Er is een patroon dat me al jaren bezighoudt.
Eerst is er de rel. Een groot fraude‑ of witwasschandaal, boetes van honderden miljoenen, parlementaire vragen, verontwaardigde opiniestukken. Denk aan de ING‑witwaszaak, de Dividendstrip–/CumEx‑constructies, het Wirecard‑debacle in Duitsland. Na de ontploffing weten we alles. Wie, wat, wanneer, hoeveel.
Maar daarvoor?
Daarvoor werken accountants, toezichthouders, banken, juristen, controllers – allemaal verstandige mensen – vaak jarenlang langs zo’n casus heen.
Hoe kan dat?
We voegen regels toe, draaien aan controleknoppen, bouwen nieuwe modellen. En toch blijven we vooral achteraf goed in het reconstrueren van wat er misging. Mijn overtuiging: we kijken nog steeds op de verkeerde manier naar financiële criminaliteit. Te veel in labels, te weinig in anatomie.
Van label naar script
We noemen iets “fraude”, “corruptie” of “witwassen” en hebben dan het gevoel dat we het daarmee zo ongeveer benoemd hebben. Als afbakeningskader is het functioneel, maar als verklaringsmodel schiet het tekort.
De ING‑boete vanwege ernstige tekortkomingen in het voorkomen van witwassen wordt “witwaszaak ING”. Wirecard heette jarenlang een “snelgroeiende fintech”, tot het ineens “een van de grootste boekhoudfraudes in Europa” werd. De Dividendstrip‑/CumEx‑affaire wordt vaak samengevat als “belastingfraude”. Drie heel verschillende scripts, drie totaal andere werelden qua betrokkenen, structuren en misleidingstechnieken. Hetzelfde woord “fraude” bedekt al die ladingen.
Als je wil snappen hoe financiële criminaliteit ontstaat, moet je precies dat script zichtbaar maken. Ik probeer elke zaak terug te brengen tot vier vragen:
1. Wat wilden de daders financieel precies bereiken?
2. In welke fasen is dat gegaan (Hoe ziet de film eruit als je hem uittekent?
3. Welke concrete handelingen hebben de illegale uitkomst veroorzaakt?
4. Waarom kon dat juist in deze organisatie, in deze sector, op dat moment?
Dat noem ik de anatomie van financiële criminaliteit.
Vijf fasen die je bijna altijd terugziet
Als je grote zaken naast elkaar legt (de ING‑witwaszaak, Wirecard, CumEx, vastgoedfraudes, corruptie in aanbestedingen), zie je een herkenbaar patroon. Vrijwel altijd kun je de casus in vijf fasen knippen.
1. Positioneren
Eerst moet iemand een positie krijgen van waaruit hij of zij iets kan uitrichten.
– Bij ING: medewerkers en afdelingen met toegang tot klantdossiers en transactie‑monitoring die jarenlang signalen niet (voldoende) oppakten.
– Bij CumEx: banken, brokers, hedgefunds, fiscalisten en andere adviseurs op strategische plekken in de dividendketen.
– Bij lokale vastgoedfraudes: een inkoper, ontwikkelaar of bestuurder met invloed op grondaankopen, taxaties, gunningen.
Fraude komt zelden als komeet van buitenaf. Ze nestelt zich in bestaande rollen en structuren.
2. Misleiden & voorbereiden
Daarna komt de set‑up. Het verhaal, de documenten, de systemen die iedereen gerust moeten stellen.
Bij Wirecard zagen we schitterende groeicijfers, mooie presentaties, een zinderend fintech‑narratief. Toezichthouders en accountants kregen een verhaal, zoals: dit is complex, innovatief, grensverleggend. “U hoeft niet alles te begrijpen, dat doen wij”.
In de ING‑zaak was de misleiding subtieler. Het was niet één grote leugen, maar een jarenlang patroon van onvoldoende doorvragen, gemakzuchtige risicobeoordelingen, KYC‑processen die op papier goed leken maar in de praktijk gaten vertoonden. Formeel klopt er veel; materieel wordt het beeld vertekend.
