Volgens de Accountantskamer zijn de verwijten grotendeels onvoldoende onderbouwd, terwijl de accountant voor de geschillenregeling mocht terugvallen op de overeengekomen algemene voorwaarden.
Uitspraak: 25/3131 Wtra AK
De klacht was ingediend door een groep vennootschappen waarvoor het accountantskantoor sinds 2020 werkzaamheden verrichtte, waaronder het samenstellen van jaarrekeningen en het verzorgen van aangiften inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en btw. Nadat een aantal facturen onbetaald bleef, startte het accountantskantoor een buitengerechtelijk incassotraject. Daarna verslechterde de verhouding tussen partijen en werd de samenwerking beëindigd.
Geen verwijt voor belastingrente en verzuimboete
De ondernemingen stelden dat zij bijna 14.000 euro aan belastingrente en verzuimboetes hadden moeten betalen doordat aangiften te laat waren ingediend. Volgens de Accountantskamer is dat verwijt onvoldoende geconcretiseerd.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de verzuimboete betrekking had op een vennootschapsbelastingaangifte over 2018. Op het moment waarop die aangifte had moeten zijn ingediend, had het accountantskantoor de opdracht echter nog niet gekregen. Daarom valt volgens de Accountantskamer niet in te zien dat de accountant daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden.
Voor de overige aangiften gold dat de vennootschappen deelnamen aan de zogenoemde beconregeling, waarmee fiscale dienstverleners uitstel kunnen krijgen voor het indienen van aangiften. De accountant had gemotiveerd betwist dat zijn kantoor aangiften te laat had ingediend, waarna het op de weg van klagers lag dat nader te onderbouwen. Dat is volgens de tuchtrechters niet gebeurd.
Ook de belastingrente leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. De Accountantskamer wijst erop dat belastingrente geen straf is, maar een vergoeding voor renteverlies van de Belastingdienst. Bovendien hadden de ondernemingen die rente kunnen beperken door hogere voorlopige aanslagen aan te vragen. Niet is gesteld of gebleken dat het verzorgen van dergelijke verzoeken onderdeel uitmaakte van de opdracht aan de accountant.
Verwijten over fouten onvoldoende onderbouwd
Ook de klacht dat de accountant de opdracht slecht zou hebben uitgevoerd, houdt geen stand. De ondernemingen voerden aan dat de jaarrekeningen veel fouten bevatten en dat hun eigen boekhouder veel tijd kwijt was aan herstelwerkzaamheden. Volgens de Accountantskamer ontbreekt daarvoor echter een voldoende feitelijke onderbouwing.
Dat tijdens de zitting alsnog voorbeelden van vermeende fouten werden genoemd, helpt de klagers niet. De tuchtrechter oordeelt dat klachten tijdig en met stukken moeten worden onderbouwd, zodat de accountant zich daartegen behoorlijk kan verweren. Door pas tijdens de mondelinge behandeling met voorbeelden te komen, zijn volgens de Accountantskamer de beginselen van een behoorlijke tuchtprocedure, waaronder het verdedigingsbeginsel, geschonden.
E-mailverkeer spreekt verwijt tegen
Het verwijt dat de accountant slecht communiceerde, strandt eveneens. Volgens de ondernemingen reageerde hij niet op telefoontjes en schriftelijke verzoeken, terwijl zij voor de verwerking van hun financiële administratie van hem afhankelijk waren.
De Accountantskamer ziet daarvoor echter geen steun in het dossier. Uit de overgelegde e-mailwisseling blijkt juist dat zowel de accountant als een collega-accountant steeds op berichten van de bestuurder reageerden. Andere concrete voorbeelden van gebrekkige communicatie zijn niet aangedragen. Ook dit klachtonderdeel is daarom ongegrond.
Geen verplichting tot Raad voor Geschillen
Tot slot verwijten de ondernemingen de accountant dat hij niet wilde meewerken aan behandeling van het geschil door de Raad voor Geschillen van de NBA, maar vasthield aan een civiele procedure.
De Accountantskamer stelt vast dat in de algemene voorwaarden van het accountantskantoor uitdrukkelijk was bepaald dat geschillen aan de rechtbank Oost-Brabant zouden worden voorgelegd. De ondernemingen hadden bij het aangaan van de opdrachten met die voorwaarden ingestemd. Daarnaast is deelname aan de geschillenregeling van de NBA vrijwillig.
Volgens de tuchtrechter kan een dergelijke contractuele keuze alleen onder bijzondere omstandigheden tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer een accountant bewust een onjuist of misleidend standpunt inneemt. Van zulke omstandigheden is in deze zaak geen sprake. Dat procederen bij de rechtbank meer tijd en geld kost dan een procedure bij de Raad voor Geschillen, is daarvoor onvoldoende.


Geef een reactie