Het doel van een coöperatie van melkveehouders is het behartigen van belangen van haar leden, melkveehouders, bij het voor gezamenlijke rekening en risico afzetten van de door hen geproduceerde melk. In januari 2020 voert de inspecteur een controle uit op het bedrijfsadres van de coöperatie. Speerpunt van het onderzoek is de fiscale kwalificatie van de arbeidsrelatie tussen de coöperatie en haar statutair bestuurders die op dat moment niet als werknemer door de coöperatie waren gekwalificeerd.
Overeenkomst van opdracht
Volgens de inspecteur kan de inhouding en afdracht van loonheffingen niet achterwege blijven, omdat de statutair bestuurders in dienstbetrekking werkzaam zijn bij de coöperatie. De coöperatie wordt de gelegenheid geboden om inhouding en afdracht van loonheffingen toe te passen op het loon van de statutair bestuurders, of de huidige werkwijze zodanig aan te passen dat buiten dienstbetrekking gewerkt kan worden. Daarop sluiten de coöperatie en de statutair bestuurders een overeenkomst van opdracht.
De coöperatie geeft een toelichting aan de inspecteur waarin de wijze van factureren is gewijzigd, in die zin dat de statutair bestuurders zijn gaan factureren vanuit hun onderneming voor de overeengekomen basisvergoeding, extra uren, reisuren en een kilometervergoeding. En dat ook voor het overige de werkwijze conform de gesloten overeenkomsten is. Omdat de inspecteur van mening is dat sprake is van het verrichten van persoonlijke arbeid en dat de statutair bestuurders hiervoor loon ontvangen legt hij een naheffingsaanslag loonheffingen en een verzuimboete op.
Groen/Schoevers-arrest en Uber-arrest
In geschil voor gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is of de statutair bestuurders in de tijdvakken april 2021 tot en met november 2021 in een dienstbetrekking stonden tot de coöperatie. De coöperatie stelt zich op het standpunt dat de statutair bestuurders niet in een gezagsverhouding tot haar staan. Zij voegt daaraan toe dat deze verhouding holistisch en materieel dient te worden beoordeeld en verwijst daarbij naar het Groen/Schoevers-arrest, het Deliveroo-arrest (HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443) en het Uber-arrest (HR 21 februari 2025, ECLI:NL:HR:2025:319).
Volgens de coöperatie weegt het feit dat de bestuurders allen melkveehouder (IB-ondernemer) zijn en in die hoedanigheid alsmede in het belang daarvan zijn toegetreden tot het bestuur zwaar mee. Ook gedragen ze zich in het economische verkeer als ondernemer. De algemene ledenvergadering geeft geen instructies over de inhoud, wijze, tijd en frequentie van de werkzaamheden en oefent geen dagelijks toezicht uit.
De inspecteur stelt zich op het standpunt dat sprake is van een gezagsverhouding en voegt daaraan toe dat de Hoge Raad sinds 1940 in gevallen als dit heeft gekozen voor een formele benadering. Er kan daarom volgens de inspecteur worden volstaan met de vaststelling dat er een instructiebevoegdheid bestaat op grond van de statuten als enige, althans bepalende, omstandigheid.
Formele benadering voor gezagsverhouding
Naar het oordeel van het hof is bij de beoordeling van de vraag of tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon een gezagsverhouding bestaat, volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad niet van belang welke personen deel uitmaken van het orgaan van de rechtspersoon dat instructies aan die natuurlijke persoon kan geven. Of materieel sprake is van een gezagsverhouding is bij die beoordeling daarom niet relevant. De algemene ledenvergadering van de coöperatie, is bevoegd de statutair bestuurders te benoemen, te schorsen of te ontslaan en daarmee staan deze bestuurders onder het gezag van de coöperatie. Dit brengt mee dat de statutair bestuurders van de coöperatie zich hebben verplicht persoonlijk arbeid te verrichten tegen een beloning voor de coöperatie werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.
Dat de statutair bestuurders per 1 juli 2020 met de coöperatie een ‘overeenkomst van opdracht bestuurders’ hebben afgesloten en vanuit hun IB-ondernemingen zijn gaan factureren is daarbij van ondergeschikt belang. Het hof ziet geen aanleiding te veronderstellen dat de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest en het Uber-arrest is teruggekomen van zijn hiervoor genoemde formele benadering in gevallen als dit. Dit leidt tot het oordeel van het hof dat de statutair bestuurders in de genoemde tijdvakken in dienstbetrekking stonden tot de coöperatie. Het hoger beroep is wat dat betreft ongegrond.
Door pleitbaar standpunt geen verzuimboete
De verzuimboete kan naar het oordeel van het hof niet in stand blijven. De reden hiervoor is dat de coöperatie een pleitbaar standpunt heeft aangenomen dat het opleggen van een verzuimboete uitsluit. De coöperatie stelt dat zij een holistische en materiële benadering mocht toepassen en (dus) het zijn van ondernemer als zwaarwegende omstandigheid mocht worden meegenomen. De coöperatie verwijst hierbij naar een artikel van een tijdschrift, MBB 2023/48, waarin gepleit wordt voor een meer holistische benadering voor de statutaire bestuurders.
Het hof is van oordeel dat de coöperatie een pleitbaar standpunt heeft. Omdat het hier gaat om de interpretatie van het fiscale recht kan het door de coöperatie aangehaalde artikel steun bieden en staat het niet vast dat de holistische benadering niet toch relevant kan zijn. Objectief gezien en gelet op de discussie over het element óndernemerschap’ is het hof van oordeel dat, ook kijkend naar de procedure Deliveroo, het standpunt van de coöperatie in de context van de melkveehouder/IB-ondernemer als statutair bestuurder van een coöperatie door een belastingrechter gevolgd zou kunnen worden. De pleitbaarheid van het door de coöperatie ingenomen standpunt betekent dat de boetebeschikking niet in stand kan blijven.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2026:2011


Geef een reactie