Uit dit rapport blijkt dat particuliere belastingplichtigen en kleine ondernemers over het jaar 2022 in totaal 3,9 miljard euro meer aan belasting moesten betalen bij de definitieve aanslag dan vooraf was opgelegd. Tegelijkertijd werd 2,4 miljard euro teruggegeven omdat te veel belasting was betaald.
De afwijkingen zijn daarmee niet alleen op macroniveau aanzienlijk, maar kunnen ook op individueel niveau groot uitpakken. Voor belastingplichtigen die bij de definitieve aanslag moesten bijbetalen, bedroeg het mediane verschil 1.000 euro, met uitschieters tot boven de 1 miljoen.
Structurele verschillen, beperkte sturing
De ADR onderzocht de kwaliteit van voorlopige aanslagen die door de Belastingdienst handmatig worden vastgesteld. In het rapport wordt consequent gesproken van grote verschillen tussen voorlopige en definitieve aanslagen. Volgens de onderzoekers benut de Belastingdienst de voorlopige aanslag onvoldoende als instrument om deze verschillen te verkleinen. Dat kwalificeren zij als een gemiste kans.
De afwijkingen blijken het grootst wanneer de Belastingdienst zelf een eerste voorlopige aanslag oplegt en de belastingplichtige geen verzoek tot wijziging indient. Maar ook wanneer belastingplichtigen wél aanpassingen doorgeven, blijven de verschillen aanzienlijk. Voor 2022 waren de definitieve aanslagen in die gevallen per saldo 720 miljoen euro hoger dan de voorlopige aanslagen, terwijl aan de andere kant 450 miljoen euro te veel was opgelegd.
Afgezet tegen de totale opbrengst van de inkomstenbelasting in 2022 ( 75 miljard euro) vertegenwoordigen de afwijkingen bijna 8,5 procent van de totale belastingopbrengst.
Gescheiden processen binnen de Belastingdienst
Een belangrijke oorzaak ligt volgens de ADR in de wijze waarop de Belastingdienst haar processen heeft ingericht. De voorlopige en definitieve aanslagen inkomstenbelasting worden behandeld in gescheiden trajecten, waarvoor verschillende onderdelen van de organisatie verantwoordelijk zijn. Dat gebrek aan integrale sturing gaat ten koste van zowel de doeltreffendheid als de doelmatigheid van het aanslagproces.
Tekort aan capaciteit en vaktechnische kennis
De ADR signaleert daarnaast knelpunten in de uitvoering. Door personeelstekorten kon in 2022 slechts ongeveer de helft van de voorlopige aanslagen met een verhoogd risicoprofiel handmatig worden beoordeeld. De overige aanslagen werden zonder aanpassing automatisch verwerkt.
Verder constateert de auditdienst dat binnen CAP IH onvoldoende vaktechnische kennis aanwezig is, wat de uniformiteit en kwaliteit van de controles onder druk zet. Het management erkent dit en geeft aan dat wordt gewerkt aan het overhevelen van deze werkzaamheden naar de directie Particulieren, waar de inhoudelijke expertise beter is geborgd.


Er is geen personeelstekort. Kennis van mij kreeg tijdelijk contract om uit te helpen. Zij had die opdracht binnen 1/3 deel van de afgesproken tijd gedaan. De volgende opdracht hetzelfde tot zij de opmerking kreeg iets langzamer te werk te gaan. Probleem ligt in arbeidsethos bij velen bij de belastingdienst, lees ambtenarenapparaat. Zij klagen ook over salaris, geheel onterecht overigens, in het bedrijfsleven wordt je afgerekend op je prestaties en dat ontbreekt bij de overheid.
@ Zoef. Ik las in de krant vorige week, of zo, dat de nederlandse economie in 2025 bijna 3 procent was gegroeid en dat was boven alle verwachting. Een procent of twee kwam door de overheid die meer had uitgegeven, aan lonen, salarissen, schadeloosstellingen en andere beloningen met prachtig klinkende fantasienamen. Dus de prestatie van een ambtenaar is gewoon gelijk aan zijn beloning, geef je meer geld uit aan je mensen dan stijgt daarmee de prestatie. En dus de economie. Als straks onze nieuwe kabinet Jetten1 het aantal ambtenaren gaat beperken daalt de prestatie van de overheid en dus van heel Holland en explodeert de post “Uitbesteed werk aan derden” want het werk moet wél gedaan worden. Dus Leve de ZZPérs. Een gouden toekomst wachten hen?