De uitspraak betekent een nieuwe overwinning voor de Belastingdienst in de strijd tegen agressieve renteaftrekconstructies. De fiscus legde in 2014 en 2015 navorderingsaanslagen op die, inclusief belastingrente, naar schatting oplopen tot bijna €20 mln. Dit schrijft het Financieele Dagblad.
Luxemburg
Centraal in de zaak stond een Nederlands-Luxemburgse financieringsstructuur die NIBC en Société Générale in 2006 optuigden. De banken richtten daarvoor de joint venture Orion Shared Liquidity Assets Funds BV op, een in Nederland gevestigde vennootschap zonder personeel maar met een omvangrijke obligatieportefeuille en miljarden op de balans.
Geldstromen
Binnen de structuur liepen geldstromen tussen Orion en Luxemburgse dochtermaatschappijen van Société Générale. Daardoor ontstonden in Nederland aanzienlijke rentelasten die konden worden afgetrokken van de belastbare winst. Tegelijkertijd bleven de corresponderende inkomsten in Luxemburg grotendeels onbelast.
31 mln aftrek
In de boekjaren 2007-2008 en 2008-2009 trok de joint venture telkens ruim €31 mln aan rente af. Volgens de Belastingdienst was die aftrek kunstmatig en uitsluitend bedoeld om belastingvoordeel te behalen. Zowel de rechtbank als later het gerechtshof Amsterdam (2021) gaf de fiscus daarin gelijk. Vrijdag bevestigde ook de Hoge Raad dat oordeel.
Misbruik van wet
Voor de eerste periode van de constructie, tussen september en december 2007, oordeelt de Hoge Raad dat sprake was van ‘fraus legis’, oftewel misbruik van recht. Volgens het arrest was belastingbesparing het doorslaggevende motief achter de opzet van de joint venture en strookte de constructie niet met doel en strekking van de wet.
Vanaf 1 januari 2008 gold bovendien aangescherpte wetgeving rond renteaftrek. De banken konden volgens de rechter onvoldoende aantonen dat de financieringsstructuur overwegend zakelijke redenen had. Daardoor was de renteaftrek vanaf dat moment ook wettelijk uitgesloten. Het gerechtshof had in 2021 al geoordeeld dat sprake was van een ‘kunstmatige constructie’ die primair was opgezet om belasting te vermijden. De Hoge Raad sluit zich daar nu bij aan.
NIBC stapte uit
NIBC trok zich in 2010 terug uit de joint venture en benadrukte eerder al geen financieel risico meer te lopen. Volgens de Haagse bank bestond met de fiscus geen geschil meer over de definitieve winstbelasting over de jaren waarin de constructie werd gebruikt. Société Générale zette de procedure voort tot aan de Hoge Raad.
Toen de structuur werd opgezet was oud-ABN Amro-topman Kees van Dijkhuizen financieel directeur bij NIBC. Volgens door EY goedgekeurde jaarrekeningen had de joint venture in 2009 meer dan €1,5 mrd op de balans staan.
Bron: FD


Geef een reactie