Wat heeft u in de afgelopen zes jaar geleerd over de accountancy?
“Ik heb geleerd hoe moeilijk en belangrijk het beroep is, en heb daar veel waardering voor gekregen. Als buitenstaander denk je dat het best een ingekaderd vak is: dit is goed en dat is fout, dit mag wel en dat mag niet. Maar hoe meer ik me erin ben gaan verdiepen, hoe meer ik ben gaan begrijpen dat het echt een beoordelingsvak is, met professionele oordeelsvorming, het wegen van kwaliteit en het geven van betekenisvolle inzichten. We leven in behoorlijk turbulente tijden, dus het belang van het vak neemt alleen maar toe.”
Hoe kijkt u terug op deze periode?
“Ik vond het uitdagend en leuk. Er zijn de afgelopen jaren enkele grote en bepalende trends gaande, denk aan geopolitieke spanningen en de opkomst van AI. Ook is de relatie tussen de branche en AFM veranderd. Nadat de AFM in 2008 toezichthouder werd op de accountancy, ging er een periode van trekken en duwen van start. Want wie mag eigenlijk bepalen wat goed werk is van een accountant? Dat leidde destijds tot best wat wrijving. Tegen de tijd dat ik het toezicht overnam, was de discussie al op z’n einde en konden we starten met de vraag hoe de sector daadwerkelijk stappen kon zetten om een stabieler kwaliteitsniveau af te leveren.”
Die wrijving waarover u spreekt, is de relatie tussen de AFM en de branche nu beter?
“Ja, dat klopt. Kijk, een goede relatie is voor een toezichthouder nooit het doel. Goed toezicht, dát is het doel. En vooral: een mooi eindresultaat. Als dat betekent dat het nodig is een poosje op het scherpst van de snede te moeten opereren, dan is dat prima. In de beginperiode dat we gesprekken voerden over hoe goede kwaliteit eruitziet, was de relatie tijdelijk scherper maar daarna kwam er verbetering. Hieraan hebben we zelf ook veel aandacht besteed door landelijk kantoren te bezoeken. Ik denk dat dit erg heeft geholpen en dat het heeft gezorgd voor meer wederzijds begrip. Tegelijkertijd heeft de relatie nog steeds onze volle aandacht, want we geloven dat dat bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit.”
U stipte het al even aan: AI is een grote trend binnen de accountancy, wat is de invloed hiervan op de sector?
“De wereld verandert heel snel en artificiële intelligentie is daar zeker een groot drijver van. En zoals vaker het geval is bij nieuwe technologieën, is het niet altijd makkelijk die te kwalificeren als goed of slecht. Je kunt er sneller mee werken en als accountant vlotter door grote hoeveelheden facturen heenlopen. Het is in die zin een krachtige tool, maar er moet natuurlijk wel altijd een mens verantwoordelijk blijven. Je moet als accountant kunnen traceren of reproduceren wat AI kan en je moet daarnaast goed zorgen voor dataveiligheid. Onder die voorwaarden kun je mooie, waardevolle stappen zetten. Anderzijds zie ik de sector op dit vlak worstelen met vragen zoals: maar wat gebeurt er met vakmanschap? Wat gebeurt er met de opleidingen?”
Dat zijn legitieme vragen, kan de sector ook worden overvraagd door AI?
“Ontwikkelingen gaan sneller, maar men verwacht daardoor ook meer. Tegenwoordig schrijf je bijvoorbeeld veel meer e-mails dan vroeger brieven, omdat het sneller gaat dan fysieke brieven op de post doen. Dat geldt ook voor de accountancy: vroeger deed je een steekproef en werden er misschien honderd creditfacturen gecontroleerd, nu checkt AI ze allemaal.”
In een interview op banken.nl las ik dat uw dochter een poster had gemaakt met het credo “toezichthouden is een vak”. Is toezichthouden écht een vak?
