De regeling geldt voor ondernemers in de inkomstenbelasting die meerdaagse of op meerdere dagen uitgevoerde internationale ritten rijden. Het bedrag wordt jaarlijks aangepast en is de afgelopen jaren stapsgewijs gestegen, van €39,50 in 2021 naar €50 in 2025 en nu €52 in 2026.
Voorwaarden
Om gebruik te maken van de regeling moet onder meer sprake zijn van een rit van langer dan 24 uur met een bestemming buiten Nederland. Ondernemers moeten het aantal gereden dagen kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met tachograafgegevens, facturen of rittenstaten. De vertrek- en terugkomdag tellen elk voor een halve dag.
Ook kortere internationale ritten kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen, bijvoorbeeld wanneer deze plaatsvinden op aaneengesloten dagen en volledig buiten een straal van 50 kilometer van het woonadres blijven. De regeling geldt niet voor ondernemingen die onder de vennootschapsbelasting vallen. Zij kunnen geen gebruik maken van het vaste dagbedrag.
Keuze
Eigen rijders kunnen jaarlijks kiezen of zij het vaste bedrag toepassen of de werkelijke verblijfskosten aftrekken. Bij keuze voor werkelijke kosten moeten zij kunnen aantonen dat deze hoger zijn dan het forfaitaire bedrag en daarvoor bewijsstukken bewaren. Bij toepassing van het vaste bedrag vervalt die verplichting, al geldt wel een wettelijke aftrekbeperking voor verblijfskosten.
De regeling is bedoeld om administratieve lasten te beperken voor zelfstandige transportondernemers die regelmatig internationaal rijden.


Geef een reactie