De accountant erkende de tekortkomingen en wees daarbij op persoonlijke omstandigheden en inmiddels getroffen verbetermaatregelen. De tuchtrechter vindt een tijdelijke doorhaling van één jaar passend.
Uitspraak: 25/3421 Wtra AK
De uitspraak volgt op een reguliere kwaliteitstoetsing van het accountantskantoor van de AA in 2021. Daarbij concludeerde de NBA dat het kwaliteitssysteem weliswaar in opzet voldeed, maar in de praktijk tekortschiet. Ook de twee beoordeelde samenstellingsopdrachten werden destijds als onvoldoende aangemerkt. Na een goedgekeurd verbeterplan volgde in 2023 een hertoetsing met opnieuw onvoldoende bevonden dossiers. Omdat de behandeling daarvan binnen de NBA te lang duurde, werd die hertoetsing buiten beschouwing gelaten en vond in november 2024 een volledig nieuwe hertoetsing plaats. Die mondde uit in een nog zwaarder oordeel: het kwaliteitssysteem voldeed zowel in opzet als in werking niet aan de wettelijke eisen.
Tekortkomingen op stelsel- en dossierniveau
Volgens de NBA was niet voldaan aan de in artikel 27 lid 2 onder a en b van de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) gestelde voorwaarden voor toepassing van het verlichte regime. Ook ontbrak een klachtenregeling, werden verschillende verplichtingen uit de Wwft niet nageleefd en was voor 2023 geen volledig PE-portfolio aanwezig. Daarnaast werden beide geselecteerde samensteldossiers op alle beoordelingsonderdelen als onvoldoende aangemerkt, waaronder de kennis van de entiteit, de uitvoering en evaluatie van de opdracht, de rapportering en de opdrachtaanvaarding.
De accountant erkende zowel in het verweerschrift als ter zitting alle door de NBA geconstateerde tekortkomingen. Daarom beperkte het verweer zich uitsluitend tot de op te leggen maatregel. De Accountantskamer zag daardoor af van een inhoudelijke bespreking van alle afzonderlijke klachtonderdelen.
Gelet op de bij de hertoetsing geconstateerde tekortkomingen, die door de AA zijn erkend, overweegt de Accountantskamer dat het kwaliteitssysteem in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. De accountant is tekortgeschoten in haar verantwoordelijkheid als eindverantwoordelijk accountant om te zorgen voor een kwaliteitssysteem dat een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Ze heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
Bij de hertoetsing is ook vastgesteld dat de AA niet heeft voldaan aan haar PE-verplichting voor het jaar 2023. Ze heeft dat erkend en daarbij aangevoerd dat zij wel heeft nagedacht over haar leerdoelen en dat zij daarvoor cursussen heeft gevolgd, maar dat zij er vanwege persoonlijke omstandigheden niet aan toe is gekomen om een en ander vast te leggen in een portfolio. Ze kan dan ook niet aantonen wat ze heeft geleerd en hoe dat bijdraagt aan haar functioneren. In zoverre heeft zij niet voldaan aan haar PE-verplichting.
De klacht wordt dan ook in al haar onderdelen gegrond verklaard.
Ernstige fouten in jaarrekeningen
Bij het bepalen van de maatregel weegt de Accountantskamer mee dat de accountant al sinds 2021 wist dat het kwaliteitssysteem niet naar behoren functioneerde, maar er ondanks een periode van bijna drie jaar niet in slaagde de tekortkomingen structureel te verhelpen. Pas medio 2024, vlak voor de tweede hertoetsing, sloot zij zich aan bij een serviceorganisatie om de kwaliteitsverbetering te ondersteunen.
De tuchtrechter vindt bovendien dat de accountant de ernst van de geconstateerde tekortkomingen onvoldoende onderkende. Volgens haar betroffen de bevindingen vooral de inrichting en documentatie van het kwaliteitssysteem, maar de Accountantskamer wijst erop dat ook de inhoudelijke kwaliteit van de dossiers ernstig tekortschiet. Zo ontbraken in een jaarrekening van een financiële holding operationele leaseverplichtingen voor auto’s onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen, terwijl het om een substantieel bedrag ging. In een dossier van een vastgoedonderneming was een dividenduitkering onjuist verwerkt. Daardoor voldeden beide jaarrekeningen niet aan de in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving.
Daarnaast kreeg de Accountantskamer tijdens de zitting niet de indruk dat de accountant zelfstandig naar behoren als accountant kon functioneren. Hoewel de tuchtrechter begrip toonde voor de impact van de procedure en de persoonlijke omstandigheden, bleek volgens de uitspraak onvoldoende dat zij de relevante wet- en regelgeving beheerste. De indruk ontstond dat zij vooral leunde op programma’s, checklists en aanwijzingen van de serviceorganisatie waarbij zij zich had aangesloten.
Persoonlijke omstandigheden geen doorslaggevende factor
Dat het kwaliteitssysteem bij de laatste hertoetsing ook in opzet onvoldoende werd bevonden, terwijl dat bij eerdere toetsingen nog wel op orde werd geacht, zag de Accountantskamer niet als een verzachtende omstandigheid. Een hertoetsing is volgens de tuchtrechter geen controle op uitsluitend eerder geconstateerde gebreken, maar een volledige nieuwe beoordeling waarbij ook andere tekortkomingen aan het licht kunnen komen. Wel houdt de Accountantskamer in het voordeel van de accountant rekening met de aansluiting bij de serviceorganisatie en met de door haar geschetste moeilijke persoonlijke omstandigheden. Die omstandigheden doen volgens de tuchtrechter echter niet af aan de hoge eisen die, mede ter bescherming van het maatschappelijk verkeer, aan accountants worden gesteld.


Geef een reactie