In 2025 ging 40 procent van de werknemers voor hun 67e met pensioen, een jaar eerder was dat 46 procent, zo blijkt uit cijfers van het CBS. De AOW-leeftijd was in beide jaren 67 jaar. De toename hangt samen met de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd en het feit dat werknemers vaker langer doorwerken. Vooral in sectoren waar langer doorwerken fysiek en organisatorisch mogelijk is, blijft de pensioenleeftijd oplopen.
Zelfstandigen werken langer door
Opvallend is het verschil met zelfstandigen. Zij stoppen gemiddeld later met werken dan werknemers. Volgens het CBS ligt hun pensioenleeftijd ongeveer drie jaar hoger, in 2023 (de laatste cijfers) was dat met 68 jaar en 9 maanden. Van de zelfstandigen ging 60 procent na het bereiken van de AOW-leeftijd met pensioen, bij werknemers was dat 12 procent. Dit komt onder meer doordat zelfstandigen vaker zelf bepalen wanneer zij hun werkzaamheden afbouwen en minder gebonden zijn aan vaste pensioenregelingen.
Meer vrouwelijke werknemers met pensioen
Van de werknemers die in 2025 met pensioen gingen, was 45 procent vrouw. Aan het begin van deze eeuw was dat nog 28 procent. Deze toename hangt samen met het toegenomen percentage werkende vrouwen, waardoor het aandeel vrouwen onder werknemers groter is geworden. Het aandeel werkende vrouwen van 55 tot 75 jaar is opgelopen van 17 procent in 2001 tot 46 procent in 2024. Onder meer hierdoor nam het percentage vrouwen onder werknemers van 55 jaar of ouder in deze periode toe van 32 procent naar 48 procent.
Verwachting: pensioenleeftijd blijft toenemen
De stijging van de pensioenleeftijd heeft ook gevolgen voor de arbeidsmarkt en de adviespraktijk. Werkgevers en adviseurs krijgen vaker te maken met vraagstukken rond duurzame inzetbaarheid, doorwerken na de AOW-leeftijd en de inrichting van pensioenregelingen. De verwachting is dat de gemiddelde pensioenleeftijd de komende jaren verder zal toenemen, mede doordat de AOW-leeftijd gekoppeld blijft aan de levensverwachting.


Geef een reactie