De opdracht kan daarmee naar advocatenkantoor Greenberg Traurig. KPMG Advisory wilde met het kort geding voorkomen dat de Staat de opdracht voor juridische ondersteuning bij cloud- en IT-diensten definitief aan advocatenkantoor Greenberg Traurig gunt. Dat bleek twee weken geleden bij de voorzieningenrechter in Den Haag. Het accountants- en advieskantoor vond dat de aanbesteding opnieuw moest worden gedaan, of dat de inschrijvingen op zijn minst opnieuw moesten worden beoordeeld.
De rechtbank Den Haag wijst die vorderingen af. Dat KPMG de aanbestedingsstukken anders heeft uitgelegd dan de Staat, betekent volgens de voorzieningenrechter niet dat die stukken naar objectieve maatstaven voor meerdere uitleg vatbaar waren.
Fictieve cloudleverancier
Het ministerie van Justitie en Veiligheid zette eerder dit jaar een opdracht uit voor juridische ondersteuning bij onderhandelingen met grote techreuzen, ook wel bekend als hyperscalers. De maximale waarde daarvan was 7,4 miljoen euro. KPMG Advisory was een van de inschrijvers, maar de opdracht ging uiteindelijk naar Greenberg Traurig. Dat kantoor hield zich al bezig met de juridische dienstverlening aan de overheid bij onderhandelingen met grote techreuzen.
KPMG vond dat de aanbesteding niet eerlijk verliep. Centraal in het geschil stond de fictieve Europese cloudleverancier CloudNova. Inschrijvers moesten in een plan van aanpak uiteenzetten hoe ze centrale onderhandelingen met die leverancier zouden voeren om tot een rijksbrede overeenkomst te komen.
KPMG leidde uit de aanbestedingsstukken af dat daarbij ook rekening moest worden gehouden met het aanbestedingsrecht. Het kantoor koos in zijn plan daarom voor een Europese mededingingsprocedure met onderhandeling en de selectie van meerdere partijen.
Een verkeerde keuze, oordeelde het ministerie. De casus ging om onderhandelingen met één al geselecteerde leverancier over de voorwaarden van een rijksbrede overeenkomst. De daadwerkelijke aanschaf van clouddiensten door afzonderlijke overheidsorganisaties zou vervolgens via andere kanalen plaatsvinden.
Juridisch kader
Bij de beoordeling hanteert de voorzieningenrechter de maatstaf hoe een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende gegadigde de aanbestedingsstukken heeft kunnen begrijpen. Daarbij geldt de cao-norm: doorslaggevend zijn de bewoordingen van de criteria, gelezen in het licht van de gehele tekst van de relevante aanbestedingsstukken, en de betekenis die daar naar objectieve maatstaven uit volgt.
Geen aanbesteding van clouddiensten
Die toets valt uit in het voordeel van de Staat. De aanbestedingsstukken zijn volgens de rechter “ondubbelzinnig en niet onduidelijk”. Dat daarin verschillende keren wordt gesproken over het sluiten van een overeenkomst met hyperscalers en in de casus met CloudNova, maakt nog niet dat sprake was van een aanbestedingsplichtige opdracht.
Het doel was volgens de rechter om te onderhandelen over het centrale juridische kader en een rijksbrede raamovereenkomst te sluiten. Verschillende overheidsorganisaties kunnen die overeenkomst vervolgens gebruiken om de betreffende diensten zelf in te kopen.
“Het gaat dus feitelijk om het (uit-)onderhandelen van de voorwaarden waaronder de diensten vervolgens door de verschillende overheidsorganisaties zelf bij resellers, via aanbesteding, worden ingekocht, en niet om het inkopen van diensten en het afsluiten van een contract daarvoor”, overweegt de voorzieningenrechter.
Daarbij weegt mee dat in het beschrijvend document expliciet stond dat met hyperscalers over commerciële voorwaarden wordt onderhandeld, waarna overheidsorganisaties zelf producten en diensten aanschaffen. Ook de nota van inlichtingen bood volgens de rechter voldoende duidelijkheid. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver kon daarom redelijkerwijs niet uit de stukken opmaken dat de opdracht of de fictieve casus zelf betrekking had op een aanbestedingsplichtige opdracht.
Geen informatievoorsprong Greenberg Traurig
KPMG voerde daarnaast aan dat de Staat bij de beoordeling informatie had gebruikt die niet vooraf kenbaar was voor alle inschrijvers. Greenberg Traurig, dat het juridische werk al voor het ministerie uitvoert, zou daardoor een informatievoorsprong hebben gehad.
