Hoogendoorn nam op 13 maart afscheid met de rede ‘Financiële verslaggeving en duurzaamheidsverslaggeving: botsende beginselen of een harmonieus huwelijk?’ Daarin weegt hij de verschillende voor- en nadelen van geïntegreerde verslaggeving over financiële cijfers en duurzaamheidsaspecten. Hij maakt in de kantlijn ook een opmerking over de status van de RJ-richtlijnen. “Wat mij in dit verband verbaast is dat, waar iedere onderneming die IFRS toepast dit uitdrukkelijk vermeldt, een vergelijkbare vermelding ontbreekt bij veruit de meeste RJ-toepassers. Hier ligt een taak voor ondernemingen. En natuurlijk moeten de accountants dan ook in hun verklaring deze compliance aangeven. Ik doe een beroep op de NBA en de controlerend accountants om op dit punt de transparantie in de jaarverslaggeving te verbeteren. Laaghangend fruit, doet geen pijn, maar is wel belangrijk.”
Botsingen
Hoogendoorn bespreekt zes ‘botsingen’ tussen financiële en duurzaamheidsverslaggeving. Ten eerste hebben ze verschillende doelen: het weergeven van de financiële positie en financiële resultaten tegenover het weergeven van informatie over materiële impacts, risico’s en kansen met betrekking tot
duurzaamheidsthema’s. “Hiermee hangt samen dat in het duurzaamheidsverslag doelen (‘targets’)
op korte en langere termijn worden opgenomen, zelfs tot aan 2050. Bij een jaarrekening is dat niet passend.”
Ten tweede hebben begrippen in de twee soorten verslaggeving soms verschillende betekenissen, zoals het begrip materialiteit. Verder is aggregatie van datapunten in financiële verslaggeving mogelijk, maar in duurzaamheidsverslaggeving veel moeilijker.
Een vierde verschil is de reikwijdte van de rapportage: die is bij duurzaamheidsverslaggeving veel groter omdat ook de waardeketen betrokken wordt. Hoogendoorn noemt als vijfde het onderscheid tussen het inzichtvereiste bij de jaarrekening en het compliancevereiste bij de duurzaamheidsrapportage. “Een duidelijk minder vergaande benadering. Dit is niet zozeer een botsend beginsel, maar wel een verschil in de praktijk.”
Tot slot wijst hij erop dat jaarrekeningen moeten worden voorzien van een controleverklaring, terwijl de CSRD slechts een beoordelingsverklaring vereist. “Uit de in 2024 gepubliceerde duurzaamheidsverslagen blijkt dat in Europa geen enkel duurzaamheidsverslag is voorzien van een controleverklaring.”
Betrouwbaarheid net zo belangrijk
Desalniettemin ziet Hoogendoorn genoeg mogelijkheden om tot een combinatie te komen. Voorwaarde voor een goede integratie is dat beide vormen van rapportage in hetzelfde verslag worden opgenomen. De compliancebenadering bij het duurzaamheidsverslag zal moeten plaatsmaken voor de ’true and fair view’-benadering en ook de controleverklaring zal een vereiste moeten worden bij duurzaamheidsrapportages. “Dat geeft het signaal dat de betrouwbaarheid van niet-financiële informatie net zo belangrijk is als die van financiële informatie.” Daarbij kan monetarisering, het in geld uitdrukken van duurzaamheidsaspecten, bijdragen aan het integreren van beide verslagtypes, met als ultiem resultaat een geïntegreerde winst-en-verliesrekening
Van CFO naar CVO
De grenzen tussen beide verslagen moeten worden geslecht, aldus Hoogendoorn, die wijst naar vragen die Europees verslaggevingsinstituut Efrag eerder opriep over welke informatie bij de jaarrekening en welke bij het duurzaamheidsverslag past. “Dit roept de vraag op waarom we de grenzen tussen jaarrekening en duurzaamheidsverslag in stand houden. Als niet-financiële prestaties even belangrijk zijn als financiële prestaties, dan zouden deze met gelijke importantie moeten worden gerapporteerd, en dan dient het bestuur voor beide in gelijke mate verantwoordelijk te zijn. En dan past ook een functiebenaming als CFO niet meer, omdat die titel te veel nadruk legt op de financiële kant.” Hoogendoorn noemt het alternatief van Chief Value Officer. “Dat is nog maar door een enkele onderneming omarmd. Ik noem Gasunie en Vebego. De Impact Economy Foundation is in 2023 begonnen met de verkiezing van de Chief Value Officer of the Year, maar alle winnaars, drie tot vier per jaar, hanteren nog wel altijd de titel CFO.”


Geef een reactie