Het kantoor heeft een klant in de boeken die bestaat uit een cluster van drie bedrijven. Die zijn in 2024 gefactureeerd voor het samenstellen van de jaarrekeningen 2022. De gerekende bedragen van € 950 (tweemaal) en € 1.102,50 (eenmaal) exclusief btw waren echter niet conform de eerder gemaakte afspraken van € 850 respectievelijk € 1.050, zo protesteerde het bedrijf. Dat klopt, antwoordde GS: “De gefactureerde prijzen (…) zijn hoger dan de gefactureerde bedragen voor de werkzaamheden voor de boekjaren 2020 en 2021 hetgeen met name komt door de huidig prijsinflatie welke wij doorberekend hebben.”
Eenzijdige prijswijziging niet in algemene voorwaarden
De onderneming wordt in drie afzonderlijke zaken voor de rechter gedaagd omdat de rekeningen onbetaald zijn gebleven. Op de zitting erkent GS dat de prijsverhoging niet tussen partijen is overeengekomen. Er is alleen over gesproken. “Een afspraak hierover is niet gemaakt. “Desgevraagd heeft GS ook aangegeven dat nimmer is overeengekomen dat eenzijdig een prijswijziging zou kunnen worden doorgevoerd.” Ook in de algemene voorwaarden is daarover niets opgenomen. De rechter kan daarom kort zijn: “De conclusie die hieruit volgt is, dat [de onderneming] de eenzijdig doorgevoerde prijsverhoging niet hoeft te betalen.”
Extra werk evenmin afgesproken
Het bedrijf liet daarnaast nog belastingaangiften doen door Mazars; die heeft in dat kader vragen gesteld aan GS, die voor het beantwoorden ervan nog € 74 heeft berekend. Maar ook dat mocht niet: “Partijen hebben een afspraak gemaakt voor het samenstellen van de jaarrekening. Dat er afspraken gemaakt zijn over het verrichten van andere werkzaamheden is niet gesteld of gebleken en door [de gedaagde] betwist.”
Dat neemt niet weg dat het verrichte werk voor de jaarrekeningen wel betaald moet worden, maar dan conform de eerder afgesproken prijs. De klant hoeft maar eenmaal buitengerechtelijke kosten en proceskosten te betalen omdat de rechtbank vindt dat GS nodeloos drie procedures is gestart.


Geef een reactie