Het aandeel financieel gezonde huishoudens steeg van 30 procent naar 33 procent, terwijl het aandeel financieel ongezonde huishoudens daalde van 22 procent naar 20 procent. Tegelijkertijd is nog altijd 44 procent van de huishoudens financieel kwetsbaar of ongezond. Dit blijkt uit nieuw onderzoek van Deloitte.
Daarmee zet de positieve trend van de afgelopen jaren door, al vlakt de verbetering af. Achter het gemiddelde beeld gaan bovendien duidelijke verschillen schuil tussen groepen huishoudens.
Jongvolwassenen blijven het meest kwetsbaar
Met name jongvolwassenen tussen 18 en 24 jaar blijven financieel achter. Slechts 10 procent van deze groep is financieel gezond, terwijl circa 75 procent in de categorieën kwetsbaar of ongezond valt. Zij sparen minder structureel, hebben vaker schulden en noemen hoge woonlasten als belangrijk knelpunt.
Ook andere groepen blijven achter, waaronder voltijdwerkers met een benedenmodaal inkomen en bepaalde deeltijdwerkers. Zij profiteren minder van de economische ontwikkeling en blijven gevoeliger voor financiële tegenvallers.
Verschil tussen mannen en vrouwen blijft groot
Het rapport laat daarnaast zien dat het verschil tussen mannen en vrouwen aanhoudt. In 2025 is 36 procent van de mannen financieel gezond, tegenover 29 procent van de vrouwen. Beide groepen boeken vooruitgang, maar het verschil blijft daarmee aanzienlijk.
Wel is voor het eerst een kleine verschuiving zichtbaar: 51 procent van de vrouwen valt inmiddels in de twee hoogste gezondheidsniveaus, tegenover 49 procent een jaar eerder. Bij mannen ligt dat aandeel op 61 procent.
BNPL-gebruikers financieel minder gezond
Opvallend is de rol van ‘buy now, pay later’-diensten. Deze betaalvorm is vooral populair onder jongere groepen. Zo maakte 42 procent van de 18- tot 24-jarigen en 50 procentvan de 25- tot 34-jarigen het afgelopen jaar gebruik van BNPL.
Van de BNPL-gebruikers valt 54 procent in de categorieën financieel kwetsbaar of ongezond. Deze groep heeft vaker kleinere buffers, een minder stabiel inkomen en relatief vaker andere schulden. Volgens de onderzoekers wijst dit op een samenhang tussen BNPL-gebruik en een lagere financiële gezondheid, al kan geen causaal verband worden vastgesteld.
Inkomen en sparen verbeteren, lenen blijft aandachtspunt
Het onderzoek laat zien dat met name het domein inkomen verbeterde. Het aandeel huishoudens dat (zeer) makkelijk rondkomt steeg van 57 procent naar 61 procent. Ook zijn inkomens vaker voorspelbaar dan een jaar eerder.
Bij uitgaven blijft het beeld grotendeels stabiel. Het aandeel huishoudens waarvan de uitgaven lager zijn dan het inkomen ligt op 63 procent. Tegelijkertijd blijft het voor financieel kwetsbare huishoudens lastig om rekeningen zonder problemen te betalen.
Sparen ontwikkelt zich positief. In 2025 geeft 73 procent van de huishoudens aan maandelijks te sparen, tegenover 71 procent in 2024. Ongeveer 65 procent kan minstens zes maanden rondkomen als de belangrijkste inkomsten wegvallen.
Bij lenen stokt de positieve trend dan wel weer. Het aandeel huishoudens met consumptieve schulden steeg licht van 43 procent naar 44 procent. Daarnaast verwachten minder huishoudens hun schulden binnen een jaar af te lossen zonder hun levensstijl aan te passen.
Voor het eerst sinds 2021 is ook een verbetering zichtbaar in het domein plannen. Het aandeel huishoudens met concrete pensioenplannen steeg van 74 procent naar 77 procent, terwijl het vertrouwen in het behalen van financiële doelen toenam van 43 procent naar 46 procent.
Gemiddelde verhult verschillen
Volgens Deloitte laten de cijfers zien dat financiële gezondheid geen vanzelfsprekendheid is. Hoewel het algemene beeld licht verbetert, blijft een grote groep huishoudens structureel kwetsbaar. Financiële gezondheid wordt ten slotte niet alleen bepaald door inkomen, maar ook door gedrag en vaardigheden. Huishoudens die actief sparen, plannen en overzicht houden, zijn beter bestand tegen financiële schokken. Peter van Loon, partner Financial Services bij Deloitte: “Financiën en financiële gezondheid zijn op zichzelf al ingewikkeld. Het raakt echt iedereen en het vraagt om continu aanpassingsvermogen. Een groot deel van Nederland kan niet goed meekomen en heeft niet genoeg spaargeld om onverwachte tegenslagen op te vangen. De cijfers laten zien dat financiële gezondheid een uitdaging blijft en dat dit blijvende aandacht van ons allemaal vraagt.”


Geef een reactie