Een welzijnsorganisatie die subsidie ontvangt van de gemeente, vraagt in april 2025 via haar administratiekantoor een RA om de subsidieverantwoording te controleren. De controleverklaringen moeten uiterlijk op 1 mei 2025 worden aangeleverd. Een week voor de deadline stuurt de medewerker van het administratiekantoor nog een herinnering. De RA geeft daarop aan dat 1 mei niet haalbaar is; 19 mei gaat wel lukken. Dat moet dan maar, zo denkt de opdrachtgever, en die tekent voor akkoord. De deadline van de gemeente ligt op 1 juni, dus dat moet nog lukken.
Maar op 20 mei laat de RA weten dat hij de opdracht niet kan uitvoeren. “De reden is dat de controle verder moet reiken dan alleen de subsidieverantwoording en dat tevens de jaarrekening 2024 in de controle moet worden betrokken omdat deze ten grondslag ligt aan de subsidieverantwoording. Omdat wij vanaf het kalenderjaar 2024 geen jaarrekeningcontroles meer uitvoeren is de opdracht voor ons niet meer passend.” De organisatie moet een andere accountant zoeken, zo adviseert hij.
Inschattingsfout
De welzijnsorganisatie accepteert dat niet en stelt de RA aansprakelijk vanwege wanprestatie en dient een tuchtklacht in. De RA had voor het aanvaarden van de opdracht beter moeten onderzoeken of die haalbaar was, zo klaagt de organisatie, en heeft bovendien geen oog gehad voor de belangen van de zorgorganisatie. Voor de Accountantskamer erkent de RA dat hij pas later concludeerde dat de controle zich ook zou uitstrekken tot de jaarrekening; hij noemt dat een inschattingsfout. Hij betreurt het dat hij heeft moeten terugkomen op de aanvaarding van de opdracht.
Beleidswijziging niet gecommuniceerd
De Accountantskamer begint met een tip naar aanleiding van het besluit van het kantoor van de RA met ingang van 2025 geen jaarrekeningcontroles meer uit te voeren. “De Accountantskamer wijst erop dat het verstandig kan zijn terugkerende opdrachtgevers direct van een dergelijke beleidswijziging op de hoogte te stellen, zodat zij voldoende gelegenheid hebben een nieuwe accountant te vinden.”
De RA wist bovendien dat de uitvoering van de opdracht alleen kon met een gelijktijdige controle van de jaarrekening. “Dat was dus een uitgekiend moment om klaagster erover te informeren dat het kantoor geen jaarrekeningcontroles meer verrichtte en dus de opdracht zou moeten weigeren.” Desondanks heeft hij de opdracht aanvaard, wat hij zelf als fout erkent. “De Accountantskamer heeft mede daarom geen aanwijzingen dat betrokkene destijds niet eerlijk en oprecht heeft gehandeld.”
Opdracht had toch volbracht moeten worden
Maar de RA had na zorgvuldige afweging van de belangen moeten besluiten de opdracht toch uit te voeren, zo oordeelt de tuchtrechter. “Dat was dan weliswaar in strijd met het kantoorbeleid, maar de voor betrokkene kenbare belangen van klaagster hadden zwaarder moeten wegen.” Het verweer van de RA dat hij de opdracht bij een samenwerkend kantoor had willen onderbrengen, maar dat de zorginstelling dat heeft geweigerd, gaat niet op. “Het voornemen of het aanbod om de opdracht in samenwerking met een ander kantoor te voltooien is niet duidelijk gemaakt aan klaagster. Immers, in zijn bericht van 20 mei 2025 ’s ochtends volstaat betrokkene met het informeren van klaagster dat zij uitstel kan vragen aan de gemeente en zelf een andere accountant moet zoeken.”
Geen formele klacht
De klacht dat de RA niet heeft gereageerd op de klachtbrief met de aansprakelijkheidstelling, wordt ongegrond verklaard. De brief is doorgestuurd naar de verzekeraar en dat was voldoende, oordeelt de Accountantskamer, omdat in de brief niet staat dat de zorginstelling een klacht bij de kantoororganisatie wil indienen. “De brief is civielrechtelijk van aard, omdat klaagster schadevergoeding claimt vanwege een toerekenbare tekortkoming. Op dat deel van de klacht heeft betrokkene voldoende gereageerd.” Er staat geen formele klacht niet in de brief, anders dan de mededeling dat de organisatie een tuchtklacht wil indienen. “Het kan betrokkene daarom niet worden verweten dat de klacht niet binnen drie weken is afgehandeld conform zijn kantoorregeling.”
Geen warme overdracht
De RA krijgt een berisping opgelegd. “Betrokkene heeft in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid door een opdracht te aanvaarden, waarvan hij had moeten begrijpen dat deze op basis van een wijziging van het kantoorbeleid niet kon worden uitgevoerd. Ook heeft hij onvoldoende rekening gehouden met de voor hem kenbare belangen van klaagster en niet gezorgd voor een warme overdracht aan een ander accountantskantoor.”


Geef een reactie