoeden (Vbar). Dit wetsvoorstel verankert indicaties in de wet aan de hand van sturing en werken voor eigen rekening en risico. Daarnaast wordt een rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst, gekoppeld aan een uurtarief, geïntroduceerd. Net als bij de BAZ is spoedige parlementaire behandeling van de Vbar van groot belang; de wet moet uiterlijk op 31 augustus 2026 gepubliceerd zijn in het Staatsblad om een korting (oplopend tot € 600 miljoen) op Europese middelen te vermijden. Het kabinet zet tevens in op communicatie en voorlichting, onder meer via de campagne ‘ZZP ja of nee’ en de website ‘hetjuistecontract.nl’.
Uit recente analyses blijkt dat in de periode rondom het opheffen van het handhavingsmoratorium een grotere verschuiving zichtbaar is van werk als zelfstandige naar (meer uren) werk in loondienst dan in voorgaande jaren. Het kabinet blijft deze bewegingen op de arbeidsmarkt monitoren. Voor de zorgsector benadrukt het kabinet dat er geen uitzonderingen gelden. De minister van VWS is echter in overleg met brancheorganisaties om te onderzoeken welke mogelijkheden er, op basis van de huidige wet- en regelgeving, zijn voor het behoud van een flexibele schil, zowel in loondienst als door de inzet van zzp’ers.
Het kabinet blijft zich inzetten voor het toekomstbestendiger maken van het werken met en als zelfstandige(n), en voor meer zekerheid en duidelijkheid voor alle betrokkenen.
Lees hier de Kamerbrief.


Geef een reactie