De kritiek richt zich in het bijzonder op twee maatregelen uit het coalitieakkoord: de beperkte indexatie van de inkomstenbelastingschijven en de zogenoemde vrijheidsbijdrage voor de financiering van hogere defensie-uitgaven. Volgens het IMF leiden beide ingrepen tot een hogere belastingdruk op arbeid. Dat remt volgens de instelling de arbeidsparticipatie en het aantal gewerkte uren, terwijl Nederland juist behoefte heeft aan extra arbeidsaanbod.
Met name het niet volledig laten meestijgen van de belastingschijven met de inflatie krijgt ervan langs. Door die keuze schuiven belastingplichtigen sneller door naar hogere tarieven, waardoor de effectieve belastingdruk stijgt zonder dat daar expliciete tariefsverhogingen tegenover staan. Ook de geplande verhoging van sociale premies via het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) wordt door het IMF gezien als een lastenverzwaring op werk.
Kritiek uit meer hoeken
De waarschuwing sluit aan bij eerdere kritiek van de Raad van State op de voorjaarsnota. Ook daar werd gewezen op de eenzijdige nadruk op werkenden bij het dichten van begrotingsgaten. Politiek ligt vooral het gebruik van de Aof-premies gevoelig. In de Tweede Kamer ontbreekt inmiddels een meerderheid voor het plan om via dit fonds de begroting sluitend te maken. Een motie van de SP om middelen uit het fonds uitsluitend aan arbeidsongeschiktheidsregelingen te besteden kreeg steun van de volledige oppositie.
Het IMF zet daar een alternatief tegenover dat in Den Haag al jaren terugkeert, maar zelden concreet wordt uitgewerkt: het afbouwen van belastinguitgaven en fiscale uitzonderingsregimes. Volgens het fonds kan juist daar budgettaire ruimte worden gevonden zonder de belasting op arbeid verder op te voeren. Het IMF spreekt expliciet van “kostbare en ineffectieve” fiscale faciliteiten die het belastingstelsel onnodig complex maken en economische verstoringen veroorzaken.
Daarmee raakt de monetaire instantie aan een gevoelig dossier binnen het Nederlandse fiscale beleid. De discussie over fiscale regelingen sleept al jaren voort, terwijl opeenvolgende kabinetten omvangrijke evaluaties aankondigen maar zelden tot fundamentele keuzes komen. Het fonds noemt een brede herziening van belastingvoordelen noodzakelijk om het stelsel eenvoudiger, consistenter en efficiënter te maken.
Nederlandse economie relatief sterk
De fiscale kritiek van het IMF maakt deel uit van een bredere analyse van de Nederlandse economie. Het IMF constateert dat Nederland 2026 ingaat vanuit een relatief sterke uitgangspositie, maar waarschuwt tegelijk voor toenemende kwetsbaarheid door de oorlog in het Midden-Oosten, hogere energieprijzen en structurele capaciteitsproblemen. De economische groei zou dit jaar terugvallen naar 1 procent, terwijl de inflatie opnieuw oploopt richting 2,9 procent.
Volgens het fonds blijven juist structurele knelpunten de Nederlandse economie afremmen. Het gaat daarbij om netcongestie, stikstofbeperkingen, woningtekorten en een steeds krapper wordende arbeidsmarkt. Tegen die achtergrond noemt het IMF het “onverstandig” om fiscale maatregelen te nemen die arbeid duurder maken of de prikkel om te werken verzwakken.
Het IMF toont zich tegelijkertijd opvallend positief over andere onderdelen van het coalitieakkoord. Zo is het IMF te spreken over de relatief gerichte steunmaatregelen voor hoge energieprijzen en over de ambitie om defensie-uitgaven geleidelijk op te voeren naar 3,5 procent van het bbp in 2035. Ook investeringen in innovatie en infrastructuur krijgen steun, al waarschuwt het IMF dat politieke onzekerheid en uitvoeringsproblemen de effectiviteit van de plannen kunnen ondermijnen.
Box 3
Op fiscaal terrein bevat het rapport nog een tweede opvallende passage: het IMF dringt aan op een robuuste hervorming van de belastingheffing in box 3. De huidige overgangsregeling wordt omschreven als juridisch kwetsbaar en administratief complex. Volgens het fonds zijn stabielere en voorspelbare regels nodig om investeerders meer zekerheid te bieden en verstoringen in spaar- en investeringsbeslissingen te beperken.
Daarbij wijst het IMF expliciet op de risico’s van een heffing op ongerealiseerde vermogenswinsten. Onder meer liquiditeitsproblemen, asymmetrische verliesverrekening en effecten op innovatieve ondernemingen en kleinere beleggers vragen volgens het fonds om zorgvuldige uitwerking. Het IMF benadrukt dat uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid centraal moeten staan bij verdere hervormingen van de vermogensrendementsheffing.
(ANP/IMF)


Geef een reactie