Een zorgbureau dat voor gemeenten werkzaamheden doet in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in het kader van de Jeugdwet, gaat in 2015 failliet. De curator vermoedt dat de eigenaar van het bureau en de daaraan verbonden BV aanzienlijke bedragen in privé heeft opgenomen en laat een RA een quickscan-onderzoek doen naar de administratie van het bureau. De RA meldt in zijn (blanco) rapport dat niet is voldaan aan de administratieplicht omdat de auditfiles en het online boekhoudprogramma over twee jaren geen boekingen van de mutaties bevatten.
Geen handtekening
Naar aanleiding van die bevindingen wil de curator de eigenaar dagvaarden, maar daarvoor is wel nodig dat de RA het rapport ondertekent. “Dat mag ik niet doen”, laat de RA weten. “Dan moet ik volgens de RA-beroepsregels eerst hoor en wederhoor etc. hebben toegepast met de heer [eigenaar] en ook met de accountant omdat zij door dit rapport worden geraakt. Daarom gebruiken curatoren mijn rapport ook altijd als ‘hun eigen kennis en wetenschap’. En in de praktijk is dat eigenlijk altijd meer dan voldoende. Je mag wel zeggen dat je mij hebt ingeschakeld voor ondersteuning.”
‘Ondersteunend bezig geweest’
De rechter verklaart in 2021 dat de eigenaar aansprakelijk is voor het tekort in de faillissementen van beide vennootschappen. Hij moet de faillissementstekorten aanvullen, te vermeerderen met de boedelschulden. Daartoe moet hij alvast een voorschot van € 150.000 overmaken. De eigenaar krijgt een bestuursverbod voor vijf jaar opgelegd. De eigenaar van de failliete bureaus gaat in beroep en stelt vragen aan de RA, maar die verwijst naar de curator. “Ik heb namelijk geen eigen rapport vervaardigd, ik ben ondersteunend bezig geweest ten behoeve van de curator.” Daarna blijft het stil.
Curator aansprakelijk gesteld
In 2022 volgt er een tuchtklacht. De RA stelt vervolgens de curator aansprakelijk wegens het zonder zijn toestemming in de gerechtelijke procedure gebruik maken van het rapport. Hij trekt daarnaast het rapport in en dwingt af dat de curator in zijn faillissementsverslag referenties aan het rapport verwijdert.
Dwaling
Bij het gerechtshof bereiken eigenaar en curator in 2023 een schikking. Onderdeel daarvan is dat de tuchtklacht wordt ingetrokken. Dat gebeurt. Maar eind 2024 ontvangt de Accountantskamer nogmaals dezelfde klacht. De reden: bij de eerder bereikte schikking is sprake is geweest van dwaling, aldus de eigenaar. Hij dacht ten onrechte dat het bestuursverbod met de schikking ook van de baan zou zijn.
De tuchtrechter krijgt daarom opnieuw een klacht in 34 delen voor de kiezen. Maar die klacht is niet-ontvankelijk. Op zichzelf kan een eerder ingetrokken klacht wel opnieuw worden ingediend, tenzij de klager misbruik maakt van zijn bevoegdheid tot klagen.
Schikking blijft geldig
En daarvan is hier sprake, aldus de Accountantskamer. Onderdeel van de getroffen schikking was dat de klacht zou worden ingetrokken. “Klager heeft geen stappen gezet om op grond van artikel 6:228 BW te komen tot vernietiging van de overeengekomen schikking wegens dwaling. Waarom voldaan zou zijn aan eisen die voormeld wetsartikel stelt aan een geslaagd beroep op dwaling is gesteld, noch gebleken.”
Daarmee blijft de schikking rechtsgeldig. “Hoewel betrokkene formeel geen partij was bij de schikking, valt niet in te zien waarom hij daaraan in dit geval geen rechten zou kunnen ontlenen. Betrokkene heeft kennis gekregen van de intrekking. Hij heeft daarna met de curator, tegen finale kwijting, een regeling getroffen over de betaling door de curator van betrokkenes proceskosten in de eerdere tuchtprocedure wegens het onzorgvuldige gebruik door de curator van zijn rapport. Klager heeft uitvoering aan (het op betrokkene betrekking hebbende onderdeel van) de schikking gegeven en, in lijn met de hiervoor geciteerde bepaling, de klacht tegen betrokkene ingetrokken. Betrokkene mocht hieraan het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat de klacht tegen hem definitief was afgewikkeld.”


De accountantskamer moet kijken waarom een klacht wordt ingetrokken en vooral bij schikkingen. Meestal betekent dit dat de accountant wel schuldig is, maar in ruil voor intrekking klacht , de tegenpartij iets terugkrijgt. Dit is afpersing, dwingen en als er geld bij gemoeid is, schenkt de tegenpartij de accountant het bedrag dat de accountant schuldig is, dus schenkbelasting! De accountantskamer is veel en veel te gemakkelijk om tuchtklachten af te zwakken of zelfs te weigeren. Accountants hebben vrij baan. Witteboordencriminaliteit krijgt vrij spel. Indien een tuchtklacht wordt ingetrokken, moeten er alarmbellen bij de kamer gaan rinkelen.