Het accountants- en advieskantoor onderzocht voor het rapport State of the Insurers 2026 de financiële prestaties en strategische ontwikkelingen bij Achmea, a.s.r., Athora Netherlands en Nationale-Nederlanden.
Solvabiliteit tussen 193 en 220 procent
De vier verzekeraars hielden in 2025 sterke kapitaalposities. Achmea rapporteerde een solvabiliteitsratio van 193 procent, tegen 182 procent een jaar eerder. Bij a.s.r. steeg de ratio van 198 naar 220 procent en bij Nationale-Nederlanden van 194 naar eveneens 220 procent.
Athora Netherlands vormde de uitzondering. Daar daalde de solvabiliteitsratio van 201 naar 197 procent. Volgens KPMG namen de beschikbare eigen middelen af doordat onder meer uitkeringen aan aandeelhouders en investeringen zwaarder wogen dan de sterke kapitaalgeneratie.
De operationele kapitaalgeneratie nam bij alle vier de verzekeraars toe, met percentages tussen 9 en 12 procent. Achmea genereerde €504 miljoen, a.s.r. €1,315 miljard, Athora €569 miljoen en Nationale-Nederlanden €2,089 miljard.
De kapitaalbuffers bieden ruimte voor groei, overnames, pensioenoverdrachten en uitkeringen aan aandeelhouders. Bestuurders moeten volgens KPMG wel bepalen hoeveel kapitaal daadwerkelijk beschikbaar is zonder de weerbaarheid van hun onderneming aan te tasten. “Veel verzekeraars beschikken vandaag over voldoende kapitaal. De vraag voor bestuurders is niet langer óf zij kunnen investeren, maar waarin zij als eerste moeten investeren”, zegt Rutger Hagendoorn, verzekeringssectorleider bij KPMG Nederland. “Groei, AI, digitale weerbaarheid, distributie en pensioenkansen concurreren allemaal om dezelfde middelen.”
Verzekeringsresultaten overwegend hoger
De onderliggende verzekeringsactiviteiten presteerden in 2025 overwegend sterk. Bij drie van de vier verzekeraars steeg het bruto verzekeringsresultaat.
Achmea zag dat resultaat toenemen van €613 miljoen naar €780 miljoen. Bij Athora ging het van €186 miljoen naar €281 miljoen en bij Nationale-Nederlanden van €1,455 miljard naar €1,596 miljard. Alleen a.s.r. rapporteerde een daling, van €891 miljoen naar €849 miljoen. Die afname hing volgens KPMG vooral samen met tegenvallende schadeontwikkelingen en aanvullende voorzieningen voor verlieslatende contracten.
Ondanks de betere verzekeringsprestaties namen de totale resultaten af. Lagere beleggingsopbrengsten en veranderingen in marktwaardes drukten de uitkomsten. Hoe sterk die schommelingen doorwerken, hangt onder meer af van de samenstelling van de beleggingsportefeuille, het gebruik van derivaten en de boekhoudkundige verwerking van waardeveranderingen.
Portefeuilles met een grotere blootstelling aan aandelen, renterisico en derivaten laten volgens KPMG doorgaans meer schommelingen in de winst-en-verliesrekening zien. Hypotheken en beleggingen die tegen geamortiseerde kostprijs worden gewaardeerd, leveren stabielere uitkomsten op.
Portefeuilles veranderen
De samenstelling van de verzekeringsportefeuilles verschuift. Traditionele levensverzekeringsportefeuilles lopen geleidelijk terug, terwijl verplichtingen uit arbeidsongeschiktheids-, inkomens- en zorgverzekeringen toenemen.
Levensverzekeringen blijven desondanks een belangrijke bron van toekomstige winst. De groei zit volgens KPMG vooral in beschikbare premieregelingen, lijfrentes en andere levensverzekeringsproducten. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel biedt verzekeraars bovendien kansen om nieuwe pensioenregelingen aan te bieden en verplichtingen van pensioenfondsen over te nemen.
Moeilijker verzekerbare risico’s
Naast de financiële prestaties behandelt KPMG zeven strategische dilemma’s voor verzekeraars. Een daarvan is de toenemende verwevenheid van cyberdreigingen, geopolitieke spanningen en klimaatrisico’s.
Dit soort risico’s kunnen veel ondernemingen en sectoren tegelijk raken en zijn daardoor moeilijker te voorspellen en te spreiden. Verzekeraars moeten volgens KPMG duidelijker kiezen welke risico’s zij zelf dragen, wanneer zij premies of voorwaarden aanpassen en wanneer herverzekering of samenwerking met overheden nodig is.
Ook digitalisering vraagt om scherpere keuzes. Verzekeraars gebruiken AI onder meer bij klantenservice, acceptatie, schadeafhandeling en verkoop, maar de inzet leidt nog niet automatisch tot aantoonbare productiviteitswinst. Daarvoor is meer nodig dan nieuwe software. Verzekeraars moeten ook processen, functies en verantwoordelijkheden aanpassen en zorgen voor betrouwbare gegevens en voldoende kennis onder medewerkers. Tegelijk vragen de Wet toekomst pensioenen, de Europese AI-verordening en de regels voor digitale weerbaarheid om ingrijpende aanpassingen van systemen en processen.
Volgens KPMG wordt daarom niet alleen ‘de financiële slagkracht’ bepalend, maar vooral het vermogen om prioriteiten te stellen en die keuzes daadwerkelijk uit te voeren.


Geef een reactie