“Ja, absoluut. Accountancy is een vak, maar toezichthouden is dat ook. Net als in de accountancy moet je een aantal stappen doorlopen, heb je enkele onderliggende kenmerken en werken we aan het publieke belang. We zorgen ervoor dat het systeem goed in balans en sterk blijft. Als toezichthouder denk je erover na hoe het accountancysysteem uit balans kan raken. Of te sterk commercieel gedreven kan zijn. Alles wat afbreuk doet aan het publieke belang kun je zien als een risico. We zagen daarnaast dat de sector bijzonder is, maar ook enkele kwetsbaarheden kent.”
Welke kwetsbaarheden zijn dat?
“Je wordt betaald door degene van wie je het werk controleert, maar je werkt voor het publieke belang. Dat is in die zin anoniem en ver weg, dus je moet je onafhankelijk en kritisch opstellen om dat belang altijd te kunnen blijven dienen. In Nederland hebben we een goed systeem: je kunt niet én controleren én advies geven bij dezelfde klant, althans niet bij de grote OOB-kantoren. Bij de reguliere vergunninghouders kan dat wel. De markt kent dus enkele kwetsbaarheden en werkt niet perfect. Dat is niet erg, maar het betekent wel dat druk en tegendruk nodig zijn. Dat is de rol van de AFM, samen met de raad van commissarissen van grote kantoren en het interne kompas van de accountants zelf. Die tegendruk van ons is niet altijd fijn, beseffen wij ook, maar is in het belang van het hele systeem.”
Welke stappen zijn er de afgelopen jaren gezet op het gebied van kwaliteit?
“Op lange termijn zien we bij grote accountantsorganisaties een geleidelijke stijging in de kwaliteit. Het beeld is nog divers, maar we zien bijvoorbeeld een betere onderlinge dialoog en een beter kwaliteitsbeheersingssysteem. Kantoren hebben meer aandacht voor het continu werken aan kwaliteit, dat blijkt bijvoorbeeld uit de toegenomen aandacht voor gedrag en cultuur. Vooruitkijkend denk ik dat mijn opvolger best wat meer verantwoordelijkheid bij de sector kan leggen.”
Kan de branche dat wel aan?
“Dat weet je nooit helemaal zeker, maar ik denk het wel. Je moet het op een gegeven moment wel proberen, vind ik.”
De accountancy stond een tijdje negatief in het nieuws vanwege de boekhoudschandalen. Heeft de sector de handschoen opgepakt?
“Als we van een afstandje kijken dan zien we dat bij de grote kantoren stap voor stap de kwaliteitsbeheersing beter is geworden, die is echt significant anders dan vijftien jaar geleden. Partners gaan anders om met de onderbouwing van de wettelijke controle en afwegingen, hierin is veel verbeterd. Ook de manier waarop kwaliteit wordt geborgd, dus met interne kwaliteitsonderzoeken en objectgerichte kwaliteitsbeoordelingen, is serieuzer en evenwichtiger dan vroeger. Maar, dit betekent natuurlijk niet dat er nooit meer een incident plaatsvindt.”
En de examenfraudes?
“De examenfraudes waren een diepe teleurstelling. Voor accountants, maar ook voor ons omdat we dachten dat de sector een stap verder was: het was voor iedereen echt even slikken. We hadden het al over die kwetsbaarheden; er werd in een aantal gevallen langzaam gereageerd op interne signalen en op onze aanwijzingen, wat schade toebracht aan het vertrouwen. Opvallend is dat het veelvuldig en langdurig voorkwam bij alle onderzochte organisaties en op allerlei niveaus. Dit geeft aan dat het niet alleen een kwestie is van persoonlijke integriteit van accountants, maar dat echt gaat over het systeem waarin ze opereren. Maar de sector heeft het goed aangepakt en ervoor gezorgd dat het niet meer kan gebeuren. Ik heb daar echt vertrouwen in. Dit betekent helaas niet dat het systeem niet weer een nieuwe kwetsbaarheid kan krijgen. Daarom is het belangrijk dat zij daar zelf goed over blijven nadenken.”
Heeft deze verandering bij kantoren ook te maken met een cultuurverandering aan de top, waar u het eerder over had?
