Coalitiepartners D66 en CDA verzetten zich tegen het plan, dat de schatkist miljarden kan kosten. Minister Heinen van Financiën was de afgelopen weken volgens de NOS vergevorderd met een begrotingsdeal met JA21 en SGP. Ook die partijen willen dat beleggers vanaf 2028 pas belasting betalen over waardestijgingen van aandelen wanneer die daadwerkelijk worden verkocht.
Bij een volledige overgang naar een vermogenswinstbelasting zou de overheid volgens berekeningen van Financiën in totaal 11 tot 25 miljard euro aan inkomsten mislopen of later ontvangen. Dat komt onder meer doordat belastingheffing wordt uitgesteld totdat vermogensbestanddelen worden verkocht.
Heinen teruggefloten
D66 en CDA hebben Heinen voorlopig teruggefloten. Zij vinden het moeilijk te verdedigen dat miljarden worden vrijgemaakt voor een andere belastingheffing op vermogen, terwijl tegelijkertijd wordt bezuinigd op de sociale zekerheid. Daarbij speelt ook de positie van oppositiepartij Pro, die juist een hogere belasting op vermogen als voorwaarde stelt voor steun aan de begroting.
De onenigheid liep tijdens de begrotingsonderhandelingen zo hoog op dat D66, VVD en CDA besloten het besluit over box 3 te parkeren. Over wat dat precies betekent, bestaat binnen de coalitie echter verschil van inzicht.
Minister Heinen liet vrijdag na de ministerraad weten nog steeds te streven naar een versnelde invoering van de vermogenswinstbelasting. Volgens de VVD-minister kan het technisch en is hij er zelf al uit. Staatssecretaris Eerenberg van Fiscaliteit, van D66-huize, is verantwoordelijk voor de verdere hervorming van box 3.
Snelle invoering wellicht toch mogelijk
Opvallend aan de ambtelijke stukken is vooral dat een vermogenswinstbelasting volgens Financiën in theorie sneller kan worden ingevoerd dan de afgelopen jaren werd aangenomen. Opeenvolgende bewindslieden stelden eerder dat zo’n stelsel op korte termijn niet uitvoerbaar was. Voor invoering vanaf 2028 zouden de Tweede en Eerste Kamer nog voor het einde van dit jaar met de wijziging moeten instemmen. Daar staan volgens de ambtenaren aanzienlijke uitvoeringsrisico’s tegenover. De Belastingdienst zou aangiften in het eerste jaar, en mogelijk langer, nauwelijks kunnen controleren omdat de benodigde systemen nog niet op orde zijn.
Bron: NOS


Geef een reactie