Computer Services Solutions Holding (CSS) was eind jaren negentig een toonaangevend ICT-bedrijf dat actief was in automatisering, hardwarehandel en financiële dienstverlening. Eind 2000 vond er een grote herstructurering plaats waarbij CSS een belangrijk deel van haar activiteiten onder bracht in een nieuwe vennootschap, Atcostplus (ACP). Via een holdingconstructie met externe partijen werden activa en passiva overgedragen tegen boekwaarde, aangevuld met een aanzienlijke goodwill van €26,5 mln.
Goodwill
Deze goodwill werd niet direct afgerekend, maar zou worden verrekend via toekomstige dienstverlening. Daarnaast bleef een bedrag van €14,5 mln als lening uitstaan. Volgens de rechtbank roept deze constructie vragen op over de waardering en verwerking in de jaarrekening en hebben schuldeisers mogelijk een punt dat ze door jaarrekeningen het bos zijn ingestuurd.
Daar komt bij dat CSS Holding een zogeheten 403-verklaring, waarmee de moedermaatschappij aansprakelijkheid accepteert voor schulden van dochtervennootschappen, niet introk na de overdracht van activiteiten. Dit speelt volgens de rechtbank een rol in de beoordeling van de aansprakelijkheid.
Verwijten aan bestuurders
CSS vroeg in 2002 faillissement aan. De eisers verwijten de bestuurders onder meer dat zij misleidende jaarstukken hebben gepubliceerd, een onjuiste voorstelling van de financiële positie hebben gegeven en verplichtingen zijn aangegaan terwijl duidelijk was dat deze niet konden worden nagekomen (de zogeheten Beklamel-norm). Volgens de rechtbank moet nog nader worden beoordeeld in hoeverre de afzonderlijke bestuurders hiervoor aansprakelijk zijn. In het tussenvonnis wordt al wel duidelijk dat de vorderingen tegen één van de gedaagden (een voormalig bestuurder) waarschijnlijk zullen worden afgewezen. Een eindvonnis volgt op een later moment.
Lees hier het vonnis.


Geef een reactie