Forensische accountants van PwC hebben niet boven water gehaald dat de Nederlandse staat gedupeerd is door bewuste manipulatie bij de inmiddels verkochte bankverzekeraar SNS Reaal. Bewijzen van ‘verdwenen miljoenen’ of onrechtmatige daden vonden ze niet, wel van schuiven met honderden miljoenen aan vreemd vermogen en een weinig alerte houding van accountant KPMG en toezichthouder DNB.
Het leest als een financiële thriler, het onderzoeksrapport dat minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem naar de Kamer heeft gestuurd. Maar het boek loopt met een sisser af. De onderzoekers van PwC zijn anderhalf jaar bezig geweest met hun zoektocht naar mogelijke ‘verdwenen miljoenen’. Zij spraken onder meer met bestuurders van SNS Reaal en dochtermaatschappijen, medewerkers van toenmalig extern accountant KPMG en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Het rapport over het zogenoemde (en ook wel bij andere fianciële instellingen toegepaste) saldocompensatiestelsel bij het SNS-concern de stemt de minister niet vrolijk. Hij noemt het ‘kwalijk’ dat de omvang van de buffers door zowel de onderneming, als accountant KPMG als toezichthouder DNB onjuist werd ingeschat. Externe leningen werden door hen wel getoetst, maar er werd niet gekeken naar ónderlinge leningen tussen bank, verzekeraar en de holding. Dijsselbloem: ‘De conclusie uit de rapportages is dat complexe intragroepsrelaties binnen REAAL het zicht op de (financiële positie van de) individuele dochterondernemingen versluierden. Te veel werd gekeken op geconsolideerd en gesubconsolideerd niveau en te weinig op het niveau van de individuele vergunninghoudende verzekeraars’.
Verwevenheid
Met de publicatie door het ministerie is het gehele onderzoekstraject voltooid. In een brief uit 2015 over de voorwaardelijke verkoop van de verzekeringsgroep REAAL wees de minister op een verwevenheid in een rekening-courant-structuur (het zogenoemde ‘saldocompensatiestelsel’) binnen het financiële conglomeraat SNS REAAL. De saldi van verschillende onderdelen van de groep bij SNS Bank werden als één positie behandeld. Het positieve saldo van levensverzekeringsdochter SRLEV was verpand aan SNS Bank als zekerheid voor de vordering van SNS Bank op verzekeringsholding REAAL. ‘Door deze verpanding had de vordering van SRLEV op SNS Bank in mindering gebracht moeten worden op de solvabiliteit van SRLEV. Dit had SRLEV echter niet gedaan’. Een onderzoek moest de feiten rondom het saldocompensatiestelsel in beeld brengen (wat is er gebeurd?) en een antwoord geven op de vraag ‘hoe verschillende betrokken partijen hun verantwoordelijkheden invulden’. Dit onderzoek is door verschillende partijen uitgevoerd, eerst intern door SNS REAAL, later door de afdeling Forensic Services van PwC Advisory. Het ministerie heeft het onderzoek van PwC geanalyseerd, op onderdelen aangevuld en ‘van een appreciatie voorzien’.
Genationaliseerd
Het wankelende SNS Reaal werd begin 2013 genationaliseerd, maar een jaar later bleek volgens het ministerie opeens dat er circa €700 miljoen minder in het bedrijf zat dan gedacht. Dat ‘gat’ zat met name bij de verzekeraar. De missende miljoenen miljoenen kwamen aan het licht toen SNS werd opgeknipt in een bank en verzekeraar, zodat de verzekeraar apart kon worden verkocht. Het gevolg was dat de tot Vivat herdoopte verzekeringsdochter voor veel minder van de hand werd gedaan dan verwacht. Het Chinese Anbang betaalde uiteindelijk €1 in ruil voor een kapitaalversterking van €1,35 miljard.
Lening werd eigen vermogen
De onderzoekers van PwC hadden anderhalf jaar nodig om informatie bij elkaar te schrapen. Zij spraken onder meer met bestuurders van SNS Reaal en dochtermaatschappijen, medewerkers van toenmalig extern accountant KPMG en toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Zij constateerden dat SNS Reaal gebruik maakte van een bij bank-verzekeraars vaker gebruikte ‘truc’ om de buffers te verhogen, waarbij intern werd geschoven met vreemd vermogen. In dit geval verstrekt de moeder een lening aan de verzekeringsdochter die meetelde als eigen vermogen. Op die manier krikte Reaal het eigen vermogen op met €1 miljard, waarvan €748 miljoen via een negatief saldo op een bankrekening bij SNS Bank. SNS Reaal had een negatief rekening-courant-saldo bij zusterbedrijf SNS Bank van circa €700 miljoen. Dat bedrag werd vervolgens gecompenseerd door een positief tegoed van €800 miljoen dat Reaal-onderdeel SRLEV op zijn beurt had bij SNS Bank. Deze som van €800 miljoen bleek echter grotendeels verpand aan SNS Bank, Strikt genomen was er dus niet eens geld om de negatieve post van Reaal van €700 miljoen te compenseren.
Dubbele hefboom
Vooral SNS Reaal en DNB krijgen er in het onderzoek van langs. SNS Reaal heeft de toezichthouder niet correct geïnformeerd. De onderzoekers betwijfelen of dat kon, want niemand van de bedrijfstop besefte dat het tegoed van SRLEV was verpand en dus niet kon worden gebruikt in de zogenoemde ‘dubbele hefboom’. Binnen SNS Reaal was er vooral oog voor de financiële positie van de holding zelf en niet zozeer voor die van de onderdelen van het bedrijf. DNB zat ook te suffen, zelfs in de periode van verscherpt toezicht. Al in 2011 en 2012 had DNB al beter kunnen weten met betrekking tot de complexe financieringsconstructie. Extern accountant KPMG lette volgens de onderzoekers van PwC bij de waardering van de vordering van SNS Bank op Reaal slechts op basis van ´going concern´-veronderstelling voor het totale bedrijf. De verpanding bleef daardoor buiten beeld. Pas in 2013 kwam, zo valt in het rapport van PwC te lezen, een aantal informatiestromen bij elkaar, die leidden tot het ‘in volle omvang op tafel komen van de discussie over het feit dat de verpande toegoeden binnen het saldocompensatiestelsel mogelijk onterecht niet in mindering zijn gebracht op de aanwezige solvabiliteitsmarge’, aldus het ministerie in een bijlage bij de Kamerbrief van Dijsselbloem.
Landsadvocaat
De consequentie van dit alles is dat het achteraf niet mogelijk is om te bepalen of en tot welk bedrag er schade is geleden door de Staat. ‘De Landsadvocaat acht het onvoldoende aannemelijk dat de Staat als gevolg van een onjuiste weergave van de solvabiliteit van SRLEV schade heeft geleden. Een van de voorwaarden voor aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad wordt daarom niet vervuld. Aansprakelijkstelling van derden raadt de Landsadvocaat om die reden dan ook af’, aldus de minister.


Geef een reactie