De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft donderdag de eerste uitspraak in hoger beroep gedaan over de noodsteun in verband met COVID-19. Daarbij ging het om de NOW-aanvragen van een in februari 2020 gestarte restauranthouder. De CRvB laat de afwijzing van de voorschotten op grond van de NOW-regelingen in stand.
Uitspraak: ECLI:NL:CRVB:2021:87
NOW-aanvragen
De ondernemer startte in februari 2020 met vijf medewerkers. Als gevolg van de coronamaatregelen moest ze op 15 maart 2020 haar restaurant sluiten. Ze deed daarna een beroep op de NOW-1-subsidieregeling voor de periode van maart tot en met mei 2020. De ondernemer kreeg echter geen voorschot op die subsidie, omdat er geen loon was betaald in november 2019 of in januari 2020. Ze kreeg ook geen NOW-2-subsidie voor de periode van juni tot en met september 2020, omdat er bij de Belastingdienst vóór 15 mei 2020 geen aangifte van betaald loon was gedaan over de maand maart 2020. De ondernemer was het hier niet mee eens en legde haar zaak voor aan de rechtbank. Ze kreeg bij de rechtbank echter geen gelijk en ging in hoger beroep bij de CRvB.
CRvB: geen reden om af te wijken
Ook de CRvB oordeelt echter dat er geen aanleiding is om in dit geval de voorschotregeling buiten toepassing te laten. De NOW is een noodmaatregel waarbij snel een zeer groot aantal werkgevers duidelijkheid moest worden verschaft over de aard en de inhoud van de regeling. Hierdoor heeft de NOW noodgedwongen een algemeen karakter en kan er niet steeds maatwerk worden geboden. De minister heeft dat meteen onderkend en de regeling gaandeweg meerdere keren aangepast. Hierbij zijn de voorwaarden op onderdelen gewijzigd om het beoogde doel van de NOW zoveel mogelijk te bereiken, namelijk om op een zo kort mogelijke termijn met behulp van financiële steun zoveel mogelijk bedrijven overeind te houden om werkgelegenheid te behouden. De NOW heeft niet als doel een alomvattende regeling te bieden om alle bedrijven te redden.
Geen strijdigheid met evenredigheidsbeginsel
Dat sommige ondernemers, zoals startende ondernemers, vanwege de uitvoerbaarheid van de gewijzigde regeling voor seizoenbedrijven geen voorschot kunnen ontvangen, maakt niet dat de toepassing van de voorschotregeling in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel. Ook is er geen strijd met enig ander algemeen beginsel van behoorlijk bestuur of algemeen rechtsbeginsel. De CRvB heeft dan ook geoordeeld dat er geen aanleiding is om in dit geval de voorschotregeling buiten toepassing te laten.
Peildatum
Ter voorkoming van fraude is in de NOW-2 regeling voor de vaststelling van de loonsom gekozen voor een peildatum van 15 mei 2020, omdat deze datum ligt vóór de aankondiging van deze regeling. Dat is een voldoende onderbouwing voor deze keuze, zodat geen aanleiding bestaat de bepaling over de peildatum buiten toepassing te laten. In incidentele gevallen is afgeweken van deze peildatum. Omdat het daarbij ging om andere situaties, is er geen reden in het geval van de ondernemer van deze peildatum af te wijken.
De CRvB laat daarom de afwijzing van de voorschotten op grond van de NOW-regelingen in stand.


Geef een reactie