Vooral de belastingheffing over ongerealiseerde, zogenoemde papieren winsten ligt onder vuur.
Tijdens het debat dinsdag bleek dat ook coalitiepartijen VVD en CDA grote bezwaren houden tegen het huidige stelsel van vermogensaanwasbelasting voor beleggingen. Zij geven de voorkeur aan een vermogenswinstbelasting, waarbij belasting pas verschuldigd is op het moment dat een belegging daadwerkelijk wordt verkocht.
Meer tijd voor nieuw voorstel
Eerenberg zei de wensen van de Eerste Kamer “als huiswerk voor de zomer” mee te nemen. Het kabinet werkt de komende maanden aan een aangepast wetsvoorstel. Op Prinsjesdag moet duidelijk worden welke wijzigingen worden voorgesteld. Daarna buigt eerst de Tweede Kamer zich daarover, waarna de Eerste Kamer opnieuw aan zet is.
Met het uitstel voorkomt de senaat dat het wetsvoorstel nog voor de zomer wordt verworpen. Dat zou volgens de staatssecretaris ook onderdelen van de wet treffen waar wel brede steun voor bestaat. Hij wees er tijdens het debat dinsdag op dat het voorgestelde stelsel voor onder meer bezitters van een vakantiewoning in veel gevallen tot een lagere belastingdruk leidt dan het huidige systeem, en noemde het voorstel eerlijker dan de bestaande heffing op basis van een forfaitair rendement.
Breed verzet tegen belasting op papieren winsten
Het debat maakte duidelijk dat een meerderheid van de senaat moeite heeft met het belasten van niet-gerealiseerde waardestijgingen van beleggingen. VVD-senator Marjolein van der Linden noemde een vermogensaanwasbelasting als eindstation voor haar fractie “niet aanvaardbaar”. CDA-senator Janny Bakker verklaarde dat haar fractie er geen bezwaar tegen zou hebben als het wetsvoorstel geheel zou worden ingetrokken, al wil zij het kabinet eerst de gelegenheid geven met verbeteringen te komen.
Ook BBB, PVV, JA21, SGP, Forum voor Democratie en 50PLUS spraken zich uit voor een volledige vermogenswinstbelasting. Daartegenover verdedigden Pro, SP en Volt het uitgangspunt van het wetsvoorstel, waarbij jaarlijks belasting wordt geheven over het werkelijke rendement, inclusief ongerealiseerde waardestijgingen van beleggingen.
Budgettaire gevolgen spelen belangrijke rol
Een directe overstap naar een volledige vermogenswinstbelasting heeft volgens ramingen van het ministerie van Financiën forse budgettaire consequenties. Ambtenaren becijferden eerder dat daardoor in de periode tot 2036 circa 22 miljard euro minder belasting zou worden opgehaald dan nu is geraamd. Tegenover die verwachte opbrengsten staan volgens Eerenberg al geplande uitgaven.
Volgens de begrotingsregels moet een lagere opbrengst uit box 3 bovendien binnen het belastingdomein worden gecompenseerd. Eerenberg gaf daarbij aan dat hij een eventuele dekking zoekt binnen de vermogenssfeer en niet via een hogere belasting op arbeid.
Tijdens het debat werden verschillende alternatieven genoemd, waaronder aanpassingen van de tarieven in box 2 en het benutten van eventuele meevallers bij de hersteloperatie box 3. Eerenberg temperde die laatste verwachting echter. Kort voor het debat liet hij de Kamers weten dat daar op dit moment onvoldoende zicht op bestaat. De Belastingdienst heeft inmiddels ongeveer 800.000 verzoeken om herstel ontvangen, waarvan circa 35.000 zijn afgehandeld. Volgens de staatssecretaris ontstaat pas in het najaar een beter beeld van de uiteindelijke kosten.
Ook aanpassingen kosten miljarden
Naast de discussie over de vermogensaanwasbelasting werkt het kabinet aan andere wijzigingen van het wetsvoorstel. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de invoering van een achterwaartse verliesverrekening en een ruimere uitzondering voor start-ups. Ook die aanpassingen zijn echter niet kosteloos. Senator Martin van Rooijen (50PLUS) wees erop dat daarvoor eveneens een prijskaartje van meerdere miljarden euro’s hangt.
De VVD drong er daarnaast op aan een einddatum op te nemen voor de vermogensaanwasbelasting, zodat de overgang naar een volledig stelsel van vermogenswinstbelasting daadwerkelijk wordt afgedwongen. Volgens Van der Linden is “in de politiek weinig zo blijvend als een tijdelijke regeling zonder einddatum”.
De uitkomst van de zomeronderhandelingen moet op Prinsjesdag duidelijk worden. Pas nadat de Tweede Kamer zich over de aangekondigde wijzigingen heeft uitgesproken, zal de Eerste Kamer opnieuw stemmen over het wetsvoorstel.
(ANP/NOS/FD)


Geef een reactie