Het voorstel, ingediend door het kabinet en verdedigd door minister David van Weel van Justitie en Veiligheid, kreeg eerder nog ruime steun in de Tweede Kamer. In de senaat bleek die steun echter weggevallen. Alleen VVD, PVV, SGP en JA21 stemden voor; een brede coalitie van partijen stemde tegen. Daarmee komt een einde aan een traject van bijna tien jaar voorbereiding van wetgeving.
Inzage in financiën en deponering
Met het wetsvoorstel zouden maatschappelijke organisaties verplicht worden om inzicht te geven in donaties die afkomstig zijn van buiten de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Ook zouden stichtingen verplicht worden om hun balans en staat van baten en lasten te deponeren bij het Handelsregister. Het wetsvoorstel had geen betrekking op politieke partijen.
Om buitenlandse beïnvloeding door donaties tegen te gaan, zouden bovendien de burgemeester, het Openbaar Ministerie en andere specifiek aangewezen overheidsinstanties de bevoegdheid krijgen om bij maatschappelijke organisaties – zoals stichtingen, verenigingen, kerkgenootschappen en buitenlandse rechtspersonen – gericht navraag te kunnen doen naar buitenlandse giften. Verder zouden stichtingen verplicht worden om financiële stukken voortaan te deponeren bij het Handelsregister. Daarnaast zouden enkele toezichts- en handhavingsinstanties van de overheid toegang krijgen tot de in het Handelsregister te deponeren balans en staat van baten en lasten van stichtingen.
Twijfels over nut en uitvoerbaarheid
Hoewel er brede overeenstemming bestond dat ondermijning van de rechtsstaat moet worden tegengegaan, zette een meerderheid van de senaat vraagtekens bij de effectiviteit en proportionaliteit van de wet. Met name partijen als D66, CDA, ChristenUnie, BBB en SP vonden het voorstel een te zwaar middel.
Ook uitvoeringsinstanties zelf waren kritisch. Zowel het Openbaar Ministerie als het Nederlands Genootschap van Burgemeesters gaven eerder aan weinig te zien in de voorgestelde bevoegdheden. OM-topman Rinus Otte waarschuwde dat zijn organisatie niet als “duizenddingendoekje” ingezet wil worden, terwijl burgemeesters vrezen dat hun neutrale positie onder druk komt te staan.
Kabinet ziet noodzaak
Minister Van Weel benadrukte tijdens het debat dat buitenlandse beïnvloeding via geldstromen nog altijd een actueel risico vormt. Volgens hem ging het om een “specifiek instrument” dat slechts incidenteel zou worden ingezet. “Misschien wel meer dan ooit nodig,” stelde hij.
De senaat liet zich daar niet door overtuigen. Tegenstanders wezen onder meer op extra regeldruk voor het maatschappelijk middenveld en twijfelden of de wet in verhouding stond tot het beoogde doel.
Met het verwerpen van de wet blijft een specifiek instrument om buitenlandse financiering van maatschappelijke organisaties te controleren voorlopig uit.
Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties
(Volkskrant/Eerste Kamer)


Geef een reactie