Volgens DNB ligt het tempo hoog. Er zijn momenteel 46 invaarmeldingen in behandeling van fondsen die vrijwel allemaal in 2026 of per 1 januari 2027 willen overstappen. In de loop van 2026 verwacht de toezichthouder nog zo’n zestig meldingen. Alles bij elkaar gaat het om fondsen die straks ongeveer 90% van alle pensioendeelnemers vertegenwoordigen. De fondsen die al zijn overgegaan beheren op dit moment iets meer dan een derde van het totale pensioenvermogen en vertegenwoordigen bijna tien miljoen actieve deelnemers, slapers en gepensioneerden.
Onvoldoende onderbouwing
Tegelijkertijd ziet DNB duidelijke knelpunten. In veel invaardossiers zijn de gemaakte transitiekeuzes en de daaruit voortvloeiende effecten nog onvoldoende onderbouwd. Volgens de toezichthouder ontbreekt het vaak aan expliciete en meetbare transitiedoelstellingen. Dat maakt het lastig om objectief vast te stellen waarom een fonds kiest voor specifieke instrumenten, zoals de standaardmethode, compensatie voor het afschaffen van de doorsneesystematiek of de inrichting van de solidariteitsreserve.
Voor accountants is dit geen detail. Juist deze doelstellingen vormen de basis onder de evenwichtige belangenafweging die pensioenfondsen moeten maken. Als doelen te algemeen blijven geformuleerd, bestaat het risico dat vrijwel elke invulling als passend kan worden gepresenteerd. Dat is problematisch wanneer de gekozen instrumenten leiden tot materiële herverdelingseffecten tussen deelnemersgroepen.
In gesprek
DNB kondigt daarom aan al vroeg in het beoordelingsproces het gesprek aan te gaan met fondsen over hun transitiedoelstellingen. Heldere en richtinggevende doelen helpen niet alleen bij de onderbouwing van keuzes, maar bieden ook houvast als economische omstandigheden tussentijds wijzigen en besluiten opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden.
Plausibiliteit
Naast de focus op scherpere doelstellingen blijft DNB onverminderd letten op de plausibiliteit van de berekende transitie-effecten. Fondsen moeten aannemelijk maken dat de uitkomsten realistisch zijn en consistent voortvloeien uit de gekozen aannames. Dat raakt direct aan de controleerbaarheid van het transitieproces, een thema dat ook voor accountants steeds zwaarder weegt. Om hierover met de sector in gesprek te blijven, organiseerde DNB samen met de Pensioenfederatie rondetafelbijeenkomsten op 20 januari een bijeenkomst. Er zal een tweede bijeenkomst zijn op 2 februari.
Accountant in sleutelrol
Voor accountants springt vooral het zogeheten Toetsmoment 2 (TM2) eruit. In deze fase moeten pensioenfondsen aantonen dat de datakwaliteit vóór, tijdens en na de transitie is geborgd en dat alle berekeningen juist en volledig zijn uitgevoerd. Onderdeel daarvan is een oordeel van een externe accountant over de juistheid en volledigheid van de transitie.
Fondsen die per 1 januari 2026 zijn ingevaren, kunnen rond maart 2026 een concrete uitvraag van DNB verwachten om de accountantsrapporten, inclusief een bestuurlijke toelichting, aan te leveren. De toezichthouder benadrukt dat deze uitvraag tijdig moet worden meegenomen in het bestuurlijke proces.
Eerste rapportages
Inmiddels zijn de eerste TM2-rapportages door accountants opgesteld en aan DNB verstrekt. Op basis van deze eerste praktijkervaringen zal de toezichthouder later een algemene terugkoppeling geven. TM2 staat daarom ook expliciet op de agenda van de accountantsmiddag op 21 januari 2026, die DNB periodiek samen met accountantsorganisaties organiseert.
Meer dan een formaliteit
Voor accountants betekent TM2 dat hun rol in de pensioentransitie verder verschuift van een klassieke controle achteraf naar een cruciale schakel in de borging van datakwaliteit en besluitvorming. De kwartaalupdate maakt duidelijk dat de toezichthouder hoge eisen stelt aan onderbouwing, consistentie en transparantie. Wie die rol onderschat, loopt het risico later alsnog tegen vragen of hersteltrajecten aan te lopen.
Bron:DNB


Geef een reactie