Nieuwe wetgeving, recente rechtspraak en intensiever toezicht maken het voor beleggers en financiële instellingen steeds lastiger om dividendbelasting te ontwijken. Waar dergelijke structuren lange tijd konden profiteren van juridische nuances, verschuift de aandacht nu nadrukkelijk naar de economische werkelijkheid achter transacties.
Bewijslast omgekeerd
De belangrijkste verandering trad in werking per 1 januari 2024. Sindsdien ligt de bewijslast niet langer bij de Belastingdienst, maar bij de belastingplichtige zelf. Die moet aannemelijk maken dat hij de ‘uiteindelijk gerechtigde’ tot het dividend is. Voorheen moest de fiscus juist bewijzen dat daarvan géén sprake was. Deze omkering heeft grote gevolgen voor de praktijk. Structuren waarbij aandelen rond de dividenddatum tijdelijk worden overgedragen, komen sneller onder druk te staan. Belastingplichtigen moeten nu actief onderbouwen dat zij vrij over het dividend kunnen beschikken en niet slechts als tussenschakel fungeren.
Strengere rechtspraak
De rechterlijke macht sluit daarbij aan met een strengere en meer gestructureerde toets. In recente uitspraken heeft de Hoge Raad bevestigd dat doorslaggevend is of een partij daadwerkelijk vrij kan beschikken over het dividend. Tegelijkertijd heeft het gerechtshof Amsterdam een toetsingskader ontwikkeld waarin meerdere voorwaarden in samenhang worden beoordeeld, zoals het bestaan van een tegenprestatie en het behoud van een vergelijkbare positie in de aandelen.
De lijn in de rechtspraak is dat niet de juridische vorm, maar de feitelijke uitkomst centraal staat. Wie economisch gezien hetzelfde belang behoudt, maar juridisch slechts tijdelijk afstand doet van aandelen, loopt het risico dat de fiscus de constructie als dividendstripping aanmerkt.
Economische realiteit
Die nadruk op economische realiteit markeert een duidelijke koerswijziging. In veel structuren wordt het koersrisico afgedekt met derivaten, waardoor de oorspronkelijke aandeelhouder feitelijk hetzelfde belang houdt. Volgens toezichthouders is dat een belangrijk signaal dat het niet gaat om normale handel, maar om het benutten van verschillen in belastingdruk. Dividendstripping wordt daarmee steeds nadrukkelijker gezien als een vorm van dividendbelastingarbitrage die geen reële economische functie heeft, maar uitsluitend gericht is op het verkrijgen van een fiscaal voordeel.
Breder toezicht
Tegelijkertijd is het toezicht fors uitgebreid. De Belastingdienst werkt intensiever samen met partijen als de Autoriteit Financiële Markten, De Nederlandsche Bank en de FIOD. Daarbij wordt gebruikgemaakt van grote hoeveelheden transactiedata en meldingen op grond van Europese regels, zoals DAC6.
Opvallend is dat dividendstripping niet langer alleen als fiscaal vraagstuk wordt behandeld. Transacties kunnen ook onder toezicht vallen als mogelijke marktmanipulatie of als ongebruikelijke transactie in de zin van de witwaswetgeving. Daarmee verschuift de aanpak van belastingplanning naar bredere handhaving van de integriteit van de financiële sector.
Sector onder druk
Vooral banken en andere financiële instellingen komen nadrukkelijker in beeld. Zij spelen vaak een faciliterende rol bij complexe transacties, bijvoorbeeld via aandelenleningen, repo’s of derivatenconstructies. Toezichthouders wijzen erop dat deze partijen niet alleen betrokken zijn als uitvoerder, maar soms ook als initiator van structuren. Internationaal groeit de druk om dergelijke praktijken harder aan te pakken. Europese instellingen hebben lidstaten opgeroepen niet alleen de uitvoerders, maar ook adviseurs en financiële instellingen te vervolgen die dividendstripping mogelijk maken.
Internationale route
Daarbij speelt ook de grensoverschrijdende dimensie een rol. Via zogenoemde ‘Holland routing’ of treaty shopping worden aandelen tijdelijk verplaatst naar landen met gunstigere fiscale regimes. Deze structuren zijn lastig te detecteren, omdat ze zich grotendeels buiten het zicht van nationale toezichthouders afspelen. De Nederlandse aanpak sluit steeds meer aan bij internationale initiatieven om deze praktijken te bestrijden. Samenwerking tussen toezichthouders en uitwisseling van gegevens moeten voorkomen dat belastingvoordelen via internationale routes worden benut.
Download hier het kennisdocument.


Geef een reactie