In november publiceerde de NBA een discussiestuk over transparantie en geheimhouding in de Nederlandse accountancy. De titel: ‘Geheimhouding ontrafeld’. Er kwamen 15 reacties binnen die de NBA nu openbaar heeft gemaakt.
Accountants wordt steeds vaker gevraagd om meer te vertellen over hun werkzaamheden en bevindingen dan in de controleverklaring staat. Daarbij gaat het met name om een toelichting op wat de accountant heeft gezien bij de controle en wat deze ervan vindt. En ook wat de accountant heeft gedaan om een fraude of toekomstig faillissement te signaleren. Sommigen willen dat accountants opener zijn over wat zij aantreffen bij door hen gecontroleerde entiteiten. Tegelijk moeten accountants de geheimhoudingsregels naleven die voortvloeien uit de Europese en Nederlandse wetgeving en de eigen beroepsregels.
Discussienotitie
Een projectgroep, ingesteld door de Stuurgroep Publiek Belang en onder voorzitterschap van Hendrik Jan Biemond, maakte in een discussienotitie een analyse van wat de veronderstelde problematiek precies inhoudt en op welke momenten en in welke vormen in het controleproces de thematiek aan bod kan komen. Ook is onderzocht welk juridisch kader van toepassing is en welke ruimte er is of zou moeten zijn voor de accountant, om tegemoet te komen aan de maatschappelijke vraag om meer transparantie. De discussienota werd in november 2023 ter consultatie openbaar gemaakt. Deze week publiceerde de NBA de binnengekomen reacties, 15 in totaal.
Een van de partijen die heeft gereageerd is de AFM. De toezichthouder constateert dat een belangrijke vraag in de discussienotitie vrijwel onbeantwoord blijft, namelijk de vraag op welke wijze transparantie vergroot kan worden, en daarmee samenhangend, op welke wijze de accountant het publiek belang moet prevaleren boven de geheimhoudingsplicht die zij heeft tegenover de gecontroleerde organisatie. Een eerste stap om deze vraag te beantwoorden, zo stelt de AFM, is het verkrijgen van duidelijkheid over welke informatie de accountant vrijuit met het maatschappelijk verkeer mag (of zou moeten) communiceren. Hoewel het bestaande wettelijke kader in theorie mogelijkheden biedt om te transparant te zijn controlewerkzaamheden en -bevindingen, is het onduidelijk hoe dit praktisch ingevuld moet worden. Overwogen kan worden om een leidraad op te stellen waarin met behulp van concrete voorbeelden uiteen wordt gezet wanneer de accountant het publiek belang kan prevaleren over de geheimhoudingsplicht zonder zij daarbij een (groot) risico loopt op aansprakelijkheid.
Ook de top-5 accountantskantoren van Nederland (Deloitte, EY, KPMG, PwC, BDO) hebben op het discussiestuk gereageerd.
Deloitte
Deloitte staat achter het bevorderen van transparantie in de gehele rapportageketen. Hoewel het zeker waar is dat meer informatie het maatschappelijk verkeer ten goede kan komen en de controlerend accountant rekening moet houden met dit maatschappelijk belang vindt Deloitte het belangrijk te benadrukken dat dit slechts één aspect is dat de accountant moet overwegen. Deloitte raadt aan om in de discussienota meer aan te sluiten bij internationale wet- en regelgeving.
KPMG
KPMG stelt dat de beroepsregels het aan de accountant overlaten om op basis van professionele oordeelsvorming een afweging te maken tussen transparantie in het maatschappelijk belang en vertrouwelijkheid in het belang van de gecontroleerde organisatie. KPMG is van mening dat de NBA haar leden verder zou kunnen helpen door voorbeelden uit te werken hoe de geheimhoudingsregels moeten worden toegepast in concrete situaties, zoals het rapporteren omtrent fraude en continuïteit in de controleverklaring.
EY
EY wil, juist om teleurstelling en verwarring te voorkomen bij de stakeholders, dat de probleemstelling helder wordt geformuleerd en de belangen van alle partijen worden afgewogen en op waarde worden geschat. Wat zijn de voordelen van meer transparantie en wegen die op tegen de nadelen, zoals minder informatiedeling vanuit controlecliënten? De notitie wekt bij EY de indruk dat deze ingegeven is vanuit een wantrouwen dat de accountant (onterecht) informatie achterhoudt of zich in een positie bevindt waarin hij / zij wel informatie wenst te verschaffen maar hiertoe beperkt is. ‘Dat is niet onze ervaring.’
