Zaak nrs: 24/4360 en 25/2229 Wtra AK
Een inmiddels op eigen verzoek doorgehaalde AA is sinds 2019 accountant van een recreatiepark en de daarbij horende acht BV’s. In april 2024 zegt het park de overeenkomst op, waarna er onenigheid ontstaat over nog openstaande facturen ter hoogte van € 28.551,12. Er wordt later een vaststellingsovereenkomst gesloten die wordt nageleefd, maar dat geldt niet voor aanvullende afspraken over het verstrekken van stukken en betaling van € 9.551,12.
Het recreatiepark dient een tuchtklacht in en verwijt de AA fouten bij de opdrachtbevestiging, belastingaangiften, het samenstellen van de jaarrekeningen en aanvragen op grond van de NOW- en TVL-regelingen.
Opdrachtbevestiging deugde niet
De Accountantskamer wijst de klacht over de opdrachtbevestiging toe. De offerte bevat alleen informatie over de door de AA uit te voeren werkzaamheden en de daarmee samenhangende kosten. “In deze offerte staat niets over de doelstellingen en reikwijdte van de opdracht, de verantwoordelijkheden van het management met betrekking tot de samenstellingsopdracht en de vorm en inhoud van de samenstellingsverklaring. Daarom moet worden geconcludeerd dat betrokkene de samenstellingsopdracht niet in overeenstemming met de (destijds) geldende regels heeft vastgelegd.”
Fouten bij het samenstellen van de jaarrekeningen zijn echter niet aan de orde, zo oordeelt de tuchtrechter. Zo staat niet vast dat de AA de jaarrekening 2023 van een van de BV’s heeft samengesteld, zodat het vermeende ontbreken van een samenstellingsverklaring bij deze jaarrekening hem niet kan worden aangerekend. Of hij alle enkelvoudige jaarrekeningen heeft verstrekt, staat ter discussie en is niet aannemelijk gemaakt.
Management blijft verantwoordelijk
Bovendien stipt de Accountantskamer aan dat bij een samenstellingsopdracht het management verantwoordelijk blijft voor de historische financiële informatie en voor de basis waarop deze is opgesteld en gepresenteerd. “Een samenstellingsopdracht is geen assurance-opdracht. Daarom wordt bij een samenstellingsopdracht niet van een accountant verlangd om de nauwkeurigheid of de volledigheid van de door het management verschafte informatie te verifiëren of anders onderbouwende informatie te verzamelen.” De primaire verantwoordelijkheid voor de jaarrekeningen lag dus bij het management en het is niet aannemelijk dat de AA bij het samenstellen van de jaarrekeningen aanleiding had moeten zien om nadere informatie in te winnen.
Ook de klacht over het niet tijdig deponeren van de jaarrekeningen gaat de prullenmand in: dat is eveneens de verantwoordelijkheid van het management. Bovendien is niet gebleken dat de AA al in 2019 de opdracht had om de deponering te verzorgen. Tegen de stelling van een administratieve chaos en achterstanden bij het recreatiepark hebben de klagers te weinig ingebracht.
Groepsregeling NOW
Wel is de AA de mist ingegaan met de NOW-aanvragen van het park. Daarbij is niet uitgegaan van de groepsregeling, maar van de individuele vennootschappen. De AA heeft in de aanvragen expliciet aangegeven dat geen sprake was van een groep, waardoor het park de ontvangen coronasteun moest terugbetalen. “Betrokkene heeft niet onderbouwd op grond waarvan, in afwijking van de hoofdregel, aanleiding bestond om de coronasteun aan te vragen op het niveau van de werkmaatschappijen. Dat dit de wens van zijn opdrachtgever was ontslaat hem niet van zijn eigen verantwoordelijkheid voor de juistheid van de door hem ingediende NOW-aanvragen.” Hij had als poortwachter bovendien kritisch moeten kijken naar de NOW-aanvragen voor ze in te dienen. De Accountantskamer concludeert dat de AA heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Zelf actie moeten ondernemen
Dat de accountant ook fouten heeft gemaakt door te laat of geen bezwaar te maken tegen besluiten op grond van de TVL en geen door te sturen met betrekking tot een NOW-steekproef, vindt de tuchtrechter niet bewezen. Daarvoor is de onderbouwing van de klacht te mager. “De Accountantskamer [gaat] niet zelfstandig in deze producties op zoek naar wat wel en niet dienstig zou kunnen zijn voor hun klachten.” Bovendien is de correspondentie over de NOW-steekproef aan het adres van het recreatiepark gericht. “Daarom mocht betrokkene ervan uitgaan dat het recreatiepark op de hoogte was van de lopende procedures. Na beëindiging van de opdracht en het onbetaald blijven van zijn facturen kon niet van betrokkene worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden voor de lopende procedures zou voortzetten en had het recreatiepark daarin zelf actie moeten ondernemen.”
Woonplaatsfictie
De AA krijgt het verwijst dat hij onjuiste belastingaangiften heeft gedaan, onder meer door een woonhuis afwisselend wel en niet bij de Belastingdienst op te geven en privégrond waar vakantiehuisjes op werden geplaatst, op te geven als box 3-vermogen. Ook vinden de klagers dat door toedoen van de accountant vragen zijn ontstaan over het fiscaal inwonerschap en het gebruikelijk loon van de eigenaren en dat er daardoor sinds 2016 al veel gedoe is met de fiscus.
Die woonplaatsfictie is echter door de eigenaren zelf aangezwengeld, aldus de AA, omdat zij vonden dat ze fiscaal gezien inwoners waren van een ander land. En met die box 3-grond gebeurde jarenlang niet veel op het gebied van vakantiewoningen, werpt hij tegen. De Accountantskamer gaat daarin mee: met de Belastingdienst werd al gediscussieerd over het gebruikelijk loon en de domiciliekeuze voordat de AA met zijn werkzaamheden was begonnen. Een onjuiste opgave van het woonhuis is uit de stukken niet gebleken. En plannen voor 60 vakantiewoningen moesten gedurende de jaren die ter discussie staan, vooral concreet worden: financiering en vergunningen waren nog lang niet geregeld.
De AA heeft wel een fout gemaakt door bij de Vpb-aangifte bij de afschrijving van onroerend goed geen rekening te houden met de bodemwaarde.
Verantwoordelijkheid buiten zichzelf gelegd
De klacht is gedeeltelijk gegrond en dat levert de AA een tijdelijke doorhaling voor de duur van één maand op. “Daarbij is in aanmerking genomen dat betrokkene het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid verschillende keren heeft geschonden. Ook is meegewogen dat uit de verklaringen van betrokkene volgt dat hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden onvoldoende regie heeft gevoerd en zich onvoldoende bewust is geweest van zijn verantwoordelijkheid als accountant.” De Accountantskamer rekent hem zwaar aan dat hij de verantwoordelijkheid voor zijn handelen met betrekking tot de door hem ingediende NOW-aanvragen buiten zichzelf heeft neergelegd.


Geef een reactie