“Ik heb de cultuur zeker zien veranderen in de afgelopen tien à vijftien jaar. Dat is overigens iets wat je niet zomaar kunt loslaten, omdat het dan weer teruggaat naar ‘we moeten meer uren en omzet draaien’. Je moet dus continu de balans blijven zoeken, dat is best moeilijk.”
Hoe doe je dat als bestuur?
“Er zijn goede systemen die de kwaliteit, werkbeleving en werkdruk monitoren. Maar denk ook aan vragen zoals: waarom ben je accountant? Wat betekent het om accountant te zijn? Hoe belangrijk is het publieke belang? En waarom heb je dit vak gekozen? Je hebt als accountant rechten, én plichten. Je moet je PE-punten halen, je moet je goed gedragen op je werk en in je privéleven, je moet je morele kompas volgen en als je twijfelt over iets vreemds in bijvoorbeeld een jaarrekening moet je in gesprek gaan.”
Dat valt in de praktijk vast niet mee …
“Als accountant moet je nu eenmaal dapper zijn. Het is echt een roeping, er is niet voor niets een beroepseed. Het is mooi om te zien dat er steeds meer interne vertrouwenspersonen zijn en dat de speak-upcultuur wordt gestimuleerd. En als bestuurder moet je dat intrinsiek gemotiveerde gevoel levend houden, gesprekken over de purpose van het beroep stimuleren en transparant zijn door er naar buiten toe over te communiceren.”
Met de Wijzigingswet Accountancysector verschoof de kwaliteitstoetsing van de NBA en SRA in 2022 naar de AFM. Waarom was dat nodig?
“We waren inderdaad gewend om eerder alleen toezicht te houden op enkele grote OOB-kantoren en ineens kwamen daar zo’n 250 reguliere vergunninghouders bij. In de praktijk lag de eindverantwoordelijkheid al wel bij de AFM, alleen was het gedelegeerd bij onder meer de NBA en SRA. Rond 2020 zei de CTA dat dit een beetje verwarrend was en dat al die verschillende manieren van toezicht niet op elkaar aansluiten, dus dat het beter is het onder te brengen bij één partij. Eerlijk, we zagen voordelen, maar ook nadelen want je krijgt er best veel werk bij. En ook voor de SRA en NBA was dat niet leuk. Iedereen moest schakelen.”
Hoe heeft dit uitgepakt?
“Het voordeel is dat we nu dwars door de hele sector heen kunnen kijken, en inzicht hebben in zowel de grote, middelgrote als kleine kantoren. De NBA en SRA kunnen nu makkelijker standaarden neerzetten en kantoren daarbij ondersteunen. Zij hadden veel verschillende rollen en taken, het was erg veel. Volgens mij heeft iedereen er nu vrede mee en kunnen we elkaar beter versterken vanuit de verschillende rollen die we hebben.”
Enkele aanbevelingen van de CTA en MCA zijn destijds niet overgenomen, zoals de scherpere scheiding van controle en advies bij mkb-kantoren. Is dat model volgens u nog houdbaar?
“Er is volgens mij een hoop wél overgenomen, zoals de verplichting van rvc’s voor grote kantoren. Het advies over de scheiding is inderdaad niet opgevolgd. We zijn er vanuit de AFM momenteel oké mee, het huidige systeem bij de mkb-kantoren leidt op dit moment niet tot grote problemen. Het is misschien niet ideaal, maar de wereld is nu eenmaal niet ideaal. Het heeft natuurlijk ook voordelen, je zit dicht op de klant en kunt een relatie opbouwen. Bij de OOB-kantoren is het uit elkaar getrokken en dat was goed, maar ik verwacht eigenlijk dat het systeem bij de reguliere vergunninghouders voorlopig zo blijft. Tenzij het op internationaal niveau verandert en Nederland niet achter kan blijven, maar daarvan is op dit moment geen sprake.”
De AFM nam bij de intrede van private equity in de accountancy niet direct stelling in. Hoe gaan jullie nu met PE om?