PwC
PwC is terughoudend met de aanwezigheid van de accountant bij gesprekken met een deel van de aandeelhouders ter voorbereiding op de AVA (stelling 4). Want er kan mogelijk een ongelijk speelveld ontstaan met aandeelhouders die niet bij de vergadering aanwezig zijn. PwC ziet ook het risico dat te veel openheid het vertrouwen in de geheimhouding van de accountant kan schaden.
SRA
De SRA reageert met name op de wettelijke geheimhoudingsplicht van de accountant. In de notitie, zo stelt de SRA, ontbreekt een beschouwing over de achtergrond van deze plicht, namelijk het waarborgen dat de accountant bij zijn werkzaamheden onbeperkte inzage krijgt in alle relevante bescheiden e.d. van de cliënt. De SRA vindt dat het discussiestuk daarbij ten onrechte geen onderscheid maakt tussen wettelijke controle en andere professionele diensten, hoewel wet- en regelgeving op onderdelen verschillend is voor deze verschillende domeinen. Daar komt bij dat in de notitie nadruk wordt gelegd op de beoordeling of sprake is van vertrouwelijke informatie. Voor de accountant, die normaliter een diepgaande kennis van de cliënt heeft, is in het algemeen vast te stellen welke informatie vertrouwelijk is, meent de SRA.
Eumedion
Belangenvereniging voor beleggers Eumedion vindt dat de externe accountant zich minder moet verschuilen achter zijn geheimhoudingsplicht. Eumedion verwelkomt met name de ‘stellingen’ 1) om alle presentaties van de externe accountants over de verrichte controlewerkzaamheden bij een beursvennootschap openbaar te maken, 2) dat de externe accountant niet alleen aanwezig zou moeten zijn bij de jaarvergadering, maar – desgewenst – ook bij de voorbereidende aandeelhoudersgesprekken op die algemene vergadering en iii) dat de externe accountant de mogelijkheid moet hebben om voorafgaand aan de jaarvergadering te reageren op een mededeling van de beursvennootschap die raakt aan de accountantscontrole. Eumedion vindt dat de analyse die voorafgaat aan de bevindingen en stellingen op sommige punten nog tekortschiet.
VNO NCW
VNO NCW en MKB Nederland stellen voorop dat voor hen (nog) niet duidelijk is of eigenlijk sprake is van een daadwerkelijk probleem. Zo is volgens hen niet duidelijk waarop de veronderstellingen zijn gebaseerd dat onduidelijkheid zou bestaan over de reikwijdte van de geheimhoudingsplicht. Ook vragen beide organisaties zich af of die vermeende onduidelijkheid de oorzaak zou zijn van de kennelijke terughoudendheid van accountants om meer transparantie over hun werkzaamheden te betrachten. ‘Tegelijkertijd vormen die veronderstellingen wel de basis en aanleiding van de Discussienotitie en de daarin opgenomen bevindingen en stellingen.’ Tegen deze achtergrond vinden VNO-NCW en MKB-Nederland dat de juistheid van de veronderstellingen waarop de discussienotitie is gebaseerd eerst zorgvuldig(er) moeten worden onderzocht.
VEB
Volgens de VEB heeft de externe accountant de ruimte wel degelijk om binnen de reeds bestaande kaders in het publieke belang beter te communiceren over zijn werkzaamheden. Die vrijheid is groter dan de sector op dit moment pleegt te erkennen. De door de Projectgroep geformuleerde stellingen zijn in de ogen van de VEB niet zozeer vernieuwend of prikkelend. Zij vormen eerder een synopsis van al in een eerder stadium in diverse praktijksituaties ingenomen opinies door belangrijke actoren in het debat over het publieke optreden van externe accountants en het thema geheimhouding. De VEB meent dat deze stellingen, mede naar aanleiding van ontvangen consultatiereacties, moeten worden aangescherpt en omgezet in een eenduidige stellingname van de NBA over de kwestie.
Klik hier voor alle reacties.


Geef een reactie