Een kwart van de zelfstandigen beschikt niet over voldoende financiële mogelijkheden om een minimuminkomen te hebben als zij arbeidsongeschikt worden. Dit blijkt uit het maandag verschenen onderzoek ‘Zelfstandigen en arbeidsongeschiktheid’ van het CPB.
Veel zelfstandigen hebben bij arbeidsongeschiktheid alternatieven om in ieder geval tot aan pensionering in een minimuminkomen te voorzien. Een kwart is vrijwillig verzekerd en de rest heeft vaak verzekerde inkomsten uit loondienst, inkomsten van de partner, of vermogen. Toch heeft nog een kwart van de zelfstandigen onvoldoende alternatieven om in een minimuminkomen te voorzien. En zelfs bijna één op de twintig heeft helemaal geen mogelijkheden. Voor een inkomen op het niveau van de werknemersverzekering WIA heeft meer dan de helft van de zelfstandigen onvoldoende mogelijkheden.
Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering
Een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering kan een oplossing zijn. Naast minder afwenteling op de bijstand, zijn ook schaalvoordelen, risicosolidariteit en een gelijker speelveld met werknemers voordelen van zo’n verplichte verzekering. De nadelen zijn een hogere kans op ongewenst gedrag, gedwongen premiebetaling, minder werkgelegenheid en een minder gelijk speelveld met buitenlandse zelfstandigen. Volgens de onderzoekers wordt met een minimumuitkering de terugval in inkomen slechts deels verholpen. Voor zelfstandigen die niet geraakt zouden worden door de partner‐ en vermogenstoets in de bijstand, biedt de minimumuitkering geen meerwaarde. Een regeling op WIA‐niveau biedt een betere verzekering van het arbeidsinkomen. Dit leidt echter wel tot een hogere premie.


Geef een reactie