Dat blijkt uit het jaarlijkse pensioenonderzoek van KPMG onder 46 bestuurders en directeuren van pensioenfondsen en uitvoeringsorganisaties. Uit het onderzoek blijkt dat beleidsmatige keuzes grotendeels zijn gemaakt en dat implementatie- en communicatieplannen vergevorderd zijn. Het uitstellen van de invoerdatum naar – in de meeste gevallen – 2027 of uiterlijk 1 januari 2028 zorgt voor meer rust en overzicht bij fondsbestuurders. De interactie met toezichthouders zoals DNB en de AFM is voorspelbaarder geworden, waardoor fondsen hun processen strakker kunnen organiseren. Dit met de voetnoot dat ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee in de dekkingsgraad een factor van onzekerheid blijven voor fondsen die niet reeds zijn ingevaren of op korte termijn invaren.
Operationele druk en IT-vraagstukken
Ondanks meer rust en overzicht ten aanzien van beleid, blijft de operationele druk hoog. De IT-gereedheid van pensioenuitvoeringsorganisaties vormt een aandachtspunt. Ruim drie keer meer respondenten dan vorig jaar geven aan de operational readiness van hun uitvoeringsorganisatie te zien als belangrijkste uitdaging bij het invaren. Datamigraties, complexe systeemkoppelingen en het inrichten van nieuwe administratiesystemen vergen veel tijd, expertise en capaciteit. Verschillen tussen uitvoeringsorganisaties worden steeds zichtbaarder, wat bij een aantal fondsen leidt tot onzekerheid over hun toekomstige samenwerkingen.
Transparantie en keuzebegeleiding
Bestuurders zien dat de eisen voor transparantie en begrijpelijkheid zijn toegenomen. Fondsen moeten deelnemers vaker en beter informeren over de gevolgen van de nieuwe regeling op hun pensioen. Keuzebegeleiding is daarbij een complex onderwerp: door open normen in de wet moeten fondsen zelf invulling geven aan wat ‘passende keuzebegeleiding’ is. Fondsen vinden het lastig om te bepalen welke data zij mogen gebruiken om deelnemers verantwoord te begeleiden, en hoe ze dit doen zonder onbedoeld in de richting van productadvies te bewegen.
Veranderende rol van fondsbestuurders
Het nieuwe pensioenstelsel verandert de rol van fondsbestuurders fundamenteel. Waar sociale partners verantwoordelijk zijn voor de premiehoogte, krijgen bestuurders een sterkere controlerende en toetsende rol. Dat vraagt om meer diepgaande kennis van pensioensystemen, risicoprofielen en governance. Communicatie en zorgplicht worden centrale pijlers van het bestuur.
Nazorg en structureel hogere kosten
Fondsen die al zijn overgestapt naar het nieuwe stelsel, benadrukken het belang van nazorg. Systemen en processen moeten na de overgang verder worden gestabiliseerd en communicatiestromen zijn vaak nog niet geautomatiseerd. Daarnaast zien fondsen structureel stijgende kosten voor IT-ontwikkeling, communicatie en de zorgplicht. Dat heeft directe gevolgen voor de manier waarop partijen binnen de sector hun businessmodel in de nieuwe wereld moeten vormgeven. “De transitie naar het nieuwe pensioenstelsel is niet enkel een technische operatie, maar een ingrijpende verandering van rollen, verantwoordelijkheden en onderlinge verhoudingen in de sector,” zegt Jeroen Ruepert, Partner en Head of KPMG Asset Management & Pensions. “Nu ligt de nadruk op het beheerst uitvoeren van de transitie, en in toenemende gevallen, de operationele nazorg. Wij verwachten echter dat de nadruk snel zal verschuiven naar het functioneren van pensioenfondsen en uitvoeringsorganisaties in het nieuwe pensioenlandschap.”


Geef een reactie