Het wijzigingsbesluit stelt de maximale bewaartermijn voor kwaliteitsrapportages op zeven jaar, waarmee wordt aangesloten bij de bewaartermijn voor controledossiers. “Deze termijn doet zo recht aan het beginsel van opslagbeperking dat de verwerker persoonsgegevens niet langer bewaart dan voor de doeleinden, waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt, noodzakelijk is. Gedurende deze periode kan dus ook inzicht worden geboden in elementen die zien op de uitvoering van een specifieke opdracht”, aldus demissionair minister Heinen in de toelichting.
Wijzigingen oob-status zorgsector
Door de oob-status van een aantal instellingen te wijzigen en de aanpassing van de lijst van wettelijke controles vermindert de regeldruk. “Van belang is dat twee maatschappelijke organisaties, te weten de Koninklijke Bibliotheek en de Koninklijke Academie van Wetenschappen, niet langer aan een aantal verplichtingen hoeven te voldoen die verbonden zijn aan de status van oob”, schrijft de minister in de toelichting. “De betreffende accountantsorganisaties hoeven met name geen Opdrachtgerichte Kwaliteitsbeoordeling (OKB) uit te voeren voordat zij een controle gaan uitvoeren. Dat scheelt kosten. Die kosten kunnen variëren van acht tot tachtig uur werk, voor een tarief van zo’n € 500 per uur, hetgeen een besparing oplevert van tussen de € 4.000 en € 40.000 voor elk van beide.” Beide organisaties hoeven daarnaast geen auditcommissie meer te hebben en krijgen meer keuze bij het kiezen van een accountantsorganisatie.
27 organisaties in de zorgsector (negen uitvoerders van de Wet langdurige zorg, 18 abortusklinieken) hoeven niet langer opdracht te verlenen aan een vergunninghoudende accountantsorganisatie voor een externe controle van hun jaarrekening. Het besluit voegt één externe accountantscontrole toe: die van het Zorgverzekeringsfonds (Zvf), vergelijkbaar met die van het Fonds langdurige zorg (Flz). “De accountantsorganisatie, die de controle uitvoert bij het Flz, is dezelfde die al betrokken is bij het Zvf. Op grond daarvan verwacht het Zorginstituut geen significante stijging van de accountantskosten ter zake van het Zvf.”
Medeverantwoordelijkheid geconcretiseerd
Het besluit werkt verder ook maatregelen uit de inmiddels door de Eerste Kamer aangenomen Wijzigingswet uit. Zo wordt de medeverantwoordelijkheid van de accountantsorganisatie voor de kwaliteit van de wettelijke controle geconcretiseerd door uitwerking van de minimale eisen aan de kwaliteitsborging van het stelsel van kwaliteitsbeheersing van accountantsorganisaties. “Ten eerste krijgt de accountantsorganisatie meer duiding wat voor nodige en passende procedures en maatregelen zij moeten nemen om ervoor te zorgen dat haar stelsel van kwaliteitsbeheersing in opzet, bestaan en werking de kwaliteit borgt van de wettelijke controle. Ten tweede geven deze eisen AFM verder richting naar welk handelen of nalaten van de accountantsorganisatie zij onderzoek kan doen om te onderbouwen waarin de accountantsorganisatie tekort is geschoten om de kwaliteit van de wettelijke controle te borgen.”
Het stelsel van kwaliteitsbeheersing moet er minstens toe leiden dat er sprake is van controles met een professioneel-kritische instelling, professionele oordeelsvorming en voldoende en geschikte controle-informatie. “Deze normen richten zich primair tot de externe accountant, maar leggen tegelijk een handhaafbare zorgplicht op aan accountantsorganisaties om ervoor te zorgen dat de externe accountant deze normen naleeft.”
In het besluit is ook opgenomen dat overtredingen van de minimale eis van kwaliteitsborging kunnen leiden tot bestuurlijke boetes van in beginsel € 500.000.



Gelet op de 10 jaren termijn voor tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van een accountant is de genoemde 7 jaars termijn nogal discutabel, tenzij het wetsvoorstel ook deze termijn tot 7 jaar zou verkorten, wat naar mijn weten niet zo is.