In CumEx‑constructies lag de kracht in de juridische en fiscale complexiteit. Het verhaal was: “het mag, de wet laat dit toe, dit is slimme fiscale planning”.
Je zou kunnen zeggen, in deze fase wordt het ‘toneel’ gebouwd en het script geschreven.
3. Kernhandelingen
Dan komt de truc zelf: de handelingen die geld en risico’s verplaatsen.
– Bij ING: ongebruikelijke transacties, soms overduidelijk, die niet of te laat werden gesignaleerd en gestopt.
– Bij Wirecard: boekingen en constructies waarmee fictieve cashposities en omzet werden gecreëerd.
– Bij CumEx: dividendtransacties en shortposities die zo werden opgezet dat meerdere partijen “recht” leken te hebben op één keer betaalde dividendbelasting.
Het gaat hier niet om abstracties, maar om heel concrete beslissingen. Deze transactie goedkeuren, deze boeking maken, dit krediet verstrekken, deze claim uitbetalen.
4. Verbergen & verschuiven
Daarna moeten de sporen worden versluierd.
Wirecard gebruikte een netwerk van buitenlandse entiteiten, “derden” en trustconstructies, zogenaamd normale partners, in werkelijkheid een rookgordijn rond niet‑bestaande cashflows.
CumEx was bij uitstek een spel met meerdere jurisdicties, verschillende partijen en timing van transacties. De complexiteit was geen bijvangst; ze wás de truc.
In witwasdossiers zie je hetzelfde. Geld wordt via verschillende landen, rekeningen en rechtspersonen geleid, vaak vermengd met legale omzet. De bedoeling is altijd dezelfde. Zorgen dat niemand nog helder kan reconstrueren waar het vandaan kwam en waar het hoort.
5. Oogsten & bestendigen
Tot slot wordt er geoogst.
– Bij Wirecard in de vorm van koerswinsten, bonussen, status, politieke contacten.
– Bij CumEx in miljarden euro’s onterecht ontvangen belastingteruggaven.
– Bij lokale fraudezaken in vastgoed, luxe levensstijlen of het in stand houden van een “succesvolle” organisatie.
En vaak, als het een keer gelukt is, ontstaat er een patroon. “Zo doen we dat hier.” De voorstelling wordt een serie.
Onder de motorkap: vijf mechanismen
Die vijf fasen vertellen wanneer wat gebeurt. De echte anatomie zit in de vraag: wat gebeurt er concreet? Daar zie ik in vrijwel elke zaak vijf mechanismen (M) terugkomen.
M1. Informatie & waarneming manipuleren
Bijna altijd wordt eerst onze blik gemanipuleerd.
– Wirecard: schitterende groeicijfers, een verhaal over digitale betalingen en emerging markets, comfort van een beursnotering en grote namen in de governance.
– ING: dikke dossiers, procedures, handboeken, een beeld van “we zijn echt met compliance bezig”.
– CumEx: adviezen van gerenommeerde kantoren en banken, dikke memo’s, een technocratische taal waar je als buitenstaander niet makkelijk doorheen prikt.
Dit is precies wat goochelaars doen: ‘misdirection’. Je trekt aandacht naar de ene hand, terwijl de andere de truc doet. In financiële criminaliteit zijn dat niet de handen, maar de KPI’s, de rapporten, de keurmerken, de mooie ESG‑verhalen, of de “comfort letters”.
De echte afwijkingen zitten vaak in de voetnoten, de uitzonderingsregels in IT‑systemen, de kleine entiteit in een ver buitenland. Wie daar niet naar kijkt, ziet de truc niet.
M2. Toegang & bevoegdheden misbruiken
Daaronder speelt altijd de vraag: wie kon wat, waar, wanneer?
– Medewerkers bij ING met toegang tot rekeningen en monitoring‑systemen.
– Managers en controllers bij Wirecard met de bevoegdheid om cijfers te boeken en goed te keuren.
– Structuren rond CumEx waarin bepaalde partijen precies de right place, right time‑positie hadden om transacties zo te timen dat ze profiteerden van gaten in het systeem.
