De klachtzaak is een detail in een veel grotere strijd van de Nederlandse ondernemer Gerard van den Bergh tegen corruptie in Suriname. Daar schreef hij eerder al een boek over.
Lening voor kippenboerderij
Een van de activiteiten van Van den Bergh was het opzetten van een kippenboerderij in Suriname. Voor dat Kippie-project leende hij in totaal 3,7 miljoen dollar van de Surinaamse zakenman Vijay Kirpalani. Afgesproken werd dat die periodiek op de kippenboerderij zou komen kijken of de leningen conform het businessplan werden aangewend.
In 2019 en 2020 zijn met dat doel onderzoeken gedaan en die hebben geleid tot een rechtszaak tussen de twee businesspartners, omdat Kirpalani vermoedt dat Van den Bergh niet alle gelden in de kippenboerderij steekt. In 2021 oordeelt de Surinaamse rechter dat hij medewerking moet verlenen aan een (nieuw) onderzoek. Daarvoor wordt een accountant van een EY-vestiging uit Trinidad & Tobago ingeschakeld, maar een RA van de Surinaamse tak wordt ook bij het onderzoek betrokken. In oktober 2021 rol daar een rapport uit.
Ondertussen loopt er tegen Van den Bergh en zijn levenspartner een strafzaak: het Surinaamse OM verdenkt hen namelijk van het verduisteren van een miljoen dollar. Daarbij worden ook de resultaten van het onderzoek gebruikt. Die houden in dat van de geleende 3,7 miljoen dollar tussen de 825.000 en 1,06 miljoen dollar niet is geïnvesteerd in het Kippie-project.
Misleidend
Van den Berg dient tegen de RA een klacht in bij de Accountantskamer. De RA heeft een rapport opgesteld waaruit blijkt dat een boekenonderzoek heeft plaatsgevonden, terwijl dat volgens hem niet het geval was. Bovendien had de RA zich ervan moeten vergewissen dat de presentatie van het rapport niet misleidend zou zijn voor het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. Hij heeft ook niet duidelijk gemaakt dat er geen controle op de juistheid van de financiële gegevens is uitgevoerd en geen controleverklaring opgemaakt. Daardoor kijkt Van den Bergh nu tegen een strafeis aan van drie jaar cel, zo stelt hij.
Onderbouwing niet duidelijk
De tuchtrechter stelt allereerst vast dat de klager bij zijn klaagschrift bijlagen heeft gevoegd zonder duidelijk te maken op welke manier die een onderbouwing zijn van de klachtonderdelen. “Het is niet aan de Accountantskamer om zelfstandig in die ingebrachte stukken op zoek te gaan naar wat wel en niet dienstig is of een onderbouwing zou kunnen zijn voor de klacht.”
Niet betrokken bij opdrachtaanvaarding
De opdracht is gegeven aan een EY-kantoor in een ander land, aldus de Accountantskamer, en de RA is niet betrokken geweest bij de opdrachtformulering en opdrachtaanvaarding. De Surinaamse tak was in 2021 nog jong en had nog niet de expertise die voor het onderzoek was vereist. Daarnaast had Kirpalani al een relatie met het kantoor in Trinidad. Vanwege zijn beheersing van de Nederlandse taal is de RA aan het onderzoeksteam toegevoegd.
Zijn werk bestond uit het ter plaatse verzamelen van informatie. In dat kader heeft hij onder meer twee besprekingen gevoerd op het kantoor van de klager, in het bijzijn van een deurwaarder en een getuige, waarvan door de deurwaarder proces-verbaal is opgemaakt. De RA heeft ook stukken per email opgevraagd en verslag uitgebracht aan de opdrachtverantwoordelijken.
De Accountantskamer concludeert dat de RA, die door het OM ten onrechte als ingeschakelde deskundige is bestempeld, niet de eindverantwoordelijke accountant is voor het rapport. “Uit de processen-verbaal van de besprekingen en de door klager ingebrachte emailwisselingen kan – anders dan klager stelt – niet worden afgeleid dat betrokkene een leidende rol had in het onderzoek of verantwoordelijk is voor het rapport.”
En dan is het oordeel snel geveld: “De Accountantskamer stelt vast dat aan alle klachtonderdelen de veronderstelling ten grondslag ligt dat betrokkene de opdracht is aangegaan en verantwoordelijk is voor het rapport. Nu deze veronderstelling onjuist is, zijn alle klachtonderdelen in die zin ongegrond.”
Niet concreet
Toch volgt een inhoudelijke beoordeling omdat de klacht ook kan worden opgevat als een verwijt aan de RA dat hij ten onrechte aan het onderzoek heeft meegewerkt en zich niet van het rapport heeft gedistantieerd. Maar dan wreekt zich de slordige documentatie van Van den Bergh: “Klager heeft in de klachtonderdelen 1 tot en met 4 slechts in algemene zin gesteld dat het rapport misleidend is, maar heeft nagelaten aan te geven op welke concrete punten het rapport tekortschiet en waar betrokkene zich dan in zijn visie van had moeten distantiëren. De klacht mist op dit punt feitelijke grondslag.”
Geen verplichting
Dat er geen hoor en wederhoor zou zijn gepleegd, valt de RA niet te verwijten omdat hij niet betrokken is geweest bij het opstellen van het rapport. Bovendien blijkt nergens uit dat er een verplichting bestond om een controleverklaring op te maken of een driepartijenovereenkomst op te stellen. “Nu van het tegendeel niet is gebleken, moet ervan uit worden gegaan dat het de bij de opdracht betrokken partijen vrij stond om naar eigen inzicht afspraken te maken over de wijze van invulling van de opdracht. Dat een andere accountant – zoals klager stelt – daaraan mogelijk een andere invulling zou hebben gegeven, doet daar niet aan af.”
De RA gaat vrijuit bij de tuchtrechter. Datzelfde kan inmiddels worden gezegd van Van den Bergh, die met zijn partner in juni door de Surinaamse rechter is vrijgesproken van verduistering. De rechter oordeelde dat in de overeenkomst met Kirpalani niet was vastgelegd dat de Kippie-gelden een specifieke bestemming moesten hebben.



Geef een reactie