Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB), waarin ook is gekeken naar de feitelijke belastingdruk op nalatenschappen.
Er bestaat breed draagvlak voor een progressieve erfbelasting, concludeert het CPB. Veel Nederlanders vinden dat grotere erfenissen zwaarder belast zouden moeten worden dan kleinere nalatenschappen. Die voorkeur wordt gedeeld door respondenten van verschillende leeftijden en vermogensniveaus. De huidige erfbelasting kent al een progressieve tariefstructuur, maar in de praktijk wordt de uiteindelijke belastingdruk vooral bepaald door de familierelatie tussen erflater en erfgenaam en door het type vermogen dat wordt nagelaten.
Opvattingen hangen samen met visie op ongelijkheid
Het onderzoek laat zien dat maatschappelijke opvattingen een belangrijke rol spelen bij de houding tegenover erfbelasting. Respondenten die economische ongelijkheid als een groot probleem zien, zijn vaker voorstander van hogere tarieven. Mensen die juist vinden dat succes vooral het gevolg is van eigen inspanning, pleiten vaker voor een lagere erfbelasting.
Opvallend is volgens het CPB dat verwachtingen over mogelijke economische effecten van een hogere erfbelasting, zoals minder werken of investeren, nauwelijks samenhangen met de voorkeuren van respondenten. Daarnaast blijken opvattingen over erfbelasting niet onveranderlijk. Wanneer mensen beter worden geïnformeerd, kunnen hun voorkeuren verschuiven. Volgens het planbureau kan meer kennis daarom bijdragen aan een beter onderbouwd maatschappelijk debat over de toekomstige vormgeving van de erfbelasting, zeker nu de omvang van nalatenschappen de komende jaren naar verwachting zal toenemen.
Meeste nalatenschappen blijven onbelast
Uit de analyse van belastinggegevens blijkt dat over de meeste erfenissen geen erfbelasting wordt betaald. Veel nalatenschappen blijven onder de geldende vrijstellingsgrenzen en komen daardoor niet in beeld bij de Belastingdienst. Bij ongeveer 35 procent van de overledenen wordt wel aangifte erfbelasting gedaan. Deze nalatenschappen vertegenwoordigen naar schatting circa driekwart van het totale nagelaten vermogen.
Voor deze groep bedraagt de gemiddelde effectieve belastingdruk ongeveer 11 procent. Daarbij bestaan grote verschillen. Partners en kinderen betalen doorgaans lagere tarieven dan verdere familieleden, terwijl ook de samenstelling van het vermogen van invloed is. Zo wordt ondernemingsvermogen door bestaande vrijstellingen gemiddeld minder zwaar belast dan andere vermogensbestanddelen.
De CPB-publicatie is hier te vinden.


Meerderheid? Een onderzoek onder 4501 mensen? Laat me niet lachen.
Alsof er mensen te vinden zijn die willen dat nabestaanden minder overhouden van wat zij nalaten. Alsof er mensen te vinden zijn die het vermogen liever aan de koning geven (=belastingdienst) dan aan hun eigen vlees en bloed zoals hun eigen kinderen. De erfenis, hun opgebouwde vermogen, waarvoor zij hun hele leven hebben gewerkt en hebben gespaard en het belangrijkste waarover zij hun hele leven lang (onrechtmatig) al belasting hebben betaald. In WEF Agenda 2030 is te vinden dat mensen niets meer zullen bezitten. En dan ook helemaal niets. Hoe zou dat nou worden gerealiseerd? Nou gewoon zo. Eerst mensen bespelen met leugens van zogenaamde onderzoeken en dan de wet aanpassen die wordt ondertekend door de koning want ja er is draagkracht voor. Wat zou er gebeuren wanneer erfenissen zwaarder worden belast? Worden vermogens van families dan groter of kleiner? Overigens wie nog meer trouw aan de koning zweren zijn politici (links en rechts), de politie, advocaten, rechters, militairen, burgemeesters. En de koning maakt ook de wetten want zijn handtekening staat er onder. Vandaar dat er nooit wat ten gunste van mensen veranderd! En ouderen die meer mogen gaan betalen voor het OV.
Het is schandalig dat een dergelijk instituut, door ons burgers betaald, naar de pijpen danst van de politiek. Schandalig! Ik vind persoonlijk dat dit instituut excuses moet aanbieden aan ons burgers en tevens gesloten moet worden. Wat me nog het meest ergert is dat het CPB op haar site geen mogelijkheid laat tot commentaar, wat een hypocriete bende.
