Een natuurlijk persoon (X) houdt een 100%-belang in een holding-bv, die op haar beurt 100% van de aandelen bezit in vier dochtervennootschappen. X verricht werkzaamheden voor al deze vennootschappen, zonder dat daarvoor arbeidsovereenkomsten zijn gesloten of beloningen zijn bedongen of uitbetaald. Na afloop van het jaar constateert de inspecteur dat artikel 12a Wet LB 1964 (de gebruikelijkloonregeling) ten onrechte niet is toegepast.
Rechtsvraag
De centrale vraag luidt of de doorbetaaldloonregeling van artikel 32d Wet LB 1964 nog kan worden toegepast wanneer geen sprake is geweest van daadwerkelijk genoten loon, maar alleen van fictief loon op grond van artikel 12a Wet LB 1964.
Antwoord
Het antwoord is bevestigend. Volgens de Kennisgroep kan de doorbetaaldloonregeling ook in deze situatie worden toegepast. Dit betekent dat de gebruikelijkloonregeling op grond van artikel 12a, derde lid, Wet LB 1964 op holding- of concernniveau kan worden toegepast.
Wettelijk kader
De gebruikelijkloonregeling schrijft in beginsel voor dat per lichaam waarin een AB wordt gehouden een gebruikelijk loon moet worden vastgesteld. Sinds 2010 bepaalt artikel 12a, derde lid, Wet LB 1964 echter dat bij toepassing van de doorbetaaldloonregeling de werkzaamheden voor andere concernvennootschappen worden geacht te zijn verricht voor de inhoudingsplichtige die het loon ‘doorbetaalt’, doorgaans de persoonlijke holding.
De wetgever heeft bij herhaling benadrukt dat het niet de bedoeling is dat een dga met meerdere concernvennootschappen bij iedere vennootschap afzonderlijk een gebruikelijk loon moet verantwoorden, mits de doorbetaaldloonregeling van toepassing is.
Zonder feitelijke loonbetaling
Strikt genomen vereist artikel 32d Wet LB 1964 dat de nevenwerkgever loon afdraagt aan de hoofdwerkgever. In de praktijk wordt aan deze voorwaarde vaak niet letterlijk voldaan, omdat bij de nevenwerkgever geen loon wordt vastgesteld. Toch wordt in de uitvoeringspraktijk en de rechtspraak regelmatig uitgegaan van toepassing van de doorbetaaldloonregeling op concernniveau.
Volgens de Belastingdienst moet in dit verband onder ‘loon’ en ‘afdracht van loon’ mede worden verstaan: fictief loon in de zin van artikel 12a Wet LB 1964. Als bij de nevenwerkgever sprake is van een gebruikelijkloonfictie, kan dat fictieve loon worden aangemerkt als loon dat wordt doorbetaald aan de hoofdwerkgever.
Gevolg voor de praktijk
Dit standpunt bevestigt dat de gebruikelijkloonregeling ook achteraf op concernniveau kan worden toegepast, zelfs als binnen het concern geen feitelijke loonbetalingen hebben plaatsgevonden. Voor dga’s in zuivere holdingstructuren biedt dit duidelijkheid en voorkomt het dat per werkmaatschappij afzonderlijk een gebruikelijk loon moet worden vastgesteld.
Met publicatie van dit standpunt is het standpunt KG:204:2022:6 ingetrokken.
Zie hier het standpunt.


Geef een reactie