Er waren 235 van zulke nieuwe zaken. Ook over belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) werd vaak geprocedeerd bij de Hoge Raad, met 224 nieuwe zaken. Dat blijkt uit het jaarverslag 2025 van de Hoge Raad dat deze week is gepubliceerd.
Het overgrote deel van de ingekomen zaken betrof rijksbelastingen (928; 73,5%) en belastingen van lokale overheden (264; 21%; daarvan 167 of 63% WOZ-zaken). Een aantal zaken was afkomstig uit het Caribische deel van het Koninkrijk (11). De resterende instroom omvatte prejudiciële vragen (2), herzieningsverzoeken (14) en cassatieberoepen tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over premieheffing (44).
Het grootste aandeel bij de rijksbelastingzaken had de dividendbelasting (235 zaken; 25% van de rijksbelastingzaken), direct gevolgd door de BPM met 224 zaken (24%). Daarna volgden de inkomstenbelasting (20%), de omzetbelasting, accijnzen en douanerechten (samen 8%) en de vennootschapsbelasting (4%). Ook in 2025 bleef de instroom van BPM- en WOZ-zaken dus hoog.
De uitstroom beliep 759 zaken. In 667 van deze zaken werd uitspraak gedaan (88%). De overige uitstroom (92) bestond uit intrekkingen en andere wijzen van afdoening. De uitstroom (759 zaken) was lager dan voorzien (950). De werkvoorraad steeg van 1.007 naar 1.509 zaken. De gemiddelde doorlooptijd steeg ten opzichte van 2024 met 107 dagen van 286 naar 393 dagen.
In belastingzaken is een conclusie door het parket facultatief. In 2025 concludeerden de vier fiscale advocaten-generaal (A-G) in 131 belastingzaken.


Geef een reactie