Vooral de nieuwe verleggingsregeling roept volgens de orde vragen op. Die zou in de praktijk onnodig ingewikkeld uitpakken en tot verwarring bij ondernemers kunnen leiden.
Nieuwe verleggingsregel kan botsen met bestaande regels
Het wetsvoorstel introduceert namelijk een extra verleggingsregeling voor situaties waarin een buitenlandse leverancier of dienstverlener geen vestiging of btw-registratie in Nederland heeft, terwijl de afnemer hier wel een Nederlands btw-nummer heeft.
Volgens de NOB schuurt deze nieuwe regeling met bestaande bepalingen in artikel 12 van de Wet op de omzetbelasting 1968. In sommige gevallen lijken daardoor meerdere regels tegelijk van toepassing, waardoor het niet meteen duidelijk is welke bepaling voorrang heeft.
Dat maakt de uitvoering onnodig complex. Ondernemers zouden namelijk niet kunnen volstaan met alleen de nationale wet, maar moeten in bepaalde gevallen ook de Europese btw-richtlijn erbij pakken om hun verplichtingen goed te kunnen bepalen. Bijvoorbeeld om te weten of een transactie in de Opgaaf ICP moet worden meegenomen.
De NOB vindt dat niet wenselijk. De voorkeur gaat uit naar een eenvoudiger systeem, waarbij de nieuwe verleggingsregel wordt opgenomen in de bestaande bepaling van artikel 12, derde lid, Wet OB 1968.
ABC-regeling: waarom wachten tot 2028?
Ook de aanpassing van de vereenvoudigde ABC-regeling binnen de EU komt aan bod. Op dit moment is het zo dat de zogenoemde C-partij in de keten in Nederland gevestigd moet zijn om gebruik te kunnen maken van de regeling.
De NOB wijst erop dat die eis een stuk strenger is dan wat de Europese btw-richtlijn vraagt. Daarin is het voldoende dat de afnemer voor de btw is geregistreerd in het land van aankomst van de goederen.
Het wetsvoorstel brengt die regels in lijn met het EU-recht, maar wel pas per 1 juli 2028. De NOB vraagt zich af waarom dat zo lang moet duren, zeker omdat de huidige Nederlandse regeling verder gaat dan de Europese regels voorschrijven. Ook wordt de vraag opgeworpen of ondernemers in de tussentijd al volgens de Europese regels mogen handelen, bijvoorbeeld via beleid.
‘Eenvoudiger en beter uitvoerbaar’
De NOB zegt met haar reactie vooral te willen bijdragen aan wetgeving die ‘eenvoudiger en beter uitvoerbaar is’. De organisatie blijft beschikbaar om het voorstel verder toe te lichten en in gesprek te gaan met de wetgever.


Geef een reactie