Zaak nrs: 25/1345, 25/1346, 25/1347 Wtra AK
Autodealer- en vastgoedgroep Bangroep Beheer kwam in 2022 bij een nieuw accountantskantoor terecht om belangenverstrengeling te voorkomen – de vrouw van de CFO ging aan de slag bij het vorige kantoor. Een RA en een AA kregen de opdracht de jaarrekening 2021-2022 te controleren. Wat een routinematige start leek, groeide uit tot een langdurig conflict over kosten, kwaliteit van dossiers en de uiteindelijke weigering van een accountantsverklaring.
De eerste begroting bedroeg 48.500 euro, mede gebaseerd op de aanwezigheid van een vooraf uitgevoerde audit. Uiteindelijk liep de factuur voor de controle 2021-2022 op tot 191.000 euro. Bangroep ging daarmee akkoord, mede omdat de accountants aangaven dat de controle van het volgende boekjaar aanzienlijk minder tijd zou kosten.
Die verwachting kwam niet uit. Voor de controle van 2022-2023 werd uiteindelijk circa 270.000 euro in rekening gebracht. Volgens advocaat Benno Friedberg, die Bangroep bijstaat, betekende dit ‘een overschrijding van de begroting in twee jaar tijd met 350 procent’. De kern van zijn verwijt is dat de facturen onvoldoende waren gespecificeerd. “Alleen het aantal uren volstaat niet,” stelde hij, omdat daarmee niet te toetsen is of de werkzaamheden gerechtvaardigd waren.
Naast de declaraties speelde een inhoudelijk verschil van inzicht over de jaarrekening. Ban Automotive werd uit de groep gehaald en voor één euro overgedragen aan de persoonlijke holding van de DGA. Volgens de CFO ging het om een gerechtvaardigde intragroeptransactie. De accountants kwalificeerden de stap als een verhanging onder gemeenschappelijke leiding en meenden dat de transactie tegen boekwaarde had moeten plaatsvinden. Daarbij woog mee dat het eigen vermogen in de conceptjaarrekening 1,25 miljoen euro bedroeg en dat de aandelen later voor 5,4 miljoen euro zouden worden doorverkocht aan Van Mossel Dealer Groep.
De accountants vroegen om een externe waardering, maar kregen die niet. Een verwijzing naar een mondelinge instemming van de Belastingdienst werd niet met stukken onderbouwd. Daarom besloten zij geen verklaring af te geven bij de jaarrekening 2022-2023.
De RA en AA verweren zich tegen het verwijt van buitensporig declareren. Hun advocaat Jan Garvelink stelde dat ‘er geen gedeclareerd uur niet gewerkt’ was. Volgens advocaat Gijs Wessels, een kantoorgenoot van Garvelink, lag de oorzaak van de hoge kosten vooral bij de staat van de administratie. Hij verklaarde dat de accountants begonnen zijn op basis van de belofte van een compleet dossier, maar dat dit in de praktijk anders uitviel. “De administratie ontbeerde structuur en zat vol niet toegelichte boekingen,” aldus Wessels.
Volgens hem verliep ook de informatieverstrekking moeizaam. “In plaats van een ordelijk balansdossier hebben de accountants twee weken op regelniveau gezocht naar specificaties en onderliggende bescheiden.” Hij benadrukte dat de factuur na de intensieve afronding ‘de geleverde arbeid weerspiegelde’.
Dat Bangroep de declaraties bleef voldoen, zegt volgens Friedberg niets over instemming. Zijn cliënt stond ‘met zijn rug tegen de muur’, omdat een snelle controle noodzakelijk was voor financiering en verkoop.
De DGA verzette zich tegen het beeld van een chaotische administratie en wees erop dat de vorige accountant geen problemen had ervaren. Hij gaf aan dat de CFO ernstig ziek was. Voor hem was de impact ingrijpend: de beoogde verkoopprijs van 10 miljoen euro moest met 5 miljoen euro worden verlaagd. “Ik heb veel moeten slikken,” verklaarde de ondernemer, die ook de mentale belasting van het proces beschreef.


Geef een reactie