Financiën consulteerde tot 1 december het voorstel om de bepaling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 die de gevolgen in de vennootschaps-, inkomsten- en dividendbelasting van een civielrechtelijke omzetting van rechtspersonen regelt, uit te breiden en te moderniseren. Hiermee wordt onder andere tegemoetgekomen aan de wens vanuit de praktijk om fiscale flankerende maatregelen te nemen bij de Wet implementatie richtlijn grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen.
Voorgesteld wordt om het toepassingsbereik van de huidige fiscale regels voor omzettingen uit te breiden, zodat ook grensoverschrijdende omzettingen en omzettingen waar het civiele recht van Nederland niet bij is betrokken onder de regeling vallen. Uitzonderingen worden expliciet vastgelegd en uitgebreid en de gevolgen van een omzetting worden (ook) geregeld in de Wet IB 2001 en Wet DB 1965.
Verruiming
De NOB is er blij mee dat de voorgestelde fiscaal flankerende maatregelen voor de omzetting van rechtspersonen niet zijn beperkt tot de omzettingen van de naamloze vennootschap en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in kapitaalvennootschappen naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte en andersom, maar dat de maatregelen ook gaan over andere omzettingen die mogelijk zijn op basis van buitenlands recht of het EU-recht.
Conditionele bronbelasting
Positief is de NOB ook over het regelen van de gevolgen van een omzetting voor de heffing van inkomstenbelasting en dividendbelasting in de Wet IB 2001 en Wet DB 1965 zelf. “Daarbij valt het de NOB wel op dat in de internetconsultatie niets is geregeld dan wel is opgemerkt over de gevolgen van een omzetting voor de Wet BB 2021. De NOB denkt daarbij met name aan de gevolgen van een omzetting voor de Wet BB 2021 op dividenden en aan de invloed van een omzetting op de vestigingsplaatsfictie van artikel 1.3 lid 1 Wet BB 2021.” De NOB vraagt daarom in het uiteindelijk in te dienen wetsvoorstel en de toelichting ook in te gaan op de fiscale gevolgen van een omzetting voor de heffing van de conditionele bronbelasting.
Vervolgens wordt ingegaan op het ontbreken van de gevolgen van zetelverplaatsing, vestigingsplaatsficties, de fiscale eenheid, de verlengstukwinst en dividendbelasting bij een coöperatie, de samenloop bij personenvennootschappen, de delegatiebepaling en uitstel van betaling.



Geef een reactie