“Ik denk dat we wel stelling hebben genomen. Toen de eerste transactie bij ons binnenkwam, een jaar of vier of vijf geleden alweer, zagen we meteen dat de risico’s groter waren dan de kansen en dat hebben we laten weten. We kunnen natuurlijk alleen handhaven op wettelijke eisen, zoals dat de meerderheid in handen moet blijven van registeraccountants. Oók na het toetreden van private equity.”
En lukt dat? Hoe houden jullie hierop toezicht?
“Ja, dat lukt redelijk goed. Niks is waterdicht in het leven natuurlijk. Op korte termijn kan private equity een kwaliteitsimpuls geven, doordat IT-systemen en werkprocessen worden gestandaardiseerd en er snel wordt geïnvesteerd in moderne controletechnologie. Iets wat wij in principe toejuichen. Maar wat als er na een paar jaar wordt verkocht, welke belangen staan dan voorop? Die balans tussen commercieel en publiek belang is moeilijk in evenwicht te houden en daarover maken we ons best zorgen. Tot nu toe zien we dat het niet fout gaat en iedereen roept ‘maak je geen zorgen’. Maar wij delen overgenomen partijen wel in een wat hogere risicoklasse in en houden ze dus scherper in de gaten.”
Is private equity of een andere vorm van schaalvergroting nodig om overeind te blijven?
“We gaan er niet over, ik ben net zo blij met een eenpitter als tweehonderdpitter. Alle accountantskantoren zijn mij even lief. En ik snap het; investeringen in IT, AI of kwaliteitssystemen zijn kostbaar en het kan voordeliger zijn om het samen te doen. Maar er zijn ook accountants die juist een kleiner kantoortje beginnen, dat kan ook gewoon nog steeds, zeker als je misschien bepaalde taken of onderdelen outsourcet.”
De afgelopen jaren zijn er veel nieuwe regels of taken bijgekomen, zoals de Wwft en CSRD, terwijl er minder mankracht is. Is het kwaliteitsniveau bij mkb-kantoren nog wel realistisch?
“Gelukkig is er AI! Lastenverlichting is inderdaad een aandachtspunt. En wel of niet CSRD-assurance gaan bieden, is een strategische keuze.”
Ja, maar kantoren hebben veel geïnvesteerd in de voorbereiding op de CSRD en dit veranderde door de komst van de Omnibus. Begrijpt u het chagrijn daarover?
“Veel accountantsorganisaties hebben hierin de afgelopen jaren flink geïnvesteerd. Het is zuur als de wetgeving dan wordt ingeperkt; dat is de harde realiteit van het ondernemen. Ik snap dat het als een stap terug voelt als je je daarop hebt voorbereid en het niet doorgaat. Maar ook in afgeslankte vorm legt de CSRD de lat nog altijd veel hoger dan de oude wetgeving, dus per saldo blijft het een stap vooruit.
Er ligt nog veel werk voor accountants, het werkveld is complex, hopelijk kunnen die mensen met al hun capaciteiten ergens anders worden ingezet. Natuurlijk is de politiek soms onvoorspelbaar en op het gebied van duurzaamheid wat ongelukkig. Maar ik ben geen politicus, dus we wachten af wat er komen gaat en zullen toezicht houden op accountants die er wel mee te maken krijgen.”
U krijgt vanaf de zomer een andere rol binnen AFM. Heeft u daar zin in?
“Ik vind de AFM een fantastische club en vond het erg leuk om zes jaar lang verantwoordelijk te mogen zijn voor de accountancy. Ik ben van accountants gaan houden. Maar het is juist goed voor de sector als er een nieuwe toezichthouder komt. Ik word vanaf september verantwoordelijk voor het toezicht op het gebied van lenen, beleggen en verzekeren en pensioenen en heb daar veel zin in. Verder zijn we een collegiaal bestuur en zijn we gezamenlijk verantwoordelijk voor het volledige beleid. Dus ik blijf op die manier toch nog een beetje betrokken bij accountants en hoef ze niet helemaal los te laten.”
Tekst: Claudia Pietryga
Deze bijdrage komt uit het AV-magazine met als thema Fusies en overnames. Dit magazine is verschenen in april 2026. Zie https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av1-2026-fusies-en-overnames/


Geef een reactie