Hoeveel vrijheid hebt u als individuele accountant om zelf tot een goede afweging te komen te midden van alle formele en informele normenkaders? Die vraag staat centraal in een verkennend onderzoek van Stichting Beroepseer in samenwerking met de NBA, dat moet leiden tot een boek.
Margreeth Kloppenburg, Thijs Jansen en Hans Duits van de Stichting Beroepseer doen onder de ‘Young Profs’ binnen de NBA een oproep om deel te nemen aan een onderzoek over de beroepseer van de accountant. Ze zijn een project gestart dat gaat onderzoeken of het voor accountants mogelijk is vanuit beroepseer te werken in een externe omgeving die het liefst alle risico’s wil uitbannen en in toenemende mate het geloof lijkt kwijtgeraakt in zelfregulering door de beroepsgroep. Margreeth Kloppenburg is publicist en docent aan de Hogeschool Utrecht, bestuurslid van Stichting Beroepseer en maakt deel uit van de adviescommissie Cultuur, ethiek en gedrag van de NBA. Thijs Jansen (foto) is oprichter en directeur van Stichting Beroepseer en Hans Duits, RA, is lector aan de Hogeschool Utrecht. De uitkomsten van het onderzoek worden gepubliceerd in het boek ‘De beroepseer van de accountant: het alternatief voor (nog meer) regels’. Een verkenning van de professionele ruimte van de praktiserende accountant. Het boek bevat daarnaast essays rond het thema professionele ruimte, geschreven door voortrekkers binnen de sector, toonaangevende accountants, en relevante belanghebbenden onder wie ook afnemers van accountantsdiensten.
Van de werkvloer
Het onderzoek bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit het samenstellen van focusgroepen van maximaal zes deelnemers waarin deelnemers hun specifieke praktijkervaringen delen. Naderhand gebruikte resultaten worden anoniem verwerkt. De resultaten van dit eerste deel vormen de basis voor het tweede deel: een enquête onder een grotere groep accountants. Deze enquête vindt plaats in september. Met de ervaringen op de werkvloer van accountants en hun beroepstrots, willen de onderzoekers zicht bieden op de productieve en effectieve balans tussen regulering, zelfregulering en professionele ruimte die volgens hen noodzakelijk is voor goed werk door accountants. Ze zijn hierbij breed geïnteresseerd in openbare accountants, overheidsaccountants, MKB-accountants en accountants in business. Voor goed werk is volgens Beroepseer discretionaire ruimte en intrinsieke motivatie nodig: een zekere mate van vrijheid van handelen temidden van veel wet- en regelgeving. Daarbij is het volgens de stichting van belang dat de regels gedragen worden door de accountant, dat hij deze wil naleven in de weerbarstige praktijk, en dan niet alleen naar de letter, maar waar nodig ook naar de geest. Een accountant is immers veel meer dan een uitvoerend technicus of controleur. ‘Maar is het nog mogelijk goed werk te leveren in tijden van defensieve professionaliteit, risicomijding, audit society en compliance?’, vraagt Thijs Jansen zich af.
Vertrouwen vergroten
Inzet van het project is zoeken naar de mogelijkheden om het vertrouwen van de maatschappij in de beroepsgroep te vergroten en de aanwezige beroepseer beter te benutten. ‘Daarbij wordt ervan uitgegaan dat een zorgvuldige collectieve en individuele afstemming tussen regels en ruimte effectiever is dan voornamelijk inzetten op externe regulering en extrinsieke motivatie. Die laatste twee creëren ongewenste neveneffecten zoals uitstroom van talent en een afvinkcultuur die leiden tot een grotere kans op verlies aan kwaliteit’, aldus de stichting. Belangstellenden kunnen zich opgeven bij margreeth@beroepseer.nl.
Geef een antwoord