De twee hadden de accountant die de jaarrekening 2023 van ABP had gecontroleerd voor de Accountantskamer gedaagd, met als achterliggende frustratie dat er jarenlang geen indexatie was toegepast.
De RA controleert sinds boekjaar 2021 de jaarrekeningen van het pensioenfonds. De twee klagers ontvangen een pensioenuitkering van ABP en stellen in september 2024 vragen over de controleverklaring bij de jaarrekening 2023. De antwoorden zijn niet naar tevredenheid en er volgt een tuchtklacht.
Beleggingsrisico
Ze vinden dat de RA geen goedkeurende controleverklaring had mogen afgeven, onder meer vanwege tegenstrijdigheden bij de verdeling van de risico’s bij de uitvoering van de pensioenregeling tussen de stichting en de deelnemers/pensioengerechtigden. In de jaarrekening staat namelijk dat de Voorziening pensioenverplichtingen (VPV) voor risico van de stichting is, die het beleggingsrisico draagt. De klagers betogen dat de deelnemers de beleggingsrisico’s dragen. Op de uitkeringen worden geen garanties gegeven.
De RA stelt echter dat het om een toegezegde pensioenregeling gaat: een uitkeringsovereenkomst met financiering op basis van kapitaaldekking. Conform RJ-richtlijn 610 zijn de VPV en de beleggingen in de jaarrekening gepresenteerd als balansposten ‘voor risico pensioenfonds’.
Uitkering niet door beleggingsresultaten bepaald
De Accountantskamer overweegt dat de pensioenuitkering in deze regeling niet wordt bepaald door de beleggingsresultaten, waarbij de beleggingsrisico’s volledig bij de pensioengerechtigde liggen. “De toegezegde pensioenregeling kwalificeert vanuit verslaggevingsperspectief (RJ 610.245) als een regeling waarbij het pensioenfonds in belangrijke mate de risico’s draagt.” Wel is er sprake van voorwaardelijke verplichtingen. “Het zijn geen onvoorwaardelijke garanties, maar rechten die pas opeisbaar worden onder bepaalde omstandigheden. Betrokkene heeft ter zitting voldoende toegelicht hoe hij heeft vastgesteld dat sprake is van een toegezegde pensioenregeling en daarmee dat in belangrijke mate de risico’s voor de stichting waren. Hiermee kon hij ook de juiste verwerkingswijze conform RJ 610 voor de VPV en de beleggingen vaststellen.”
Kortom: de presentatie van de beleggingen was geen aanleiding om een goedkeurende controleverklaring bij de jaarrekening 2023 te onthouden.
Eigen vermogen
Vervolgens strookt volgens de klagers de specificatie van het eigen vermogen in de jaarrekening niet met artikel 5 van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (Besluit FTK). Uit de jaarrekening blijkt niet hoe ABP de opslag vereist eigen vermogen (VEV) in de premie en in het eigen vermogen heeft verwerkt. De Accountantskamer stelt vast dat het eigen vermogen van het fonds bestaat uit reserves. “In de jaarrekening is dan ook, in lijn met RJ 610.235, de gevormde bestemmingsreserve en algemene reserve gepresenteerd. In de jaarrekening is ook het bedrag inzichtelijk gemaakt dat uit de bestemming van het saldo van baten en lasten is toegevoegd aan deze reserves. In de staat van baten en lasten wordt de feitelijke premie (incl. VEV-opslag) verantwoord. In lijn met RJ 610.312 is de samenstelling van de feitelijke premie in de jaarrekening toegelicht, alsmede de aansluiting van de feitelijke premiebijdragen met de staat van baten en lasten. Anders dan klager ter zitting heeft betoogd, zijn er geen voorschriften die verplichten om EV-componenten die er niet zijn in de jaarrekening te presenteren.”
Gangbaar voor de sector
De gepensioneerden vangen ook bot met hun derde verwijt: dat de RA ten onrechte de waarde van de pensioenverplichtingen heeft berekend met de rentetermijnstructuur van DNB, op basis van discontinuïteit. De tuchtrechter oordeelt dat het aanvaardbaar wordt geacht om de contante waarde te berekenen met de actuele rentetermijnstructuur zoals gepubliceerd door DNB , mits consistent toegepast. “De door de stichting gehanteerde waarderingsgrondslagen zijn gangbaar voor de pensioensector en sluiten aan bij de kaders voor het prudentieel toezicht door DNB.”
‘Moeite met de inhoud van de wet’
De klacht is volledig ongegrond. De Accountantskamer merkt nog op “dat klagers moeite hebben met de inhoud van de (gewijzigde) wet- en regelgeving voor pensioenen en het toepassen daarvan door de stichting. De Accountantskamer kan echter geen oordeel geven over de (on)juistheid van wet- en regelgeving. In een tuchtprocedure kan alleen worden beoordeeld of een individuele accountant in strijd met de wet of de gedrags- en beroepsregels heeft gehandeld. Daarvan is in dit geval in het geheel geen sprake.”


Het ABP was vroeger een fantastisch pensioenfonds. Tegenwoordig is het een activistenclubje met mannen als Edje N, Paul R. , en binnenkort Siegfrid K. Kennis is niet nodig. Als je maar goed met Thom de G. kunt. Man man man, wat kan het licht snel uit gaan!
👍
Ik heb indertijd mijn opgebouwd pensioen van de AMRO Bank (nu ABNAMRO) en de PTT (KPN) laten overhevelen naar het ABP. De achterliggende gedachte elk jaar indexeren ben nu van een koude kermis thuis gekomen. ABP was vroeger het neusje van de zalm. Op het verkeerde paard gewed zeg het maar.
Ik heb indertijd mijn opgebouwd pensioen van de AMRO BANK nu ABNAMRO en van de PTT nu KPN laten overhevelen naar het ABP. De achterliggende gedachte elk jaar indexeren. ABP was toen immers het neusje van de zalm.Ben van een koude kermis thuis gekomen. Op het verkeerde paard gewed zeg met maar. Het voelt in elk geval zacht uitgedrukt niet prettig aan.
De acountantskamer (AK) houdt in (zeer) gevallen een RA de hand boven het hoofd. Zo was ik ooit betrokken bij een zaak waarbij de RA zelfs een jaarverslag dat wemelde van foute cijfers (ook geconstateerd door een onafhankelijk deskundig bureau) heeft goedgekeurd. Maar volgens de AK was de RA niks te verwijten.
Waarom geen massaal verzet tegen deze langdurige diefstal van ingelegd geld?