Financiële criminaliteit is zelden iets dat “het systeem overkomt”. Het is bijna altijd systeem‑intern, iemand gebruikt de legitieme toegang of positie om iets te doen wat niet kan.
M3. Waarde en risico’s verschuiven
Dit is de financiële kern. Welke beslissingen hebben waarde(n), rechten of risico’s verplaatst?
– Een bank die een dubieuze transactie uitvoert of een klantrelatie te lang laat voortbestaan.
– Een onderneming die fictieve omzet boekt of verliezen parkeert in een “vehikel”.
– Een partij die via CumEx‑constructies miljarden aan belastingteruggaven lospeutert waar eigenlijk maar één keer belasting is betaald.
Een simpele testvraag die ik in onderzoek en opleidingen vaak stel: Welke transacties en besluiten zouden níet genomen zijn als iedereen de volledige, eerlijke informatie had gehad? Die vraag duidt de kern van dit mechanisme (M3).
M4. Structuren als sluier
Dan de architectuur: vennootschappen, stichtingen, holdings, trusts, joint ventures. Op zichzelf is er niets mis met een vennootschap in Luxemburg of een trust in Jersey. Maar in veel grote zaken zie je structuren die in de praktijk vooral één functie hebben: onduidelijk maken wie waarover gaat.
– Wirecard gebruikte buitenlandse “derden” waar accountants nauwelijks zicht op kregen.
– In witwasonderzoeken zie je vaak ketens van bedrijven rond vastgoed, consultancy, handel in bulkgoederen.
– In CumEx zat de kracht in het grensoverschrijdende spel tussen verschillende fiscale systematieken.
Structuur is nooit neutraal, het is onderdeel van de truc.
M5. Controles neutraliseren
Tot slot, geen serieuze fraude zonder een mechanismen om controle te verlammen.
– Collusie: meerdere mensen in verschillende functies die elkaar afdekken.
– Druk: “we moeten targets halen, niet moeilijk doen”, “dit is strategisch, daar blijf je vandaan”.
– Omkoping en belangenverstrengeling: adviseurs die eigenlijk twee heren dienen, politici of toezichthouders met bijbanen.
In de ING‑zaak was het minder spectaculair, maar niet minder serieus. Jarenlang een cultuur waarin transactie‑monitoring en KYC te weinig prioriteit kregen. Niet één boosaardige genius, maar een systeem dat in de praktijk andere dingen belangrijker vond.
Bij Wirecard kwamen signalen wel degelijk binnen van short sellers, journalisten, individuen, maar ze werden te vaak afgedaan als “ruis”, “belangen” of “onbegrip”. Controle‑neutralisatie is soms keihard (omkoping), soms zacht (wegwuiven, rationaliseren).
Waarom is een anatomische manier van kijken relevant?
Een anatomische manier van kijken verschuift de aandacht van afzonderlijke factoren naar hun onderlinge samenhang. In plaats van gedrag te reduceren tot motief, gelegenheid of capaciteit, maakt deze benadering zichtbaar hoe besluiten, routines, prikkels en informatiestromen elkaar beïnvloeden en versterken. Financiële ontsporing ontstaat zelden door één oorzaak, maar door een cumulatie van kleine verschuivingen die binnen organisaties normaal worden gevonden. Door deze dynamiek systematisch uiteen te rafelen wordt zichtbaar waar waarneming faalt, signalen worden genegeerd en verantwoordingsmechanismen hun werking verliezen. Juist deze samenhang blijft buiten beeld in traditionele verklaringsmodellen en verklaart waarom ontsporing vaak pas achteraf herkenbaar is. Niet de afzonderlijke factor is doorslaggevend, maar de samenhang die ontsporing mogelijk maakt!
Dr. Eric Mantelaers (als partner verbonden aan RSM Accountants en aan diverse kennisinstituten) onderzoekt waarom financiële misstanden vaak onzichtbaar blijven. Zijn focus ligt op systemische verklaringen, anomaliedetectie en de rol van menselijk oordeel in complexe omgevingen. Daarmee beoogt hij bestaande verklaringsmodellen te overstijgen.


Geef een reactie