Zaak nr: 24/3901 Wtra AK
De ondernemer, Gerard van den Bergh, vindt dat de accountant met zijn betrokkenheid bij het rapport fundamentele gedragsregels heeft geschonden, en spreekt zelfs van mogelijke strafbare feiten.
Van den Bergh begon in 2018 samen met zijn partner een kippenboerderij in Suriname, nadat hij daar al sinds 2008 actief was met een eendenkwekerij. De uitbreiding naar kippen werd mogelijk gemaakt dankzij een lening van ruim drie miljoen euro van de Surinaamse zakenman Vijay Kirpalani. Die financiering zou exclusief voor de kippenboerderij zijn bedoeld.
Na verloop van tijd kreeg Kirpalani het vermoeden dat het geld voor andere doeleinden werd gebruikt. Hij schakelde onder meer EY Trinidad & Tobago in voor een onderzoek. Daarbij werd ook de hulp ingeroepen van een Nederlands sprekende RA van EY Suriname, die lokaal interviews afnam en observaties deed. Mede op basis van diens bijdragen werd het rapport opgesteld.
De onderzoekers concludeerden dat de partner van Van den Bergh met ruim twee miljoen euro aan contant geld naar Nederland was gevlogen. Dat leidde tot een civiele procedure en een strafrechtelijk onderzoek. Justitie in Suriname eiste drie jaar cel wegens verduistering. Begin juli sprak de rechter Van den Bergh en zijn partner echter vrij wegens gebrek aan bewijs.
In Nederland dienden Van den Bergh met zijn partner een tuchtklacht in tegen de betrokken RA. Die had volgens hen de gedragsregels van integriteit, objectiviteit en deskundigheid geschonden. “Het rapport is eenzijdig, bevat geverifieerde conclusies, en er is geen hoor en wederhoor toegepast,” aldus Van den Bergh. Volgens hem is het document vrijwel volledig gebaseerd op informatie van opdrachtgever Kirpalani.
Hoewel de RA het rapport niet zelf opstelde of ondertekende, stelt Van den Bergh dat hij medeverantwoordelijk is. De accountant zou tijdens locatiebezoeken geen serieuze pogingen hebben gedaan om informatie te verzamelen. “Alles lag netjes klaar, maar de onderzoekers wilden een andere ordening. De tweede keer kwamen ze met een last onder dwangsom en waren ze na een kwartier weer weg.”
De RA betwist deze weergave. Volgens zijn advocaten had hij geen leidinggevende rol en beperkte zijn taak zich tot ondersteunende werkzaamheden onder toezicht van drie partners van EY Trinidad & Tobago. “Onze client heeft ook de opdracht niet aanvaard, het onderzoek niet gepland en het rapport niet geschreven,” aldus Joris Groeneveld, een van de twee advocaten van de accountant.
De RA stelde bovendien dat hij en zijn team tijdens de bezoeken nauwelijks medewerking kregen. De eerste keer omdat de administratie in dozen zat die niet mochten worden meegenomen – iets wat door Van der Bergh werd ontkend -, de tweede keer omdat de bliksem in de server was geslagen. Ook ontbrak het aan onderliggende stukken. Deze gang van zaken zou volgens hem zijn vastgelegd in het verslag van de deurwaarder die aanwezig was.
De voorzitter van de Accountantskamer vroeg Van den Bergh of er nog meer in dat verslag van de deurwaarder stond waar hij het niet mee eens was. Die vraag viel slecht bij klager, die de suggestie van vooringenomenheid proefde. Na een korte schorsing werd besloten geen wrakingsverzoek in te dienen.


Reactie van Gerard J. van den Bergh:
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van dit artikel, maar een aantal belangrijke feiten ontbreekt helaas, waardoor het beeld onvolledig is.
Zo is niet vermeld dat er in Suriname al een civiel vonnis is gewezen, waarin werd geoordeeld dat de besteding van de gelden rechtmatig was. De latere strafzaak — die tot volledige vrijspraak leidde — werd grotendeels gebaseerd op een discutabel rapport van EY Trinidad. Opvallend is dat BDO Suriname deze opdracht eerder had geweigerd, omdat geen TOR-overeenkomst werd ondertekend.
Er is ook een onafhankelijk rapport opgesteld door een Nederlandse Accountant, dat bevestigt dat alle gelden correct zijn besteed. Dit wordt in het artikel helaas niet benoemd.
Daarnaast ervoer ik tijdens de zitting dat vragen door de voorzitter aan mij werden gericht — terwijl het handelen van de RA ter discussie stond. Na een schorsing veranderde de toon merkbaar, wat ook anderen opviel.
De contante geldstromen waarover gesproken wordt, zijn volledig gereguleerd en vergund, iets wat gemakkelijk te verifiëren is.
Voor wie interesse heeft in de achterliggende stukken of toelichting: ik ben bereikbaar via 06 – 3703 9272 — Gerard J. van den Bergh