Dat bezwaar draait onder meer om het mandaat van Strategisch Leveranciersmanagement Microsoft, Google Cloud en AWS Rijk, het onderdeel dat namens het Rijk met grote cloudleveranciers onderhandelt. KPMG had in zijn plan een risico gesignaleerd rond dat mandaat en stelde dat uit de aanbestedingsstukken niet viel af te leiden dat SLM over het juiste mandaat beschikte.
Ook daarin gaat de rechtbank niet mee. Uit het beschrijvend document volgde volgens de voorzieningenrechter voldoende dat het voeren van centrale onderhandelingen en het sluiten van een rijksbrede overeenkomst met hyperscalers tot de kerntaken van SLM behoren. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver had daarom niet aan het mandaat hoeven twijfelen.
De Staat heeft de inschrijvingen volgens de rechter niet beoordeeld aan de hand van vooraf niet-kenbare informatie. Van een informatievoorsprong voor Greenberg Traurig is dan ook geen sprake.
‘Matig’ mocht blijven staan
KPMG kreeg voor zowel het schriftelijke plan van aanpak als de mondelinge presentatie de beoordeling ‘matig’. Omdat voor beide onderdelen minimaal 60 procent moest worden behaald, betekende dat een knock-out. De inschrijving werd daardoor niet meer op prijs beoordeeld. Greenberg Traurig behaalde voor beide onderdelen 80 procent en kwam als winnaar uit de bus.
Volgens KPMG was de Staat bij de beoordeling afgeweken van het vooraf aangekondigde beoordelingskader. Ook dat betoog slaagt niet.
De Staat vond het optuigen van een aanbestedingstraject niet passend bij de opdracht en meende dat dit tot onnodige procescomplexiteit, langere doorlooptijden en hogere kosten zou leiden. Maar er waren meer bezwaren tegen het plan. Zo ontbrak volgens de beoordelaars een expliciete en gedegen aanpak voor mogelijke vertragingen, was de onderhandelingsstrategie onvoldoende concreet en was niet duidelijk of fysiek, digitaal of hybride zou worden onderhandeld.
Ook gaf het plan onvoldoende inzicht in de opzet van het onderhandelingstraject, de opbouw van gesprekken en de manier waarop voortgang en besluitvorming zouden worden gestructureerd. De beoogde sfeer aan de onderhandelingstafel en de omgang met eventuele impasses waren evenmin voldoende uitgewerkt.
Daarmee heeft de Staat volgens de voorzieningenrechter voldoende toegelicht waarom het plan als onvoldoende volledig, concreet en realistisch is beoordeeld. Van een onbegrijpelijke beoordeling of procedurele of inhoudelijke fouten waardoor de gunningsbeslissing evident niet overtuigt, is geen sprake.
Dat KPMG onderdelen die de beoordelaars negatief waardeerden zelf juist als toegevoegde waarde beschouwt, maakt dat niet anders. “Deze beoordelingsvrijheid komt de Staat toe”, overweegt de rechter. Bij kwalitatieve gunningscriteria moet de rechter bovendien in beginsel uitgaan van de deskundigheid van de beoordelingscommissie en is slechts beperkt ruimte voor rechterlijk ingrijpen.
Ook geen herbeoordeling
De voorzieningenrechter concludeert dat niet in strijd met het transparantie- en gelijkheidsbeginsel is gehandeld en dat geen fundamentele gebreken bestaan die een nieuwe aanbesteding noodzakelijk maken. Ook een herbeoordeling door een nieuwe beoordelingscommissie komt er niet. Daarvoor moet sprake zijn van een onjuistheid, onbegrijpelijkheid, onzorgvuldigheid of procedureel gebrek dat zo zwaar weegt dat de bestaande beoordeling en daarmee de gunningsbeslissing niet in stand kunnen blijven. Die lat wordt volgens de rechter niet gehaald.
Alle vorderingen van KPMG worden daarom afgewezen. Het kantoor moet zowel de proceskosten van de Staat als die van Greenberg Traurig betalen, in beide gevallen € 2.101. De Staat is voornemens de opdracht definitief aan Greenberg Traurig te gunnen. Greenberg Traurig had in de procedure ook gevorderd dat de rechter de Staat zou gelasten de opdracht definitief aan hen te gunnen. Die vordering wordt echter afgewezen omdat deze geen zelfstandig belang meer heeft nu de vorderingen van KPMG zijn verworpen.
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2026:25412


Geef een reactie