De meeste fusies en overnames mislukken niet op de cijfers, maar op de cultuur. Dat is geen zachte bewering van een HR-consultant met te veel vrije tijd. Het is een harde, keer op keer bewezen realiteit. Onderzoek na onderzoek toont aan dat 50 tot 85 procent van alle fusies de beloofde waarde niet waarmaakt. En de voornaamste boosdoener? Niet de balans, niet de marktpositie, niet eens de prijs. Maar het onvermogen om twee organisatieculturen samen te brengen.
Onzichtbaar besturingssysteem
Antropoloog Danielle Braun beschrijft het treffend in In voor- en tegenspoed: een fusie is een huwelijk. En wie trouwt zonder ooit te hebben gegeten bij de schoonfamilie, komt bedrogen uit. Organisatiecultuur is geen zachte bijzaak; het is het onzichtbare besturingssysteem dat bepaalt hoe mensen samenwerken, besluiten nemen en kwaliteit waarborgen. Negeer het, en je fuseert slechts op papier.
Cultuurschok
Cultuur gaat niet over een gezamenlijk logo of een gezamenlijk kerstdiner. Dat is alsof je gelooft dat een huwelijk slaagt omdat de trouwringen passen. Cultuurintegratie vereist gesprekken die ongemakkelijk zijn: Wat verstaan we onder kwaliteit? Hoe gaan wij om met fouten? Wie heeft hier eigenlijk het laatste woord?
Die schijnbaar zachte factoren zijn in werkelijkheid keihard. Als twee kantoren met fundamenteel verschillende opvattingen samengaan, ontstaat er geen synergie. Er ontstaat een cultuurschok. Medewerkers van het ene kantoor ervaren de werkwijze van het andere als slordig of bureaucratisch, als te commercieel of te voorzichtig. En omdat niemand deze spanningen heeft benoemd, laat staan bespreekbaar heeft gemaakt, gaan de beste mensen weg. Precies die professionals die je wilde behouden.
Kwaliteitskwestie
Voor accountantskantoren is cultuur geen luxeonderwerp. Het is een kwaliteitskwestie. We benadrukken bij SRA al jaren het belang van een kwaliteitsgerichte cultuur. Besteed je geen aandacht aan de verschillende mores rond kwaliteit, dan ontstaat er erosie. Medewerkers die gewend waren aan grondigheid voelen zich ontheemd. Cliënten merken dat de vertrouwde aanpak verandert. En de kwaliteit? Die valt tussen twee stoelen.
Braun pleit ervoor de tradities van beide organisaties serieus te nemen. Niet om alles te behouden, maar om te begrijpen welke rituelen en gewoonten betekenis dragen. De vrijdagmiddagborrel waar écht wordt gesproken. De maandelijkse vakinhoudelijke sessie die niemand wilde missen. Het zijn de ogenschijnlijke kleinigheden die bepalen of mensen zich thuis voelen. Verkijk je dus niet op alle prachtige synergieberekeningen tijdens een mogelijke fusie of overname. De enige vraag die er wellicht echt toe doet, is: “Hebben we al bij de schoonfamilie gegeten?”
Diana Clement AA RA, voorzitter SRA.
Deze bijdrage komt uit het AV-magazine met als thema Fusies en overnames. Dit magazine is verschenen in april 2026. Zie https://www.accountancyvanmorgen.nl/kennisdoc/av1-2026-fusies-en-overnames/


Goedendag,
Dit is zo waar wat je schrijft. Soms moet je van tevoren constateren dat 2 culturen niet samen te voegen zijn. In je artikel ga je er vanuit dat er wordt ingezet oom medewerkers te behouden. Dat is vaak slechts beperkt zo. Hoe meer kantoren hun werk hebben gestandaardiseerd (en dat is in hoge mate zo), hoe minder belangrijk is de medewerker. Daar komt bij dat accountants vaak heel goed zijn in hun werk, maar dat de zachte kant, de juiste communicatie en het “in de huid van de ondernemer kruipen” vooral gericht zijn op de productkant en niet op de relatiekant. Wat heeft een ondernemer echt nodig? Het is te gemakkelijk om te stellen dat de accountant weet wat de MKB ondernemer nodig heeft.
Vergelijk het met een verkoper bij een interieurwinkel. Ondanks dat de producten en materialen van superieure kwaliteit zijn, is het goed mogelijk dat het niet aansluit bij de wensen van de klant. Is het eigen product vertrekpunt of is de wens van de klant vertrekpunt?
Zelf heb ik een fusie meegemaakt tussen een productgerichte accountantspartij (17FTE) en een klantgericht administratiekantoor (8FTE). Op papier klopte alles. Na 5 jaar was iedereen vertrokken. De vraag is of een accountant daadwerkelijk bereid is om klantgericht te denken (luisteren naar klant/medewerkers, tijd investeren in klant zonder meteen met een factuur te wapperen) of dat zaken als rendement, declarabel zijn en partnerjacht heimelijk de strategie bepalen. Een eerlijke zelfreflectie ontbreekt nogal eens.