Het is zo dat:
• Het CPB dit presenteert alsof een meerderheid van de bevolking hogere erfbelasting wil.
• Maar in de ruwe enquête data blijkt dat veel respondenten de vraag niet begrijpen, twijfelen, of helemaal geen hogere erfbelasting willen.
• Het CPB zou antwoorden hebben samengevoegd op een manier die de conclusie kunstmatig richting “meer erfbelasting” duwt.
Waarom zit hier “een luchtje” aan?
de CPB conclusie is misleidend:
1. Suggestieve vraagstelling
De CPB vragen zouden zo geformuleerd zijn dat mensen onbewust richting een bepaald antwoord worden geduwd. Bijvoorbeeld:
• Door erfbelasting te koppelen aan “gelijke kansen”
• Door framing zoals “rijkere huishoudens dragen bij aan solidariteit”
2. Selectieve samenvatting
CPB alleen de antwoorden die pleiten voor hogere erfbelasting prominent benoemt, terwijl:
• Veel mensen tegen zijn
• Veel mensen neutraal zijn
• Een deel de vraag niet begrijpt
Toch wordt het gepresenteerd als: “Nederland wil meer erfbelasting.”
3. Politieke timing
De publicatie komt precies op het moment dat Nederland de grootste vermogensoverdracht ooit ingaat (babyboom erfenissen). Dit is politiek handig is voor partijen die erfbelasting willen verhogen.
4. Methodologische problemen
Het is dat:
• De steekproef niet representatief lijkt
• De interpretatie van de antwoorden te kort door de bocht is
• De CPB conclusie niet overeenkomt met de ruwe data
Waarom is dit belangrijk?
erfbelasting:
• Al een van de meest gehate belastingen is
• Vaak wordt gezien als dubbele belasting
• Politiek gevoelig is omdat het gaat om familievermogen en emotie
Het is zeer zorgwekkend dat het CPB de publieke opinie verkeerd weergeeft.
Steun voor verhoging erfbelasting bij andere onderzoeken:
CPB
• Lage steun voor erfbelasting als concept.
• Veel mensen vinden erfbelasting “onrechtvaardig” of “dubbel belast”.
• Maar CPB focust niet op algemene steun — alleen op gewenste tarieven.
•
I&O Research (2021)
• 62% vindt erfbelasting onrechtvaardig.
• 55% wil erfbelasting verlagen of afschaffen.
• Slechts 14% wil hogere erfbelasting.
•
NRC/Ipsos (2019)
• Meer dan de helft vindt erfbelasting “te hoog”.
• Afschaffen is populairder dan verhogen.
•
EenVandaag (2018)
• 70% tegen verhoging.
• 40% wil volledige afschaffing.
Conclusie: → Buiten het CPB is er geen meerderheid die erfbelasting in het algemeen wil verhogen.
Het CPB doet aan:
1. Normatieve framing
Veel CPB vragen koppelen erfbelasting aan positieve maatschappelijke waarden:
• “Erfbelasting draagt bij aan gelijke kansen.”
• “Grotere erfenissen kunnen ongelijkheid vergroten.”
Dit is een klassieke vorm van value framing: → Door een belasting te koppelen aan een moreel wenselijk doel, wordt het antwoord richting ‘hoger’ geduwd.
2. Contextuele priming
De CPB vragen worden voorafgegaan door tekst over:
• stijgende vermogensongelijkheid
• grote erfenissen bij rijke huishoudens
• intergenerationele ongelijkheid
Dit is priming: → Respondenten worden eerst geconfronteerd met informatie die hogere erfbelasting logisch doet lijken. → Daarna volgt de vraag over gewenste tarieven.
Dat beïnvloedt antwoorden zonder dat mensen het doorhebben.
3. Asymmetrische antwoordopties
De CPB vragen bieden vaak:
• meerdere opties voor hogere tarieven
• één optie voor lagere tarieven
• één neutrale optie
Dat is option skew: → Meer keuze aan de “hoge kant” leidt statistisch tot meer hoge antwoorden. → Mensen kiezen vaker een optie die “precies goed voelt”, en die ligt dan vaker aan de hoge kant.
4. Progressiviteit als default
De CPB vragen zijn geformuleerd alsof progressiviteit vanzelfsprekend is:
• “Hoeveel hoger moet het tarief zijn bij grote erfenissen?”
Hier ontbreekt de optie: → “Moet het überhaupt hoger zijn?”
Dat is assumptive questioning: → De vraag veronderstelt dat hogere belasting bij grote erfenissen gewenst is, en vraagt alleen hoeveel.