Zaak nr: 25/1454 Wtra AK
De maatregel volgt op een klacht van de NBA naar aanleiding van een reguliere kantoortoetsing in januari 2022 en een hertoetsing in november 2023. De klacht wordt in alle onderdelen gegrond verklaard.
Voorgeschiedenis: al sinds 2016 onder verscherpt toezicht
De accountant is sinds 2014 ingeschreven in het register van de NBA. Zijn kantoor valt onder het verlicht regime voor kleine accountantseenheden: hij is de enige eindverantwoordelijke accountant en heeft minder dan vijf medewerkers.
Al in 2016 leidde een reguliere kantoortoetsing tot een hertoetsing. Na een eindoordeel van de Raad voor Toezicht in februari 2018 moest begin 2019 een vervroegde reguliere toetsing plaatsvinden, die in september 2019 is uitgevoerd. Dat traject mondde uit in een tuchtklacht en een berisping in november 2020.
Destijds week de Accountantskamer af van de in dit soort zaken gebruikelijke maatregel van tijdelijke doorhaling. De accountant had bijzondere omstandigheden aangevoerd en toegelicht dat hij met hulp van een serviceorganisatie een verbeterplan zou uitvoeren. De tuchtrechter gaf hem daarmee een laatste kans om zijn kwaliteitssysteem op orde te brengen.
Die kans is blijkens de uitspraak bepaald niet benut. Na een nieuwe toetsing in januari 2022 moest de accountant een verbeterplan opstellen. Dat plan werd – na aanvulling – goedgekeurd. Bij de hertoetsing in november 2023 oordeelde de Raad voor Toezicht echter opnieuw dat het kwaliteitssysteem in werking niet voldeed. Dat leidde tot de nieuwe klacht.
Gefaseerd verbeteren is geen excuus
Een belangrijk verwijt betrof de keuze van de accountant om verbeteringen “gefaseerd” door te voeren: eerst de bv’s op orde brengen, daarna de eenmanszaken en vof’s.
De Accountantskamer oordeelt dat het kantoor op grond van de regelgeving moet waarborgen dat alle opdrachten conform de toepasselijke wet- en regelgeving worden uitgevoerd. Dat de kwaliteitseisen niet in alle gevallen werden gevolgd, staat vast. De accountant heeft zelf erkend dat het gefaseerd invoeren ten tijde van de toetsing nog niet was afgerond. Daarmee was het stelsel in werking niet toereikend.
Tekortkomingen in samensteldossiers
Naast systeemfouten constateerden de toetsers tekortkomingen in drie getoetste samenstellingsopdrachten (aangeduid als Woninginrichting, Zorg en Bewindvoering). De Accountantskamer toetste het handelen aan de VGBA, de NVKS en Standaard 4410.
De NBA wees onder meer op:
- onvoldoende vastlegging van inzicht in de entiteit;
- ontbrekende of onzichtbare werkprogramma’s;
- niet uitgewerkte aangekondigde werkzaamheden;
- gebrekkige onderbouwing van significante posten;
- onvoldoende aandacht voor wet- en regelgeving (Wmo, WNT, Wwft);
- onvolledige opdrachtbevestigingen waarin het toepasselijke stelsel van financiële verslaggeving niet was benoemd.
De accountant betwistte een deel van de bevindingen en stelde dat in zijn softwaresysteem wel degelijk voldoende was vastgelegd. Ook voerde hij aan dat termen als “volledigheid van omzet” fiscaal gebruikelijk jargon zijn.
De tuchtrechter oordeelt echter dat de NBA haar klacht voldoende heeft onderbouwd met het recapitulatieverslag van de toetsers. Vervolgens lag het op de weg van betrokkene om de bevindingen concreet en met stukken uit de dossiers te weerleggen. Dat heeft hij nagelaten. Daar komt bij dat hij volgens het verslag van de eindbespreking met de bevindingen had ingestemd. In zijn verweer heeft hij niet gesteld dat die weergave onjuist was. Daarmee staan de tekortkomingen in de werking van het stelsel en in de samenstellingsdossiers vast.
Frustratie over toetsers: “miskent eigen aandeel”
Tijdens de zitting uitte de accountant zijn frustratie over de werkwijze van de toetsers, onder meer omdat zij andere dossiers opvroegen dan hij had klaargezet. De Accountantskamer verwerpt dat verweer. Het is aanvaardbaar dat toetsers hun eigen selectie maken; dat maakt de toets niet onzorgvuldig.
De frustratie miskent volgens de tuchtrechter het eigen aandeel van betrokkene in de negatieve uitkomst. Juist na drie eerdere waarschuwingen en een berisping had verwacht mogen worden dat het stelsel in 2022 of uiterlijk 2023 volledig op orde was.
Zware maatregel: fundament van de beroepsuitoefening
Bij de maatregel weegt de Accountantskamer zwaar mee dat het niet de eerste keer is dat het kantoor niet voldoet. Feitelijk, zo overweegt de tuchtrechter, voldoet de accountantseenheid al sinds 2016 niet aan de eisen. Dat rekent de Accountantskamer de accountant zwaar aan. Het stelsel van kwaliteitsbeheersing vormt het fundament voor een goede beroepsuitoefening. Dat fundament was ook na jaren van toezicht en begeleiding nog steeds onvoldoende.
Daarom wordt nu wél de in dit soort zaken gebruikelijke maatregel opgelegd: tijdelijke doorhaling van de inschrijving voor de duur van twaalf maanden. De maatregel gaat in na onherroepelijk worden van de uitspraak en uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging.
Tijdens de zitting werd al duidelijk wat dat kan betekenen. Op de vraag van de voorzitter wat een tijdelijke doorhaling voor hem zou inhouden, antwoordde de accountant: “Sluiting van het kantoor.”


Geef een reactie