Zaaknr: 25/3131 Wtra AK
De klacht kwam van de directeur en eigenaar van een houdstermaatschappij van detacheringsbureaus. Zij verwijt de accountant dat hij tussen 2019 en 2023 structureel tekort is geschoten bij het samenstellen van jaarrekeningen en het verzorgen van fiscale aangiften.
Meerdere fouten in concept-jaarrekeningen
Volgens klaagster bevatten de concept-jaarrekeningen meerdere fouten. Zo zou de verwerking van de vennootschapsbelasting in een verlengd boekjaar onjuist zijn geweest, waardoor bedragen in de jaarrekening afweken van de aangifte. Het accountantskantoor stelde dat dit niet anders kon, maar volgens een andere accountant was een correcte verwerking wel degelijk mogelijk. Ook in de toelichting op de jaarrekening 2022 zou een onjuiste omzetomschrijving zijn opgenomen, iets wat volgens klaagster direct had moeten worden gesignaleerd.
Fouten werden later wel aangepast, maar daarbij zou zijn aangegeven dat correcties niet noodzakelijk waren. Klaagster noemt dat onbegrijpelijk en in strijd met de zorgplicht. Aanvankelijk ging zij ervan uit dat de aangeleverde cijfers juist waren. Pas nadat de houdstermaatschappij een eigen boekhouder had aangesteld, kwamen de onjuistheden volgens haar aan het licht.
Capaciteitsgebrek en hoge werkdruk
Pogingen om de kwestie met de accountant te bespreken strandden, stelt klaagster. E-mails bleven volgens haar onbeantwoord of werden niet inhoudelijk behandeld. Ook een voorstel tot mediation leverde niets op, wat zij typeert als ‘een terugkerend patroon in het dossier’.
De problemen hangen volgens klaagster samen met de snelle groei van het accountants- en advieskantoor, waardoor sprake zou zijn van capaciteitsgebrek en hoge werkdruk. Zij wijst er daarbij op dat werkzaamheden mogelijk deels door stagiaires zijn uitgevoerd, terwijl tarieven voor senior personeel werden gerekend.
Te laat indienen fiscale aangiften
Daarnaast zou de onderneming te maken hebben gekregen met rente en boetes wegens het te laat indienen van fiscale aangiften, met een totale omvang van ongeveer 14.000 euro. Deze kosten en extra werkzaamheden zijn volgens klaagster het directe gevolg van tekortschietende dienstverlening.
In 2024 beëindigde de houstermaatschappij de samenwerking met het accountants- en advieskantoor. Een voorstel om het dispuut voor te leggen aan de Raad van Geschillen werd door de accountant afgewezen, waarna klaagster de gang naar de rechter maakte.
Onderbouwing ontbreekt
De accountant betwist de verwijten. Volgens zijn advocaat, Marc Heuvelmans, ontbreekt iedere onderbouwing voor de klachten over de kwaliteit van het werk. “Er zijn geen documenten waaruit spoor van een eerste waarheid met betrekking tot de klachten zou kunnen blijken.”
Voor eventuele schade door te late aangiften wijst hij bovendien naar een fiscalist binnen het kantoor, waarvoor volgens hem een andere tuchtrechter bevoegd is.
Volgens de verdediging lijkt de klacht vooral bedoeld om positie te versterken in een lopende civiele procedure. De accountant verzoekt de Accountantskamer daar niet in mee te gaan.
Langdurig openstaande facturen
Tijdens de zitting kwam ook het ontbreken van onderbouwende stukken aan de orde. Klaagster verwees naar omvangrijke e-mailcorrespondentie, waarin volgens haar vragen herhaaldelijk onbeantwoord bleven.
De voorzitter vroeg de accountant waarom niet inhoudelijk was gereageerd en waarom bemiddeling was afgewezen. De accountant gaf aan dat langdurig openstaande facturen daarbij een rol speelden. Volgens hem stonden rekeningen maandenlang onbetaald en werden herinneringen afgedaan met verwijzingen naar een boekhouder, waarna voor hem de grens was bereikt.


Geef een reactie