Het OM had in hoger beroep 31 maanden onvoorwaardelijke celstraf geëist tegen de man die in 2020 al door de rechter werd veroordeeld tot 33 maanden gevangenis. De fraude kwam aan het licht nadat de KPMG-accountant onregelmatigheden ontdekte tijdens de controle van de kasadministratie. De rechter achtte bewezen dat er een fraudeconstructie was opgezet waarbij tussen 2013 en begin 2016 voor miljoenen euro’s aan valse facturen zijn ingediend voor niet-geleverde diensten. Nader onderzoek door Deloitte leidde tot de aangifte.
Privévakanties gefactureerd
De interim-projectmanager had een centrale rol bij de fraude doordat hij gedurende drie jaar meer dan 300 valse facturen liet versturen voor een totaalbedrag van circa 2,6 miljoen euro. Dat geld ging op aan luxeartikelen en vakanties. Uitstapjes met het gezin naar onder meer Curaçao en Singapore werden als zakelijk opgegeven.
Twee andere medewerkers kregen in 2020 een celstraf van 20 en 24 maanden wegens oplichting en gewoontewitwassen. In een civiele procedure werden de drie bovendien hoofdelijk aansprakelijk geacht voor 85 procent van de door RST geleden schade van ruim 2,5 miljoen euro.
Bedrijfscultuur geen excuus
De interim-manager probeerde bij het hoger beroep nog aan te tonen dat RST een bedrijfscultuur had waarin privé-uitgaven via het bedrijf werden betaald en dat het management op de hoogte was. Hij zou slechts een uitvoerende rol hebben gehad. Maar zelfs als de bedrijfscultuur was zoals de man schetst, dan pleit dat hem niet vrij, oordeelt het hof. “[De verdachte en medeverdachten] hebben zich hiermee kennelijk vereenzelvigd en zichzelf in elk geval verrijkt ten koste van RST. Dit heeft zelfs geleid tot een eigen opzet die lost staat van de gestelde bedrijfscultuur binnen RST . Daarbij kan overigens een corrumperende en criminele bedrijfscultuur nimmer een verontschuldiging zijn voor het zelf begaan van strafbare feiten.”
Drie maanden minder cel
Het hof verwerpt het verweer dat het OM geen onafhankelijk onderzoek heeft gedaan; daarvoor ontbreken aanwijzingen. Het oordeel pakt hetzelfde uit als eerder bij de rechter: schuldig aan het medeplegen van het opstellen van valse facturen, oplichting en gewoontewitwassen. Omdat de redelijke termijn van de behandeling van de zaak is overschreden, haalt het hof wel drie maanden van de eerder opgelegde straf af.
De voormalige interim-manager bleef in de jaren na zijn veroordeling werken in financiële functies, onder meer als controller. Daarbij ontstond opnieuw juridische discussie nadat een vervalste verklaring omtrent het gedrag (VOG) werd gebruikt bij sollicitaties. Ook tegen die veroordeling loopt hoger beroep.


Geef een reactie